Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Verbruik van duurzame energie, 1990-2008

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het aandeel duurzaam in het binnenlandse energieverbruik is in 2008 toegenomen tot 3,4 procent. Bijna tweederde van het duurzame energieverbruik is afkomstig uit biomassa en ongeveer een derde uit windenergie.

  1990 2000 2005 2007 2008
           
  TJ vermeden verbruik van fossiele primaire energie
Totaal duurzame energiebronnen 18 096 37 577 80 538 95 924 112 689
           
Waterkracht 752 1 179 733 877 840
Windenergie, totaal 495 6 861 17 222 28 193 35 094
w.v. Wind op land 495 6 861 17 222 25 487 30 184
  Wind op zee - - - 2 706 4 910
Zonne-energie totaal 76 487 1 047 1 123 1 189
w.v. Zonnestroom 3 66 295 304 330
  Zonnewarmte 73 421 752 819 859
Omgevingsenergie totaal . 809 2 328 4 149 5 443
w.v. Warmtepompen . 589 1 830 3 446 4 622
  Warmte/koude opslag 3 220 498 703 821
Biomassa totaal 16 770 28 242 59 208 61 581 70 124
w.v. Afvalverbrandingsinstallaties 6 093 11 417 11 874 12 979 13 051
  Bij- en meestoken biomassa in centrales - 1 755 30 522 15 702 19 692
  Houtkachels voor warmte bij bedrijven 1 308 1 806 1 914 2 382 2 508
  Houtkachels bij huishoudens 6 231 5 701 5 464 5 464 5 464
  Overige biomassaverbranding 440 2 317 4 397 5 632 9 125
  Biogas, totaal 2 698 5 246 4 936 6 391 8 234
  w.v. Biogas uit stortplaatsen 336 1 934 1 580 1 406 1 387
    Biogas uit rioolwaterzuivering 1 866 2 299 2 127 2 132 2 262
    Biogas op landbouwbedrijven     78 1 441 2 927
    Biogas, overig 497 1 013 1 151 1 412 1 658
  Biobrandstoffen voor wegverkeer, totaal - - 101 13 031 12 048
  w.v. Biobenzine - - - 3 687 4 524
    Biodiesel - - 101 9 344 7 524
           
  als % van totaal energieverbruik  
Totaal duurzame energie 0,67 1,23 2,44 2,87 3,39
 
Bron: CBS (2009a). CBS/CLO/dec09/0385

Verbruik van duurzame energie groeit

Het verbruik van duurzame energie in Nederland is in 2008 gegroeid van 2,9 naar 3,4 procent van het binnenlandse energieverbruik. Deze groei komt vooral door de groei van de bijdragen van biomassa en windenergie. De Nederlandse overheid streeft naar 20 procent duurzame energie in 2020 (VROM, 2007).

Meer biomassa

De bijdrage van biomassa aan de energievoorziening steeg in 2008 van 1,8 naar 2,2 procent. Deze stijging heeft te maken met de toename van het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales. Daarnaast zijn ook drie middelgrote installaties in gebruik genomen die afvalhout en mest omzetten in elektriciteit.

Windenergie blijft groeien

Ruim 1 procent van de energievoorziening was in 2008 afkomstig van Nederlandse windmolens. Deze molens produceerden ongeveer een kwart meer energie dan het jaar daarvoor. Deze toename werd vooral veroorzaakt door het bijplaatsen van nieuwe grote molens, zowel op land als op zee.

Omgevingsenergie, zonne-energie en waterkracht nog klein

Biomassa en windenergie zijn de belangrijkste bronnen van duurzame energie. De overige bronnen van duurzame energie zijn omgevingsenergie, zonne-energie en waterkracht. De totale bijdrage van deze drie bronnen aan de energievoorziening bleef beperkt tot iets meer dan 0,2 procent in 2008.
Wat opvalt, is dat het gebruik van omgevingsenergie de laatste jaren groeit met ongeveer 30 procent per jaar. Daarbij worden, in tegenstelling tot duurzame elektriciteitsproductie, relatief weinig subsidies verstrekt.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over duurzame energie is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Verbruik van duurzame energie

Omschrijving

Het verbruik van duurzame energie naar energiebron (zoals wind en biomassa) en techniek (zoals windmolens en houtkachels), uitgedrukt als aantal terajoules (TJ) vermeden verbruik van fossiele primaire energie.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De berekeningswijze verschilt per combinatie van bron en techniek. De basisinformatie is afkomstig uit enquêtes van het CBS, uit de registratie van duurzame stroomcertificaten van CertiQ, en voor de jaren tot en met 2002 uit deelinventarisaties uitgevoerd door Ecofys en KEMA.De berekeningswijze is per techniek vastgelegd in het Protocol Monitoring Duurzame Energie (SenterNovem, 2006). Tevens is een methodologische verantwoording te vinden in het rapport Duurzame energie in Nederland 2008 (CBS, 2009c)Duurzame energie wordt uitgedrukt in vermeden gebruik van primaire fossiele energie. De keuze voor deze wijze van uitdrukken is vastgelegd in het Protocol Monitoring Duurzame Energie.

Basistabel

StatLine: Duurzame energie: vermeden prim. energie (CBS, 2009a)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Het verbruik van duurzame energie uitgesplitst naar energiebron / techniek, uitgedrukt als percentage van het totale energieverbruik.Het verbruik van duurzame energie uitgesplitst naar energiebron / techniek, uitgedrukt als vermeden emissie van kooldioxide (in kton, resp. als percentage van de totale kooldioxide emissie).

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Duurzame energie (CBS, 2007) (onderzoeksbeschrijving)Verbruik duurzame energie groeit (CBS, 2009b)Duurzame energie in Nederland 2008 (CBS, 2009c)Definitieve cijfers duurzame energie 2008. Toelichting op bijstellingen (CBS, 2009d).

Opmerking

In de verbruikscijfers in de tabel is de import van groene stroom niet meegeteld.

Betrouwbaarheidscodering

A (integrale enquête) voor duurzame energie uit waterkracht;A (integrale enquête) voor duurzame energie uit windenergie;D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake) voor duurzame energie uit zonne-energie;E (schatting gebaseerd op een enkele meting, expert judgement, relevante feiten of extrapolatie van andere metingen) voor duurzame energie uit omgevingsenergie;C (schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd) voor biomassa in afvalverbrandingsinstallaties;A (integrale enquête) voor meestoken biomassa in elektriciteitscentrales;D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake) voor biomassa in houtkachels voor warmte bij bedrijven;E (schatting gebaseerd op een enkele meting, expert judgement, relevante feiten of extrapolatie van andere metingen) voor huishoudelijke houtkachels;A (integrale enquête) voor overige biomassaverbranding;B (schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is) voor biogas;C (schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd) voor biobrandstoffen voor het wegverkeer.Per onderdeel wordt in het rapport Duurzame energie in Nederland 2008 (CBS, 2009c) ingegaan op de betrouwbaarheid.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Verbruik van duurzame energie, 1990-2008 (indicator 0385, versie 17 , 15 december 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.