Compendium voor de Leefomgeving
470 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verstedelijking

Bundeling wonen in nationale bundelingsgebieden, 2000-2017

Tussen 2000 en 2017 is het aandeel woningen en inwoners binnen nationale bundelingsgebieden niet sterk veranderd. Er was een lichte toename. Iets meer dan de helft van het aantal woningen (54,6 procent) en inwoners (53,2 procent) bevond zich in 2017 binnen nationale bundelingsgebieden.

Bundeling wonen

In de Nota Ruimte zijn nationale bundelingsgebieden voor verstedelijking aangewezen. Het doel daarbij was dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen het aandeel verstedelijking binnen deze bundelingsgebieden ten minste gelijk zou blijven. De motivatie was dat hiermee de reeds gedane investeringen in netwerken en voorzieningen duurzaam en adequaat worden benut, en de economische potenties en agglomeratievoordelen behouden. Dit bood tegelijkertijd kansen voor behoud van variatie tussen stad en land en voor ontwikkeling van culturele en landschappelijke waarden. Dit doel is losgelaten met de inwerkingtreding van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Op verzoek van de toenmalige minister van IenM is het PBL de ontwikkeling van het aandeel wonen binnen bundelingsgebieden blijven monitoren.
Sinds 2000 was er geen grote verandering van het aandeel woningen en inwoners binnen nationale bundelingsgebieden. In 2017 bevond iets meer dan de helft van de woningen (54,6 procent) en inwoners (53,2 procent) zich binnen de nationale bundelingsgebieden. Tussen 2000 en 2014 is het aandeel woningen binnen bundelingsgebied met 0,2 en het aandeel inwoners met 1,2 procentpunt toegenomen. Ook in de meest recente analyseperiode (2014 tot 2017) was er een lichte toename: het aandeel woningen nam met 0,1 procentpunt toe en het aandeel inwoners met 0,3 procentpunt.

Bundeling wonen per provincie

Het aandeel woningen en inwoners binnen nationaal bundelingsgebied verschilt per provincie. Van zo'n 80 procent in Zuid-Holland tot 15 procent in Drenthe. In de provincies Friesland en Zeeland zijn geen nationale bundelingsgebieden verstedelijking aangewezen. Vooral in de randstad-provincies (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland) en in Noord-Brabant was er tussen 2000 en 2017 een grote toename van woningen en inwoners binnen bundelingsgebied. In de provincies Overijssel en Gelderland was er veel uitbreiding buiten bundelingsgebied. In Limburg was tussen 2002 en 2016 sprake van een afname van het aantal inwoners. Deze afname was groter binnen bundelingsgebied dan daarbuiten. In de provincie Groningen was er een afname van inwoners buiten het bundelingsgebied. Tussen 2000 en 2017 is alleen in de provincies Overijssel en Limburg het aandeel wonen binnen bundelingsgebied noemenswaardig afgenomen. Deze afname bedroeg ongeveer 1 procentpunt voor zowel woningen als inwoners. De bundelingsgebieden in deze provincies liggen in regio's waar de bevolking krimpt (Zuid-Limburg) of minder sterk groeit dan in de rest van de provincie (Twente).

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De toenmalige minister van IenM heeft indertijd aan de Tweede Kamer toegezegd ook de doelen uit de Nota Ruimte die in de SVIR zijn losgelaten, te blijven monitoren. Het gaat hierbij om beleid waarvan de minister tijdens de Kamerbehandeling van de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte expliciet heeft aangegeven dat het niet is gedecentraliseerd, maar is 'losgelaten'. Het beleid is niet expliciet overgedragen aan de decentrale overheden, daardoor staat het hen vrij dit beleid te continueren dan wel te wijzigen of te beƫindigen.
Het betreft hier dan ook nadrukkelijk een indicator van losgelaten rijksbeleid, en niet van beleid van andere overheden. Voor het monitoren van dit losgelaten rijksbeleid is gebruik gemaakt van bestaande indicatoren uit de voormalige Monitor Nota Ruimte die, vaak in gewijzigde vorm, zijn geactualiseerd. Het gaat om indicatoren op het gebied van verstedelijking (bundeling en verdichting) en open ruimte en landschap (ruimtelijke ontwikkelingen in Rijksbufferzones en Nationale Landschappen).

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Bundeling van wonen (woningen en inwoners) in nationale bundelingsgebieden verstedelijking, 2000-2017

Omschrijving

Het aandeel woningen en inwoners binnen nationale bundelingsgebieden verstedelijking en de veranderingen tussen 2000 en 2017 uitgesplitst naar provincies.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en CBS

Berekeningswijze

Woningen en wooneenheden uit het woningregister van het CBS (t/m 2012), Verblijfsobjecten met een woonfunctie uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) (vanaf 2012) en inwoners uit de basisregistratie personen (BRP) zijn via koppeling met BAG van coƶrdinaten voorzien. Vervolgens is door het CBS de ligging ten opzichte van nationale bundelingsgebieden verstedelijking bepaald. Verandering van aantallen binnen en buiten bundelingsgebieden per provincie zijn berekend en de aandelen binnen bundelingsgebied.Doordat het CBS vanaf 2012 de woningvoorraad afleidt uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) is er een trendbreuk.

Basistabel

CBS Woningregister, Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en Basisregistratie Personen (BRP)

Geografisch verdeling

Nederland, provincies

Betrouwbaarheidscodering

Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Bundeling wonen in nationale bundelingsgebieden, 2000-2017 (indicator 2005, versie 07 , 6 september 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.