Overzicht indicatoren landschap

Een landschap ontstaat door een combinatie van natuurlijke kenmerken en menselijke invloeden. Het landschap biedt ruimte aan gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie en heeft bepaalde waarden zoals biodiversiteit, de identiteit van een streek en hoe mensen die beleven. Landschapsbeleid beschermt en herstelt landschapselementen zodat deze waarden zoveel mogelijk behouden blijven. Deze pagina geeft een overzicht van de indicatoren voor landschap.

Het begrip ‘landschap’

Het landschap bestaat volgens de Raad van Europa uit een "gebied zoals dat door mensen wordt waargenomen en waarvan het karakter bepaald wordt door natuurlijke en/of menselijke factoren en de interactie daartussen”. Dat is vastgelegd in de Europese landschapsconventie (ELC). Een gebied is een afgebakend stuk ruimte op aarde, met bepaalde kenmerken en gebruiksfuncties. Hoewel volgens de definitie ook het stedelijk gebied eronder valt, ligt de nadruk bij het begrip landschap op het CLO vooral op het landelijk gebied. Daarbij gaat het om natuurgebieden, landbouwgebieden en overgangen naar het stedelijke gebied.

Verschillende elementen die het landschap vormen

Een landschap wordt gevormd door verschillende elementen: geomorfologische elementen (zoals rivieren en heuvels), ecologische elementen (zoals planten en dieren), cultuurhistorische elementen (zoals heggen en sloten) en gebruikselementen (zoals bebouwing, wegen en beplanting). Samen geven deze elementen een landschap vorm. Een landschap wordt door mensen gebruikt voor bijvoorbeeld voedselproductie en recreatie, maar is ook belangrijk voor hun identiteit en beleving.

Veranderingen door ruimtelijke ingrepen

Het Nederlandse landschap is in de afgelopen eeuw sterk veranderd. Karakteristieke sloten, bomen en houtwallen verdwenen als gevolg van schaalvergroting in de landbouw. Het landschap is ook veranderd door verstedelijking, nieuwe infrastructuur en toename van bebouwing, nieuwe bedrijfsterreinen en distributiecentra, windmolen- en zonneparken. 
Grote ruimtelijke ingrepen zijn van invloed op de kwaliteit van het landschap. Waardevolle cultuurhistorische, ecologische en aardkundige elementen, zijn verdwenen of worden bedreigd. Afgelopen jaren is er sprake van een toenemende zorg om veranderingen in het landschap, zowel onder professionals als onder burgers (van Dam et al., 2019; Spek, 2025). Landschapsbeleid zet daarom in op bescherming en herstel van landschapselementen.

Kenmerken van het landschap

Belangrijke fysieke elementen van het landschap zijn: bodem, cultuurhistorische elementen, reliëf, waterlopen en opgaande groene elementen, zoals bomenlanen, hagen en andere begroeiing. Deze fysieke elementenbepalen samen hoe open of besloten een landschap is. Op basis van de fysieke elementen kunnen landschappen verdeeld worden in verschillende landschapstypen 
De verschillende landschapskenmerken worden in de volgende CLO-indicatoren weergegeven: 

  • Reliëf in landbouw en natuurgebieden brengt hoogteverschillen in het landelijk gebied in beeld.
  • Historische lijnen in het landschap geeft waterlopen, dijken of bomenrijen en hagen uit 1950 weer die momenteel nog zichtbaar zijn .
  • Opgaand groen geeft een overzicht van bos, solitaire bomen, bomenrijen, hagen en struiken die duidelijk zichtbaar zijn in het landschap, en belangrijk zijn voor de natuur en de beleving van het landschap.
  • Openheid landschap geeft weer in welke mate het landschap als open kan worden ervaren. Deze indicator combineert het effect van reliëf, bebouwing en opgaand groen.
  • Openheid van werelderfgoedgebieden geeft de te beschermen openheid aan van de werelderfgoederen de Beemster, de Hollandse Waterlinies en de Romeinse Lime.
  • Landschapstypologie geeft een overzicht van de negen landschapstypen waarin Nederland is verdeeld.

Gebruiksfuncties van het landschap

De belangrijke gebruiksfuncties van het landschap zijn wonen, landbouw, natuur, recreatie en mobiliteit. Het landschap levert ecosysteemdiensten die deze functies ten goede komen, zoals bodemvruchtbaarheid, een gezonde en aantrekkelijke woon- en werkomgeving, waterberging en -afvoer en biodiversiteit.
Deze gebruiksfuncties worden in de volgende CLO-indicatoren weergegeven: 

Waarden van het landschap

Een landschap heeft verschillende waarden. Als eerste waarde kan de belevingswaarde genoemd worden, bezien vanuit bewoners of recreanten. Een bepaald landschapstype kan ook bijdragen aan de identiteit van een regio of gebied waarmee mensen zich verbonden voelen. Er worden ook nog andere waarden aan het landschap toegekend, zoals de esthetische, sociale of ontdekkingswaarde. 
De volgende CLO-indicatoren gaan hierop in: 

