Kosten en financiering natuur en landschap, 1999-2023
In 2023 bedroegen de bruto kosten voor natuur en landschap 1.782 miljoen euro. Dat is een toename van 12,6 procent ten opzichte van het jaar ervoor (1.583 miljoen euro). De totale opbrengsten bedragen 356 miljoen euro, wat de totale netto kosten op 1.426 miljoen euro brengt. In 2023 droeg de overheid met 77 procent het grootste deel van de netto lasten. De overige lasten komen voor rekening van huishoudens (14%), overige sectoren (4%), en de rest is onverdeeld (5%).
Besteding kosten natuur- en landschapsbeheer
Een belangrijk deel van de bruto kosten voor natuur- en landschap wordt besteed aan grondverwerving, en de inrichting en het beheer van natuurterreinen. Grondverwerving gebeurt veelal in het kader van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN, voorheen de 'Ecologische Hoofd Structuur' (EHS), is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden en werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van het toenmalige ministerie van LNV. Sinds 2013 zijn provincies verantwoordelijk om samen met de maatschappelijke organisaties het natuurnetwerk te realiseren. In de periode 2013 - 2027 moet er door verwerving en/of inrichting bij elkaar 80 duizend hectare nieuwe natuur zijn ontstaan.
Naast verwerving en inrichting worden de kosten gevormd door zogenaamde apparaatskosten. Dat zijn personeels- en huisvestingskosten, ofwel kosten die nodig zijn voor het functioneren van een instelling of het uitvoeren van een taak. Ten slotte wordt er ook geld uitgegeven aan educatie, voorlichting en onderzoek op het gebied van natuur- en landschapsbeheer. Vanaf 2023 worden de bruto kosten van het Rijk voor het natuur- en landschapsbeheer, en daarmee ook de totale bruto kosten, echter niet meer uitgesplitst naar activiteit weergegeven.
Netto kosten voor natuur en landschap in 2023 gestegen
De netto kosten zijn de kosten van eigen activiteiten aan natuur en landschap door de diverse sectoren (bruto kosten) verminderd met de opbrengsten. In 2023 bedroegen deze netto kosten 1.426 miljoen euro. Dat is een toename van ruim 15 procent ten opzichte van het voorafgaande jaar (1.237 miljoen euro), en een ruime verdubbeling sinds 1999 (705 miljoen euro). De overheid bekostigt 918 miljoen euro, waarvan het grootste deel (436 miljoen euro) door de provincies gedragen wordt. Daarnaast bekostigen particulieren 508 miljoen euro, waarvan 363 miljoen euro door de natuurbeschermingsorganisaties.
Overdrachten
Naast de kosten voor natuur- en landschapsactiviteiten binnen Nederland zijn in 2005 voor het eerst de in- en uitgaande geldstromen naar het buitenland geanalyseerd. Hierdoor zijn sinds 2005 de totale netto lasten ongelijk aan de totale netto kosten, en zijn de gegevens over de netto lasten minder vergelijkbaar met de jaren voor 2005. Zie voor meer informatie hierover de technische toelichting.
Financiering van natuur en landschap
De netto lasten van natuur en landschap worden berekend door het verschil tussen betaalde en ontvangen overdrachten van de verschillende sectoren op te tellen bij de netto kosten. Het Rijk draagt veel geld over voor natuur en landschap, met name naar lokale overheden. In 2023 bedroegen de netto lasten voor het Rijk 746 miljoen euro, dat is ruim de helft van het totaal (1.456 miljoen euro). De provincies dragen vooral geld over aan de landbouw, door middel van de ANLb-subsidie. N.B. Deze cijfers zijn gereviseerd ten opzichte van de vorige publicatie. Verder financieren de provincies natuurbeschermingsorganisaties. In totaal bedroegen de netto lasten van de provincies 280 miljoen euro in 2023. Een belangrijk deel van de financiering van natuurbeschermingsorganisaties komt ook voor rekening van huishoudens, in de vorm van contributies, giften, nalatenschappen en bijdragen uit loterijen. In 2023 betaalden huishoudens zodoende bijna 200 miljoen euro aan natuur en landschap. De netto lasten van de overige sectoren zijn 55 miljoen euro en 78 miljoen is onverdeeld.
