Compendium voor de Leefomgeving
470 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Trend in vissen, 1990-2015

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Vissen zijn gemiddeld enigszins vooruitgegaan sinds 1990, vooral door de toename van zoetwatervissen. Zoutwatervissen zijn gemiddeld niet in aantal toegenomen.

Trends in vissen

Over het algemeen zijn vissen vooruit gegaan sinds 1990 (32 soorten nemen toe; 21 nemen af). Dat ligt vooral aan de toename van de verspreiding van zoetwatervissen (14 soorten nemen toe; 8 af), al gaan die in de laatste tien jaar als groep weer wat achteruit. Zoutwatervissen nemen gemiddeld niet significant toe in populatie-aantal, al gaan er ook daarvan meer soorten vooruit dan achteruit (18 respectievelijk 13).
Bij zoetwatervissen zijn er aanzienlijke veranderingen opgetreden in de soortensamenstelling als gevolg van de verbetering van de waterkwaliteit. De soortensamensteling van zoutwatervissen veranderde door maatregelen om de visserijdruk te verminderen en door klimaatverandering. Zie verder onderstaande links.

Referenties

  • Emmerik, W.A.M. van en H.W. de Nie (2006). De zoetwatervissen van Nederland. Ecologisch bekeken. Vereniging Sportvisserij Nederland, Bilthoven.
  • Hofstede, R. ter, J.G. Hiddink en A.D. Rijnsdorp (2010). Regional warming changes fish species richness in the eastern North Atlantic Ocean. Marine Ecology Progress Series 414: 1-9.
  • Tulp, I. (2015). Analyse visgegevens DFS (Demersal Fish Survey) ten behoeve van de compensatiemonitoring Maasvlakte2. Rapport C080/15, IMARES, Wageningen.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Trend in vissen

Omschrijving

Ontwikkeling populatie-omvang zoutwatervissen en trends in verspreiding van zoetwatervissen als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Soorten
Deze indicator is gebaseerd op de trends van inheemse vissoorten. Er zijn 72 vissoorten opgenomen van de in totaal circa 105 inheemse vissoorten. Van de overige soorten zijn (nog) geen betrouwbare recente trendschattingen voorhanden. De meeste soorten trekvissen ontbreken nog in de indicator.

Zoutwatervissen
De gegevens zijn ontleend aan de International Bottom Trawl Survey (IBTS) en de Beam Trawl survey (BTS). Beide worden
gecoördineerd door het International Council for the Exploration of the Sea (ICES, Kopenhagen). De data zijn gedownload van de DATRAS database van ICES in voorjaar 2017. Daarnaast zijn gegevens gebruikt van de Demersal Fish Survey (DFS) van Wageningen Marine Research (WMR).
Niet alle vissoorten kunnen met IBTS en BTS worden gevangen; zeldzame soorten, soorten die bij wrakken en dergelijke leven en snel zwemmende soorten zijn ondervertegenwoordigd. Van de zoutwatervissen zijn alleen soorten zijn meegenomen die volgens de Visatlas (Heessen et al., 2015) in het NCP voorkomen. De gebruikte data zijn echter niet beperkt tot het NCP, omdat de data dan voor veel soorten te mager zijn om een trend in populatie-aantal te kunnen berekenen. Soorten waarvan Heessen et al. (2015) de tijdreeksen niet betrouwbaar achten zijn niet meegenomen, zoals tarbot en griet.

IBTS-data
Bij de IBTS wordt de gehele Noordzee jaarlijks door onderzoeksschepen bemonsterd. De bemonsteringseenheden zijn ICES-hokken van circa 56 bij 56 km. In elk hok wordt in principe twee keer per jaar met een standaardnet (ottertrawl) de onderste vijf meter van de waterkolom bevist over een breedte van 70-90 meter. De meting levert het aantal individuen per lengteklasse per soort per 60 minuten vistrek op. Alleen hokken met een diepte van minder dan 200 meter en ten noorden van het Kanaal zijn gebruikt in de analyse. Voor de meeste vissoorten zijn de gegevens vanaf 1990 van het eerste kwartaal gebruikt. Voor makreel, horsmakreel, mul en smelt zijn data van het derde kwartaal gebruikt, omdat die daarin meer worden gevangen. Er zijn pas IBTS-data in het derde kwartaal voorhanden vanaf 1991.

BTS-data
Bij de BTS wordt alleen het zuidelijke deel van de Noordzee door onderzoeksschepen met een boomkor bevist. Daarmee worden platvissen en een aantal andere soorten gevangen die op of in de bodem leven. De breedte van de boomkor en de vaarsnelheid variëren. De data van het derde kwartaal zijn gebruikt en alleen hokken ten noorden van het Kanaal zijn meegenomen.

DFS-data
De gegevens van Waddenzee, Noordzee kustzone. Oosterschelde en Westerschelde komen van WMR die jaarlijks in het najaar vist. Er wordt gevist met een garnalenkor.

Zoetwatervissen
De gegevens over zoetwatervissen komen uit de database van RAVON en betreffen data van waterschappen, Rijkswaterstaat, hengelsportverenigingen en vrijwillige waarnemers. Een deel van de gegevens is verzameld zonder gestandaardiseerde veldmethode.