Bedreigingen van landschapskwaliteit

Het landschap is geen statisch gegeven, maar ontwikkelt zich in de loop van de tijd. Enerzijds door natuurlijke processen, zoals verbossing en verzilting, maar anderzijds ook door menselijke ingrepen. Voorbeelden hiervan zijn landbouwontwikkelingen (ontginningen, ruilverkaveling, landinrichting en omschakeling naar andere gewassen) en de plaatsing van grote windturbines, bedrijfsgebouwen of zonneparken. Deze ontwikkelingen kunnen bij een bepaalde omvang de landschapskwaliteit aantasten en de beleving en identiteit van het landschap onder druk zetten. 
De volgende CLO-indicatoren gaan hierop in: 

Landschapsbeleid

Na enkele beleidsarme jaren staat het landschap momenteel weer prominent in de belangstelling. In 2022 is op verzoek van de rijksoverheid het Aanvalsplan Landschap opgesteld. Dit is gedaan door de Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel: een coalitie van maatschappelijke organisaties, bedrijven en overheden. De doelstelling van dit plan is 10% gebiedseigen groenblauwe dooradering van het oppervlak landelijk gebied in 2050. Hiermee wordt een netwerk bedoeld van kleine natuur- en landschapselementen, zoals bomen, heggen, beken en sloten. Deze dooradering draagt bij aan verbetering van de landschapskwaliteit, maar ook aan het halen van de internationale doelen voor biodiversiteit en waterkwaliteit.

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van 2020 benadrukt het belang van een aantrekkelijk, leefbaar en herkenbaar landschap. De NOVI bevat de nationale inhoudelijke visie op het landschap, terwijl de Omgevingswet het juridisch kader is dat bepaalt hoe omgevingsvisies moeten worden ingebed in beleid en besluitvorming. De Omgevingswet (sinds 2024) verplicht overheden om landschapswaarden mee te nemen in het omgevingsbeleid. 
Een van de doelen van de NOVI is de ruimtelijke inpassing van duurzame energie met oog voor de kwaliteit van de omgeving en het combineren met andere functies. Een dergelijk landschapsinclusief omgevingsbeleid kan ervoor zorgen dat landschapskwaliteit volwaardig en expliciet wordt meegewogen bij de planning en uitvoering van projecten en ruimtelijke ontwikkelingen zoals zonneparken worden ingepast in het landschap, terwijl waardevolle cultuurhistorische landschappen worden ontzien (Van Dam et al, 2019). 
Bij de ontwikkeling van windmolen- en zonneparken is een expliciete afweging nodig tegenover andere waarden, zoals landschappelijke kenmerken, natuur, cultureel erfgoed, water, bodem en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. De NOVI vindt het belangrijk om aandacht te besteden aan natuurinclusief ontwerp en landschappelijke inpassing bij duurzame energieprojecten. Unieke landschappelijke kwaliteiten, natuur en biodiversiteit moeten daarbij worden beschermd en zo mogelijk versterkt. In de tweejaarlijkse Monitor worden 100 indicatoren gebruikt om te laten zien in hoeverre de doelen uit de NOVI worden gehaald.

Ontwerp Nota Ruimte

Met de Ontwerp Nota Ruimte (2025) wil de rijksoverheid cultuurhistorische waarden en erfgoed in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken bij ontwikkelingen en opgaven. Het Rijk werkt hiervoor een nadere aanpak uit in de Aanpak Erfgoed en Leefomgeving. De Aanpak zal specifiek ingaan op de omgang met beschermd (wereld)erfgoed, beschermde stads- en dorpsgezichten, wederopbouwgebieden en waardevolle cultuurlandschappen. Cultuurhistorische waarden bieden volgens de ontwerpnota inspiratie en kunnen benut worden om nieuwe oplossingen te vinden en tot nieuwe ruimtelijke kwaliteit te komen, zoals het creëren van aantrekkelijke (woon)omgevingen. Daarnaast zijn er in de ontwerpnota 27 waardevolle cultuurlandschappen geselecteerd, onder andere op basis van hun gaafheid, unieke gebieden en de herkenbaarheid daarvan.
In deze cultuurlandschappen wil de rijksoverheid vanuit nationaal belang het cultureel erfgoed en de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterken. De ontwikkelingen in deze landschappen moeten de kernkwaliteiten beschermen en versterken.

Bronnen

  • Dam, F. van, L. Pols & H. Elzenga (2019). Zorg voor landschap. Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid, Den Haag: PBL.
  • European landscape convention (ELC), Florence, 20-10-2000. Geldend van 01-11-2005 t/m heden.
  • Spek, T., (red) (2025). Landschappen van Nederland. Handboek voor de geschiedenis van onze leefomgeving. Uitgeverij Matrijs. 

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Overzicht indicatoren landschap

Omschrijving

Overzicht indicatoren landschap

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Environmental Research

Berekeningswijze

n.v.t.

Basistabel

n.v.t.

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

onregelmatig

Betrouwbaarheidscodering
Anders

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Overzicht indicatoren landschap (indicator 3028, versie 01, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.