Koelwatergebruik en warmtelozing door elektriciteitscentrales, 1981-2023
Het gebruik van koelwater bij de centrale opwekking van elektriciteit fluctueert in de tijd, maar neemt de laatste jaren sterk af omdat de centrale elektriciteitsproductie ook afneemt. Daarbij is het aandeel van zout koelwater in de totale koelwaterhoeveelheid sinds 2012 toegenomen. Dit komt vooral doordat de elektriciteitsproductie nu voornamelijk plaatsvindt in centrales op kustlocaties. De totale warmtelozing door elektriciteitscentrales is sinds 2013 gestegen door een hogere elektriciteitsproductie maar daalt na 2016 weer door een afnemende productie.
Koelwatergebruik fluctueert
Bij de elektriciteitsproductie gebruiken centrales grote hoeveelheden oppervlaktewater voor koeling. Vrijwel al het ingenomen koelwater is oppervlaktewater dat wordt toegepast in een doorstroomkoelvoorziening. Het opgewarmde water wordt daarna geloosd op het oppervlaktewater in de binnenwateren of op open water van de Noordzee, Eems of Westerschelde.
Het koelwatergebruik fluctueert van jaar tot jaar. Dit hangt zowel samen met de elektriciteitsproductie in Nederland, als ook met de lokale watertemperatuur van het oppervlaktewater. Is deze hoger, dan is meer water nodig voor koeling omdat de temperatuur van het te lozen water niet te veel mag oplopen. Dit resulteert dan in een hoger gemiddeld koelwaterverbruik.
Zoet of zout koelwater?
De locatie van de elektriciteitscentrales speelt een belangrijke rol voor de hoeveelheid verbruikt koelwater. Nieuwe centrales zijn gebouwd op kustlocaties, waardoor het aandeel zout water in het totale gebruikte koelwater in 2023 61 procent bedraagt. Rond 2005 was dat nog circa een derde. De Nederlandse elektriciteitsproductie is daardoor nu minder afhankelijk van de beschikbaarheid van schaars zoet koelwater dat wordt aangevoerd via de rivieren. Er is sinds 2012 duidelijk sprake van een vervanging van zoet door zout koelwater.
Ontwikkelingen koelwatergebruik
In 2010 en 2011 zijn twee nieuwe centrales aan de kust geopend. Daarna werden andere productielocaties in het binnenland gesloten waardoor de elektriciteitsproductie sinds 2016 weer daalde. Uiteraard speelt daarbij de toenemende opwekking van zonnestroom en windenergie ook een rol. Inmiddels is de centrale productie bijna 40% lager dan in het piekjaar 2016.
Het gebruik van koelwater door elektriciteitscentrales fluctueert, maar bereikte in 2015 de hoogste waarde sinds 2001. De laatste 5 jaar was het koelwatergebruik weer lager, met de sterkste daling tussen 2022 en 2023 (-16%). Het aandeel zout koelwater is de laatste jaren stabiel hoog, rond de 60 procent.
Warmtelozing
De laatste 7 jaar is de afgevoerde warmte via koelwater gedaald en is het veel lager dan 30 jaar geleden. Afgezien van de dalende productie komt dat ook door een efficiënter brandstofverbruik bij moderne centrales en vanwege het feit dat de centrales steeds meer warmte leveren aan derden via warm water (bijvoorbeeld stadsverwarming) of stoom (bijvoorbeeld aan industriële bedrijven). Daardoor hoeft minder warmte te worden afgevoerd via het koelwater.
Effecten koelwater op het watermilieu
Koelwaterlozingen kunnen een negatieve invloed hebben op het ontvangende oppervlaktewater. In warme perioden kan de lozing van koelwater leiden tot een te hoge temperatuur van het oppervlaktewater. Hierdoor wordt de zuurstofconcentratie in het water lager, wat negatieve effecten kan hebben voor de aquatische ecologie (bijvoorbeeld vissterfte). Verder leidt opwarming tot excessieve algengroei, de groei van blauwalgen en het optreden van botulisme. In warme en droge perioden kunnen situaties ontstaan waarbij de elektriciteitsproductie niet meer ongestoord kan plaatsvinden zonder overschrijding van koelwaternormen.
Ook de lozing van koelwateradditieven met het koelwater heeft negatieve effecten op het watermilieu. Bij koelwateradditieven gaat het om biociden (bijvoorbeeld tegen mosselaangroei), anticorrosieve middelen en middelen om afzettingen in koelwatersystemen te voorkomen. De elektriciteitscentrales die zout water gebruiken voor koeling zijn minder gevoelig voor dit soort effecten.