Analyse per soort
Van de zoutwatervissoorten is aan de hand van Heessen et al., (2015) nagegaan of deze vooral voorkomt in de Noordzee of in de kustwateren (= kustzone, Waddenzee, Oosterschelde en Westerschelde). In het eerste geval zijn data van de IBTS en de BTS gebruikt; in het tweede geval data van de DFS. De gegevens van zoutwatervissen zijn met Poisson regressie geanalyseerd (software TRIM; Methode indexcijfers), met het TRIM-standaardmodel met jaar- en meetpunteffecten (hier ICES-hokken). Bij IBTS is rekening gehouden met het aantal trekken per jaar per ICES-hok door deze als offset in de analyse mee te nemen. Bij BTS is gecorrigeerd voor de variatie in beviste oppervlakte per ICES-hok en per jaar. Er is tevens gecorrigeerd voor het verschillend aantal bemonsterde gridcellen per jaar. Van een aantal soorten zijn er zowel indexen op basis van IBTS als op basis van BTS. Deze zijn gewogen gemiddeld door te wegen met 1/variantie van de indexen. De samengestelde indexen per soort zijn vervolgens in de indicatoren gebruikt. Ook de DFS-data zijn met TRIM geanalyseerd met correcties voor de bemonsteringsintensiteit.
De gegevens van zoetwatervissen zijn geanalyseerd met behulp van occupancy modellen (Van Strien et al., 2013). Dat levert jaarlijkse aantallen bezette 1x1 kmhokken op die de veranderingen in de verspreiding weergeven.

Indicator
Om de indicator berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers per soort meetkundig gemiddeld (Van Strien et al., 2016). Als een soort toe- of juist afneemt, neemt doorgaans zowel de verspreiding als het aantal ervan toe dan wel af. De verspreidingstrend van een soort wordt daarom opgevat als de benadering van de trend in populatie-aantal. Daarom zijn indexen van populatie-aantallen (zoutwatervissen) en van verspreiding (zoetwatervissen) gecombineerd in één indicator.
Van enkele soorten is in het eerste jaar geen indexcijfer beschikbaar (zie tabel met indexcijfers per soort). Deze ontbrekende indexcijfers zijn eerst met een kettingmethode afgeleid uit de indexcijfers van andere soorten. Daarna is het laatste jaar op 100 gezet en zijn de overige jaren geïndexeerd ten opzichte van dat basisjaar. Vervolgens zijn de indexen per jaar meetkundig gemiddeld. Door de gemiddelde indexen is een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. De trendwaarde (de lijn) voor het eerste jaar is vervolgens op 100 gezet. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., 2017). In de jaren waarin veel soorten ontbreken is de indicator minder betrouwbaar, maar de omvang van deze onbetrouwbaarheid is onbekend.
Een breed betrouwbaarheidsinterval betekent dat er enkele of meerdere soorten zijn met minder betrouwbare indexcijfers (grote standaardfouten). Daardoor zal ook het jaarcijfer van de indicator minder betrouwbaar zijn en is het precieze verloop van de trendlijn minder goed te bepalen. In zo'n geval liggen de meeste of zelfs alle jaarcijfers van de indicator binnen het betrouwbaarheidsinterval.
Een smal betrouwbaarheidsinterval betekent dat de indexcijfers van de meeste soorten heel betrouwbaar zijn (kleine standaardfouten). Ook indexcijfers van soorten die sterke jaar-op-jaar schommelingen vertonen, kunnen heel betrouwbaar zijn. In dat geval kan een heel betrouwbare trend berekend worden en liggen veel jaarcijfers buiten het betrouwbaarheidsinterval.
Uit de betrouwbaarheidsintervallen zijn trendklassen afgeleid.

Basistabel

Zie de link naar de tabel met indexcijfers van afzonderlijke soorten.

Geografisch verdeling

Zoutwatervissen: Noordzee, van het noorden van het Kanaal tot en met het zuiden van Noorwegen of kustwateren (kustzone, Waddenzee, Oosterschelde en Westerschelde ). Zoetwatervissen: Nederland zonder zilte en zoute wateren.

Verschijningsfrequentie

Elke 2-3 jaar

Achtergrondliteratuur

Soldaat, L., J. Pannekoek, R. Verweij, C. van Turnhout en A. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecological Indicators 81: 340-347.

Strien, A.J., van, C.A.M. van Swaay en T. Termaat (2013). Opportunistic citizen science data of animal species produce reliable estimates of distribution trends if analysed with occupancy models. Journal of Applied Ecology 50: 1450-1458.

Strien, A.J. van, A.W. Gmelig Meyling, J.E. Herder, H. Hollander, V.J. Kalkman, M.J.M. Poot, S. Turnhout, B. van der Hoorn, W.T.F.H. van Strien-van Liempt, C.A.M. van Swaay, C.A.M. van Turnhout, R.J.T. Verweij en N.J. Oerlemans (2016). Modest recovery of biodiversity in a western European country: The Living Planet Index for the Netherlands. Biological Conservation 200: 44-50.

Opmerking

In de vorige versie van deze indicator waren trends in de verspreiding van zeevissen opgenomen. In deze versie zijn van die groep populatietrends opgenomen. Verder is de groep zeevissen ten opzichte van de vorige versie enerzijds beperkt tot soorten die in het NCP voorkomen, maar anderzijds uitgebreid met soorten van kustzone, Waddenzee en Deltagebied.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is (zoutwatervissen).
C. Schattingen van trends in verspreiding zijn gebaseerd op niet-gestandaardiseerde metingen die met een geavanceerde statistische methode zijn geanalyseerd (zoetwatervissen).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2017). Trend in vissen, 1990-2015 (indicator 1574, versie 02 , 30 oktober 2017 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.