Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Vermestende stoffen in zoet oppervlaktewater, 1985-2003

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De concentraties stikstof en fosfor in zoet oppervlaktewater zijn nog steeds hoog.

Concentraties stikstof en fosfor blijven hoog

De concentraties van stikstof in de zoete wateren zijn licht gedaald in de aangegeven periode. De waarden voldoen echter bijna nergens aan de richtinggevende waarde voor het maximaal toelaatbaar risico (MTR). De concentratie fosfor is sterker gedaald dan die van stikstof in de afgelopen jaren, hoewel de laatste jaren de daling is verminderd.

  • Beleid
    De overheid wil de overbemesting (eutrofiëring) van oppervlaktewater tegengaan. Overschrijding van MTR-waarden voor stikstof en fosfor kan leiden tot ongewenste effecten op ecosystemen zoals overmatige algengroei of kroosbedekking.
  • MTR-waarden voor de nutriënten stikstof (2.2 mg N/l) en fosfor (0.15 mg P/l) zijn vastgesteld voor 'eutrofiëringsgevoelige, stagnante wateren', dat wil zeggen voor wateren met weinig of geen stroming. Voor andere wateren zijn deze waarden 'richtinggevend'. Om de eutrofiëringsproblematiek werkelijk te bestrijden zijn tevens streefwaarden afgeleid (0.05 mg P/l en 1 mg N/l).
  • Generieke waarden voor nutriënten doen geen recht aan de grote verschillen in gebieden en watertypen. Daarom geven de Vierde Nota Waterhuishouding (V&W, 1999) en het 3e Nationaal Milieubeleidsplan (VROM, 1997) ruimte aan gedifferentieerde normstelling. Recent zijn hiervoor berekeningen uitgevoerd (CIW, 2002; Van Liere en Jonkers, 2002; CIW, 2002).
  • In december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) als wet van kracht geworden, maar dat heeft nog niet geresulteerd in concrete maatregelen. Volgens een door de KRW voorgeschreven methodiek moet de Goede Ecologische toestand voor natuurlijke wateren (meren, rivieren, overgangswateren en mariene wateren) worden bepaald aan de hand van een aantal voorgeschreven biologische parameters. Nutriëntenconcentraties mogen nooit zodanig hoog zijn dat ze het bereiken van de Goede Ecologische Toestand in de weg staan.
  • Voor kunstmatige wateren en zeer sterk (hydromorfologisch) veranderde wateren moet een Goed Ecologisch Potentieel worden bereikt, dat op analoge wijze wordt afgeleid als bij de natuurlijke wateren. De eisen voor de ecologie kunnen hier minder stringent zijn. Het proces om de verschillende Ecologische Toestanden en Potentielen vast te leggen, is in volle gang.

Andere cijfers dan voorheen

In vorige jaren werd de concentraties van nutriënten geaggregeerd weergegeven in regionale wateren en rijkswateren. Vanaf 2004 wordt er, vanwege de rapportage behorende bij de Kaderrichtlijn Water geaggregeerd in stroomgebieden. Bij de grafieken is steeds een selectie gemaakt van stagnante of eutrofiëringsgevoelige locaties. De concentraties van de nutriënten zijn zomergemiddelden, omdat de toets aan de richtinggevende waarde als zomergemiddelde is vastgesteld.

Meetlocaties

De meetlocaties in de rivieren zijn meetlocaties gekozen door de Commissie Integraal Waterbeheer/Commissie Uitvoering Wet Verontreiniging Oppervlaktewater (CIW/CUWVO). Voor de jaren 1985 tot 2002 zijn de regionale wateren (ca. 250 locaties) en de rijkswateren (ca. 25 locaties) samengevoegd. Voor de kleinere stroomgebieden in het Nederlandse deel van Schelde en Eems is slechts een gering aantal meetlocaties gerapporteerd.

Referenties

  • CIW, 2002. Gedifferentieerde normstelling voor nutriënten in oppervlaktewater. Commissie Integraal Waterbeheer.
  • CIW, 2004. Water in Beeld, Water in Cijfers. Commissie Integraal Waterbeheer.
  • Liere, E. van en D.A. Jonkers (red.) (2002). Watertypegerichte normstelling voor nutriënten in oppervlaktewater. RIVM (rapportnr. 703 715 005), Bilthoven.
  • V&W (1999). Vierde Nota waterhuishouding. Ministerie Verkeer en Waterstaat, Den Haag.
  • VROM (1997). Nationaal Milieubeleidsplan 3. Ministerie van VROM, Den Haag.

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Vermestende stoffen in zoet oppervlaktewater, 1985-2003 (indicator 0252, versie 06 , 30 mei 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.