Bronnen
- CBS (2000). StatLine: Waterverbruik, nijverheid bedrijfstak (SBI’74), 1981 -1991. CBS, Voorburg / Heerlen.
- CBS (2005). StatLine: Waterverbruik nijverheid, bedrijfstak (SBI’93), 1996 en 2001. CBS, Voorburg / Heerlen.
- CBS (2016). Waterstromen in de Nederlandse economie, 2008, 2010, 2012. Korte resultatenbeschrijving en samenvattende tabellen set. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2017). Fysieke waterrekeningen voor Nederland, 2014. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2023). Waterrekeningen Nederland 2018-2020. CBS, Den Haag/Heerlen.
- CBS (2025a). Statline: Elektriciteit; productie en productiemiddelen. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2025b). Statline: Watergebruik bedrijven en particuliere huishoudens; nationale rekeningen. CBS, Den Haag / Heerlen.
- Resultaten Elektronisch Milieujaarverslag 2003 tot en met 2023. www.e-mjv.nl.
Relevante informatie
- Meer gegevens over het gebruik van (koel)water zijn te vinden in de CBS databank StatLine. Zie onder andere de tabel Watergebruik bedrijven en particuliere huishoudens; nationale rekeningen (CBS, 2025b). Cijfers tot en met 2001 staan in de Statline-tabellen Waterverbruik, nijverheid bedrijfstak (SBI’74), 1981-1991 (CBS, 1998) en Waterverbruik nijverheid, bedrijfstak (SBI’93), 1996 en 2001 (CBS, 2003).
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Koelwaterverbruik en warmtelozing door elektriciteitscentrales.
- Omschrijving
De ontwikkeling van het gebruik van oppervlaktewater, grondwater en leidingwater als koelwater / overig water door elektriciteitscentrales. Binnen het gebruik van oppervlaktewater wordt een onderscheid gemaakt in zoet en zout oppervlaktewater. Lozing van warmte via het koelwater op het oppervlaktewater.
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
- Berekeningswijze
De gegevens voor de periode tot en met 2001 zijn berekend op basis van de CBS-enquête Watervoorziening van industrie, delfstoffenwinning en elektriciteitscentrales, die om de vijf jaar werd gehouden. Een meer uitgebreidere toelichting geeft de tabeltoelichting bij StatLine: Waterverbruik nijverheid, bedrijfstak (SBI’93), 1996 en 2001 (CBS, 2005).
De gegevens voor de periode vanaf 2003 zijn tot stand gekomen door optelling van de individuele watergebruikcijfers van de elektriciteitscentrales in de elektronische Milieujaarverslagen. Een uitgebreidere toelichting geven de publicaties Milieurekeningen 2008 (CBS, 2009), Environmental Accounts of the Netherlands, 2013 (CBS, 2014), Waterstromen in de Nederlandse economie, 2008, 2010, 2012. Korte resultatenbeschrijving en samenvattende tabellen set. (CBS, 2016), Fysieke waterrekeningen voor Nederland, 2014 (CBS, 2017) en Waterrekeningen Nederland 2018-2020 (CBS, 2023c).
De gegevens over de inzet van brandstoffen en de totale elektriciteitsproductie zijn afkomstig van de Energiestatistieken. Zie o.a. Statline: Elektriciteit; productie en productiemiddelen (CBS, 2025a).- Basistabel
Cijfers tot en met 2001:
StatLine: Waterverbruik, nijverheid bedrijfstak (SBI’74), 1981 -1991 (CBS, 2000);
StatLine: Waterverbruik nijverheid, bedrijfstak (SBI’93), 1996 en 2001 (CBS, 2005).Cijfers 2003-2023:
Waterstromen in de Nederlandse economie, 2008, 2010, 2012. Samenvattende tabellen set (CBS, 2016);
Statline: Watergebruik bedrijven en particuliere huishoudens; nationale rekeningen (CBS,2025b).- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
Voor cijfers tot en met 2001: Leidingwater, water van andere bedrijven; bij onttrekkingen wordt onderscheid gemaakt tussen brak/zout en zoet water.
- Verschijningsfrequentie
Tot en met 2001 elke vijf jaar. Vanaf 2003 jaarlijks.
- Achtergrondliteratuur
Milieurekeningen 2008 (CBS, 2009);
Environmental Accounts of the Netherlands, 2013 (CBS, 2014);
Waterstromen in de Nederlandse economie, 2008, 2010, 2012. Korte resultatenbeschrijving (CBS, 2016);
Fysieke waterrekeningen voor Nederland (CBS, 2017).- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Koelwatergebruik en warmtelozing door elektriciteitscentrales, 1981-2023 (indicator 0021, versie 20, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.