Compendium voor de Leefomgeving
557 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Windvermogen in Nederland, 1990-2011

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het opgestelde vermogen voor windenergie is in 2011 met 79 Megawatt toegenomen. Het totale opgestelde vermogen komt daarmee op 2 316 Megawatt (nader voorlopig cijfer).

Toelichting bij de grafiek

De grafiek geeft het windvermogen voor Nederland (op land, op zee) en per provincie (op land) voor het jaar 2011 (nader voorlopige cijfers). Door op "Download figuurdata" (onderaan de grafiek) te klikken komt een tabel beschikbaar met vergelijkbare landelijke en provinciale gegevens over de periode 1990-2011.

In Flevoland staan de meeste windmolens

Bij de verdeling van de windmolens over het land valt op dat de meeste windmolens in de kustprovincies staan. Dat is niet verwonderlijk, gezien het grotere windaanbod. Bij de plaatsing van de windmolens is het windaanbod echter niet de enige factor. Ook de beleving over de inpasbaarheid in het landschap speelt een belangrijke rol. Dat verklaart waarom in Flevoland de meeste windmolens staan, ondanks dat Flevoland niet de meest gunstige windcondities heeft (SenterNovem, 2005).

Subsidies cruciaal voor nieuwe windmolens

Het produceren van elektriciteit uit windenergie is vooralsnog duurder dan het produceren van elektriciteit uit aardgas, kolen of nucleaire bronnen. Subsidies voor windenergie zijn daarom cruciaal voor investeerders in windmolens.

MEP tot 2006 belangrijkste subsidieregeling voor nieuwe windmolens

In augustus 2006 heeft de Minister van Economische Zaken de destijds belangrijkste subsidieregeling, de regeling Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie (MEP), gesloten vanwege de grote populariteit en daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen voor de overheid. Bestaande projecten en projecten die al waren ingediend hebben hier geen last van. Nieuwe windmolenprojecten hebben een lange doorlooptijd (planologische procedures, regelen financiering, bouwtijd). Als gevolg daarvan is pas in de cijfers vanaf 2009 het effect te zien van het stopzetten van de MEP-subsidie.

Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE)

Inmiddels is er een nieuwe subsidieregeling voor nieuwe windmolens: de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE en SDE+). Op 1 maart 2012 stond er ongeveer 150 MW aan windmolens met SDE subsidie (Agentschap NL, 2012). Wel zijn er veel SDE subsidieaanvragen ingediend en toegekend voor nieuwe windmolens. Op basis van de toegekende subsidies zou nog 1 700 MW aan windmolens neergezet kunnen worden (Agentschap NL, 2012). Het is nog niet duidelijk of al deze nieuwe windmolens gerealiseerd gaan worden.

Wind op zee

In 2006 is het eerste windpark op zee in gebruik genomen. In 2008 het tweede. Samen zijn deze twee parken nu goed voor ongeveer een tiende van het windvermogen en een zesde van de elektriciteitsproductie uit windenergie. De windmolens op zee produceren dus meer elektriciteit per eenheid vermogen dan de windmolens op land. Daar staat tegenover dat windmolens op zee fors duurder zijn. Per saldo is elektriciteit uit wind op zee duurder dan wind op land (Lensink et al., 2011). Vanuit de SDE regeling is subsidie toegekend voor ruim 700 MW voor nieuwe windparken op zee (Agentschap NL, 2012).

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over hernieuwbare energie is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Windvermogen in Nederland

Omschrijving

Ontwikkeling van het windvermogen in Nederland (totaal, op land, per provincie en op zee).

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Een methodologische verantwoording te vinden in het rapport Hernieuwbare energie in Nederland 2011 (CBS, 2012c).

Basistabel

StatLine: Windenergie op land; productie en capaciteit per provincie (CBS, 2012b)

Geografisch verdeling

Totaal Nederland en provincies (op land); totaal op zee.

Andere variabelen

Aantal windmolens, rotoroppervlak, elektrisch vermogen, aandeel in het totale elektriciteitsverbruik.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Hernieuwbare energie in Nederland 2011 (CBS, 2012c)

Opmerking

Definitie nader voorlopige cijfers:Nader voorlopige cijfers hebben een meer definitieve status dan voorlopige cijfers.

Betrouwbaarheidscodering

A (Integrale enquête)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Windvermogen in Nederland, 1990-2011 (indicator 0386, versie 18 , 27 juli 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Read in English Print pagina Download PDF
Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.