Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Vermestende stoffen in zoet oppervlaktewater, 1985-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De concentraties stikstof en fosfor in zoet oppervlaktewater zijn nog steeds te hoog. Nieuw beleid richt zich op normstelling per watertype in plaats van één generieke norm.

Concentraties stikstof en fosfor blijven te hoog

De concentraties van stikstof in de zoete wateren zijn licht gedaald. De waarden voldoen echter bijna nergens aan de richtinggevende waarde voor het maximaal toelaatbaar risico (MTR), de doelstelling voor 2000. De concentratie fosfor is sterker gedaald dan die van stikstof in de afgelopen jaren. In de rijkswateren voldoet de concentratie sinds een aantal jaren aan het MTR; in het IJsselmeer voldoet de concentratie al ruim tien jaar. In de regionale wateren lijkt de laatste jaren sprake van stagnatie.

Aanpassing huidig beleid nodig

De overheid wil de overbemesting (eutrofiëring) van oppervlaktewater tegengaan. Overschrijding van MTR-waarden voor stikstof en fosfor kan leiden tot ongewenste effecten op ecosystemen zoals overmatige algengroei.Bij rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) zijn al tal van maatregelen genomen, zoals defosfatering. Ook zijn fosfaten uit wasmiddelen verbannen en zijn diverse maatregelen in de landbouw genomen. MTR-waarden voor de nutriënten stikstof (N; 2.2 mg/l) en fosfor (P; 0.15 mg/l) zijn vastgesteld voor 'eutrofiëringsgevoelige, stagnante wateren', dat wil zeggen voor wateren met weinig of geen stroming. Voor andere wateren zijn deze waarden 'richtinggevend'. Deze generieke waarden doen geen recht aan de grote verschillen in gebieden en watertypen. Daarom geven de Vierde Nota Waterhuishouding (V&W, 1999) en het 3e Nationaal Milieubeleidsplan (VROM, 1997) ruimte aan gedifferentieerde normstelling. Recent zijn hiervoor voorstellen gedaan (CIW, 2002; Van Liere en Jonkers, 2002).

Nieuw EU-beleid gaat verder

Het halen van de MTR biedt echter geen enkele garantie voor herstel van eutrofiëringsgevoelige stagnante wateren. Hiervoor is het bereiken van een lagere streefwaarde noodzakelijk.Recent is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht geworden. Doel van deze richtlijn is op termijn te komen tot een 'Goede Ecologische Toestand', met als randvoorwaarden concentraties van nutriënten en andere stoffen. Verwacht wordt dat dit nieuwe Europese beleid tot aanvullende maatregelen zal leiden.

Andere cijfers dan voorheen

Bij de grafieken is steeds een selectie gemaakt van stagnante of eutrofiëringsgevoelige locaties. Stromende wateren en wateren waarover onvoldoende informatie was zijn niet meegenomen. Omdat deze selectie vorige jaren niet gemaakt is, wijken de huidige data af van eerder gepubliceerde. Informatie over de meetlocaties staat onderaan deze indicator bij referenties en toelichting.

Meetlocaties

De meetlocaties in de rivieren zijn meetlocaties gekozen door de Commissie Integraal Waterbeheer/Commissie Uitvoering Wet Verontreiniging Oppervlaktewater (CIW/CUWVO).Voor de rijkswateren is een groep meetlocaties samengesteld uit 25 door CIW/CUWVO geselecteerde, representatieve locaties uit het totale meetnet van de rijkswateren waaronder meetpunten in Rijn, Maas, Schelde, IJssel, IJsselmeer en in een aantal kanalen en meren.Voor de regionale wateren is een CIW-selectie van meetlocaties, representatief voor de beheersgebieden van de waterbeheerders (waterschappen en hoogheemraadschappen) gekozen. Deze locaties zijn gelegen in de grotere regionale wateren. Er is steeds een selectie gemaakt van stagnante of eutrofieringsgevoelige locaties; stromende wateren en wateren waarover onvoldoende informatie beschikbaar was, zijn niet meegenomen. Omdat deze selectie vorige jaren niet gemaakt is, wijken de huidige data af van eerder gepubliceerde.De concentraties nutriënten zijn zomergemiddelden.

Referenties

  • CIW, 2002. Gedifferentieerde normstelling voor nutriënten in oppervlaktewater. Commissie Integraal Waterbeheer, werkgroep 4
  • Liere, E. van en D.A. Jonkers (red.) (2002). Watertypegerichte normstelling voor nutriënten in oppervlaktewater. RIVM (rapportnr. 703 715 005), Bilthoven.
  • V&W (1999). Vierde Nota waterhuishouding. Ministerie Verkeer en Waterstaat, Den Haag.
  • VROM (1997). Nationaal Milieubeleidsplan 3. Ministerie van VROM, Den Haag.

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2003). Vermestende stoffen in zoet oppervlaktewater, 1985-2001 (indicator 0252, versie 04 , 10 oktober 2003 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.