Lopende prijzen
Alle bedragen in deze indicator zijn uitgedrukt in lopende prijzen. Dit zijn de bedragen die in de betreffende jaren daadwerkelijk zijn betaald. Voor meer informatie hierover lees de technische toelichting.
Bronnen
- CBS (2006). Kosten en financiering van het natuur en landschapsbeheer. CBS, Voorburg / Heerlen.
- CBS (2025). StatLine: Kosten en financiering natuur- en landschapsbeheer. CBS, Den Haag / Heerlen.
Relevante informatie
- Meer gegevens over de kosten en financiering van het natuur- en landschapsbeheer zijn te vinden in de databank StatLine van het CBS.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Kosten en financiering natuur en landschap
- Omschrijving
Ontwikkeling van de bruto kosten, netto kosten en netto lasten van het beheer van natuur en landschap. Vanaf 2005 inclusief geldstromen van en naar het buitenland.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
Het artikel Kosten en financiering van het natuur en landschapsbeheer (CBS, 2006) geeft een korte methodebeschrijving van het onderzoek.
De uitgaven voor de verwerving, inrichting en het beheer van natuurterreinen worden als jaarlijkse kosten weergegeven. De reden hiervoor is dat er wordt uitgegaan van de manier waarop het Rijk haar uitgaven verantwoordt. Bij de rijksoverheid worden de totale uitgaven in een bepaald jaar verantwoord als kosten. Hierbij wordt een bepaalde investering in één keer als totaal afgeschreven. De kosten worden dus niet - zoals gebruikelijk - over meerdere jaren verdeeld op basis van de te verwachten economische levensduur.
Naast de kosten voor natuur- en landschapsactiviteiten binnen Nederland zijn in 2005 voor het eerst de in- en uitgaande geldstromen geanalyseerd naar het buitenland. Door het toevoegen van deze geldstromen is de analyse vollediger geworden. De in- en uitgaande geldstromen naar het buitenland komen tot uitdrukking in de betaalde en ontvangen overdrachten en de netto lasten (financiering). Voor de periode tot en met 2003 zijn de netto lasten gelijk aan de totale netto kosten van de eigen activiteiten van alle sectoren. Door het toevoegen van de geldstromen van en naar het buitenland zijn de gegevens over de netto lasten van 2005 en later minder goed vergelijkbaar geworden met de jaren voor 2005. De gegevens over de netto kosten in 2005 blijven wel vergelijkbaar met die van de jaren ervoor.
Bij de berekening van de netto lasten voor natuur en landschap is voor het statistiekjaar 2013 de berekening aangepast. Vanaf 2013 worden alleen nog de bedragen voor natuur- en landschapsbeheer buitenland meegenomen die expliciet als zodanig door de ministeries zijn opgegeven en vinden er geen bijschattingen meer plaats.- Basistabel
StatLine: Kosten en financiering natuur- en landschapsbeheer (CBS, 2024)
- Geografische verdeling
Nederland
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Kosten en financiering van het natuur en landschapsbeheer (CBS, 2006)
- Opmerking
Bedragen in lopende prijzen
Het CBS publiceert de gegevens over milieukosten, milieu-investeringen, netto milieulasten, milieuheffingen en milieubelastingen in lopende prijzen. Lopende prijzen wil zeggen dat het gaat om bedragen die in de betreffende jaren daadwerkelijk betaald zijn. Met andere woorden, de bedragen zijn steeds weergegeven in het prijsniveau van het betreffende jaar, oftewel de bedragen zijn niet gecorrigeerd voor prijspeilontwikkelingen.- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Kosten en financiering natuur en landschap, 1999-2023 (indicator 0519, versie 14, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.