Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Bodem en grondwater

Stikstofbalans van bodem en grondwater, 1986-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.
  Aanvoer     Afvoer
  1986 1990 1995 1999 2000 2001*     1986 1990 1995 1999 2000 2001*
 
  miljoen kg N     miljoen kg N
Totaal landbouwgronden 1 090 985 984 917 822 815   Totaal landbouwgronden 1 090 985 984 917 822 815
Dierlijke mest 479 462 476 4301) 386 384   Afvoer gewassen (incl. gras) 489 497 448 417 414 388
Kunstmest 492 403 395 373 330 330   Uit- en afspoeling 86 86 86 86 86 86
Andere organische
meststoffen
9 9 10 10 11 11                
Atmosferische
depositie
84 82 76 76 67 62                
Overig 26 29 27 28 28 28   Accumulatie en denitrificatie 515 402 450 414 322 341
                             
Totaal overige gronden 94 96 110 107 98 95   Totaal overige gronden 94 96 110 107 98 95
Lokale stortingen               Uit- en afspoeling 4 4 4 4 4 4
w.v.                            
  zuiveringsslib 5 7 8 5 3 3                
  baggerspecie 7 6 3 3 3 3                
  overig afval 9 11 18 21 22 22                
  Diffuse aanvoer                            
w.v.                            
  atmosferische depositie 56 57 64 58 50 47                
  overige 17 15 17 20 20 20   Accumulatie en denitrificatie 90 92 106 103 94 91
 
Bron: CBS. CBS/MC/okt02
1) Na verrekening met de hoeveelheid in mest die door het natte najaar van 1998 pas in 1999 is aangewend (14 miljoen kg N).

Ontwikkeling aanvoer van stikstof

De aanvoer van stikstof op landbouwgrond is tussen 1986 en 2001 met circa 25% gedaald. Van de totale aanvoer van stikstof naar de bodem komt circa 90% op landbouwgronden terecht, hoofdzakelijk in de vorm van dierlijke mest en kunstmest.

Ontwikkeling afvoer van stikstof

Van de aangevoerde hoeveelheid stikstof op landbouwgronden nemen de gewassen (inclusief gras) circa 50% op. De rest komt in het milieu terecht, door uit- en afspoeling naar het oppervlaktewater (circa 10% van het totaal), door denitrificatie naar de lucht en door accumulatie in bodem en grondwater.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.