Wonen binnen bestaand bebouwd gebied, 2000-2024
De jaarlijkse uitbreiding van de woningvoorraad heeft een opwaartse trend en sinds 2012 was ongeveer 60 procent van de toename binnen de grenzen van het bestaand bebouwd gebied van 2000. In het meest recent beschouwde jaar (2024) lag het aandeel eveneens rond 60 procent. Het aantal inwoners groeide tot 2022 vooral buiten het bestaand bebouwd gebied. In 2022 tm 2023 was er een omslag met een relatief grote toename van inwoners waarvan meer dan de helft binnen het bestaand bebouwd gebied terechtkwam, maar in 2024 zakte dit aandeel terug naar ongeveer een derde.
Bestaand bebouwd gebied in beleid
De Nota Ruimte (VROM, 2004) stelde als streefwaarde dat ten minste 40 procent van de nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen het bestaand bebouwd gebied zou moeten plaatsvinden. Dit beleid kwam te vervallen met de komst van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020) spreekt echter opnieuw een voorkeur uit voor verstedelijking op binnenstedelijke locaties.
Zoals te verwachten lag in het jaar 2000 met 93 procent het overgrote deel van de woningvoorraad (en 91 procent van de inwoners) binnen het bebouwd gebied. Omdat de jaarlijkse veranderingen relatief klein zijn ten opzichte van de bestaande voorraad lag in 2025 nog steeds ruim 85 procent van de woningen (en 82 procent van de inwoners) binnen de grenzen van het bebouwd gebied van 2000. Bij deze indicator wordt gekeken naar de veranderingen van de woningvoorraad en het aantal inwoners en of deze veranderingen binnen of buiten het bebouwd gebied van 2000 waren.
Woningvoorraad binnen bestaand bebouwd gebied
De jaarlijkse uitbreiding van de woningvoorraad in Nederland laat sinds 2016 een opwaartse trend zien, met in 2022 – 2023 de hoogste jaarlijkse toename van de gehele reeks; in 2024 vlakte de groei iets af, maar deze bleef ruim boven het niveau van vóór 2016. Er wordt daarbij vooral meer binnenstedelijk gebouwd: sinds 2012 is ongeveer 60 procent van de extra woningen binnen het bestaand bebouwd gebied van 2000 gerealiseerd, een aandeel dat ook in 2024 nagenoeg gelijk bleef. In de provincie Noord-Holland werd sinds 2012 verreweg het meest binnenstedelijk gebouwd, bijna driekwart; Limburg en Groningen volgen met beide ongeveer 68 procent. Flevoland, Overijssel, Drenthe en Gelderland realiseerden kleinere aandelen binnen het bebouwd gebied. Vooral in Flevoland werd in alle perioden sinds 2012 minder dan de helft van de nieuwe woningen binnenstedelijk gerealiseerd; ook Overijssel en Drenthe bleven in enkele recente perioden, waaronder 2024, onder de 50 procent. In absolute aantallen vond de grootste uitbreiding van de woningvoorraad plaats in Zuid-Holland, Noord-Holland en Noord-Brabant.
Inwoners binnen bestaand bebouwd gebied
De toename van inwoners was tot 2022 groter buiten het bestaand bebouwd gebied dan daarbinnen. Tussen 2000 en 2012 nam het aantal inwoners binnen het bebouwd gebied zelfs af en in de periode 2012 – 2022 was ongeveer een kwart van de toename binnen het bebouwd gebied. De gemiddelde woningbezetting (aantal personen per woning) werd sinds 2000 steeds kleiner met vooral binnenstedelijk een toename van kleinere huishoudens.
Tot 2022 nam in de meeste provincies buiten de Randstad het aantal inwoners in bebouwd gebied af, terwijl het aantal inwoners buiten bebouwde gebieden juist toenam. In Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Brabant was er tussen 2012 en 2019 echter een duidelijke groei van het aantal inwoners binnen bebouwd gebied. In Noord- en Zuid-Holland kwam meer dan de helft van de extra inwoners in deze periode in bebouwd gebied terecht.
In 2022 – 2023 vond er een omslag plaats, met een sterke groei van de bevolking, vooral door extra migranten, waaronder vluchtelingen uit Oekraïne. Meer dan de helft (bijna 55 procent) van deze toename vond plaats binnen het bestaand bebouwd gebied, en in alle provincies nam in deze periode het aantal inwoners binnen bebouwd gebied toe. Deze omslag bleek van korte duur: in 2024 daalde het aandeel van de bevolkingsgroei binnen bebouwd gebied naar ongeveer 37 procent. In Groningen en Limburg was in 2024 opnieuw sprake van een lichte krimp van het aantal inwoners binnen bebouwd gebied, terwijl de bevolking daarbuiten groeide. Dit is een patroon dat in deze provincies, en in mindere mate in enkele andere provincies buiten de Randstad, ook in eerdere perioden voorkwam.
Bronnen
- BZK (2020), Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
- IenM (2012), Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
- VROM (2004), Begrenzing bebouwd gebied 2000, Den Haag, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Aandeel uitbreiding wonen (woningen en inwoners) binnen het bestaand bebouwd gebied van 2000, 2000-2025
- Omschrijving
Het aandeel uitbreiding woningen en inwoners binnen het bestaand bebouwd gebied van 2000 voor 2000 tot en met 2024 uitgesplitst naar provincies.
- Verantwoordelijk instituut
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en CBS
- Berekeningswijze
Woningen en wooneenheden uit het woningregister (t/m 2012) van het CBS, verblijfsobjecten met een woonfunctie uit de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) (2012-2025) en inwoners uit de basisregistratie personen (BRP) zijn via koppeling met de basisregistraties adressen en gebouwen (BAG) van coördinaten voorzien. Vervolgens is door het CBS de ligging ten opzichte van het bestaand bebouwd gebied 2000 bepaald. Verandering van aantallen binnen en buiten bebouwd gebied zijn berekend en de aandelen binnen bebouwd gebied per provincie.
Doordat het CBS vanaf 2012 de woningvoorraad afleidt uit de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) is er een trendbreuk.- Basistabel
CBS Woningregister, Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en Basisregistratie Personen (BRP)
- Geografische verdeling
Nederland, provincies
- Verschijningsfrequentie
-
- Opmerking
Er is een herziene begrenzing van het bebouwd gebied 2000 gebruikt (gebaseerd op het gecorrigeerde CBS bestand bodemgebruik 2000 dat tegelijk met het bestand bodemgebruik 2003 is gepubliceerd).
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Wonen binnen bestaand bebouwd gebied, 2000-2024 (indicator 2012, versie 11, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.