Compendium voor de Leefomgeving
467 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Afval

Samenstelling van huishoudelijk restafval, 1940-2004

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Plastics hebben een steeds groter aandeel in het huishoudelijk restafval. Gft-afval en papier en karton blijven de belangrijkste bestanddelen.

  1940 1958 1971 1980 1990 2000 2002 2003 2004*
                   
  miljoen kg              
                   
Totale hoeveelheid1) . . 3 110 4 090 4 600 3 935 3 938 3 899 .
                   
  gewichtsprocent            
                   
Gft-afval, brood, dierlijk afval en ongedefinieerd restafval 64 56 52 53 52 38 35 35 35
Papier en karton 22 20 26 21 25 32 27 26 26
Kunststoffen 0 0 5 7 8,0 12 13 16 19
Glas 1 2 10 12 5,0 5,0 4,2 4,3 3,6
IJzer 2 2 3 3,0 3,0 4,0 4,5 3,2 3,5
Non-ferro metalen 0 0 0 0,5 0,7 0,7 0,8 0,5 0,4
Textiel 2 1 2 2,0 2,0 3,0 2,7 2,7 2,5
Bijzonder afval/KCA2) 0 0 0 0,2 0,5 0,5 0,2 0,2 0,2
Overig 3) 9 19 2 2,0 4,0 11 12 11 10
                   
Bron: SVA; Gemeente Rotterdam; CBS; RIVM; AOO CBS/MNC/jan05/0141
1) Het restafval omvat het afval van huishoudens dat niet gescheiden, via vuilniszakken of grijze containers, wordt ingezameld.
2) KCA vanaf 1995, daarvoor bijzonder afval
3) Voornamelijk hout, keramiek, tapijt, leer en rubber. Tot in de jaren zestig relatief veel kolenas.

Hoeveelheid huishoudelijk restafval stabiliseert

Tussen 1940 en 2004 zijn een aantal ontwikkelingen zichtbaar. Zo is de hoeveelheid huishoudelijk restafval tussen 1990 en 2000 aanzienlijk afgenomen. Dit kwam voornamelijk door de invoering van de gescheiden inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (gft-afval). De hoeveelheid restafval is de laatste jaren gestabiliseerd.

Steeds meer plastic in restafval

De kunststoffractie in huishoudelijk restafval is de laatste jaren aanzienlijk toegenomen. Daar waar kunststofafval voor 1970 nog nauwelijks werd gevonden in het restafval, maakt het inmiddels bijna 20% van het restafval uit.Met de invoering van de gescheiden inzameling van gft-afval is ook de samenstelling van het restafval gewijzigd. Dit is met name bij het aandeel gft-afval zichtbaar. Begin jaren '90 was dit aandeel nog ruim 50%, inmiddels is dit gestabiliseerd op ongeveer 35%. Een vergelijkbaar effect is zichtbaar rond de invoering van de glasbak (rond 1980). Mede als gevolg hiervan is het aandeel glas afgenomen van 10-12% naar 3,5-4,5%.

Referenties

Referenties

  • NVRD (1960). Technisch maandblad voor gemeentereiniging, vervoerswezen en ontsmetting. Nederlandse Vereniging van Reinigingsdirecteuren, Den Haag.
  • SVA (1980). Beperking en hergebruik van afval van partikuliere huishoudingen. Stichting Verwijdering Afvalstoffen, Amersfoort.
  • RIVM (2002). Onderzoek naar de fysische samenstelling van het Nederlandse huishoudelijke restafval in 2000 en 2001. RIVM, Bilthoven.
  • CBS (2004). Statline. Gemeentelijke afvalstoffen; hoeveelheden. CBS, Voorburg/Heerlen.
  • AOO (2004). Samenstelling van het huishoudelijk restafval, Resultaten sorteeranalyses 2003, AOO, Utrecht

Relevante informatie

  • Meer informatie over huishoudelijk afval is te vinden op Statline (CBS)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Samenstelling van huishoudelijk restafval, 1940-2004 (indicator 0141, versie 04 , 6 januari 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.