Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Transport en verwerking van mest, 1994-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Circa 70 procent van de getransporteerde mest blijft binnen de Nederlandse landbouw. Het overige deel wordt geëxporteerd of verwerkt door verwerkingsbedrijven.

  1994 1995 2000 2003 2004 2005
             
Stikstof 1) miljoen kg N        
Herkomst van getransporteerde mest            
Nederlandse landbouwbedrijven 121,1 120,0 102,5 87,3 91,1 92,0
buitenland (import) 0,9 0,9 1,3 1,7 2,0 1,9
             
Bestemming van getransporteerde mest            
Nederlandse landbouwbedrijven 100,9 99,2 78,0 65,1 65,2 70,8
buitenland (export) 17,4 18,0 16,0 13,3 17,5 16,8
verwerkingsbedrijven 2) 3,5 2,7 4,3 3,7 5,0 4,9
             
Fosfaat miljoen kg P2O5        
Herkomst van getransporteerde mest            
Nederlandse landbouwbedrijven 78,5 72,4 65,0 55,7 56,4 59,6
buitenland (import) 0,5 0,5 0,7 1,2 1,3 1,3
             
Bestemming van getransporteerde mest            
Nederlandse landbouwbedrijven 65,0 60,1 47,0 40,3 38,9 44,3
buitenland (export) 12,1 11,3 13,8 10,6 13,9 15,6
verwerkingsbedrijven 2) 1,8 1,0 1,8 2,0 2,9 2,7
             
Bron: CBS en Dienst Regelingen.  CBS/MNC/okt07/0403
1) De hoeveelheid stikstof in dierlijke mest is exclusief gasvormige verliezen uit stal en opslag.
2) Saldo van aanvoer en afvoer door verwerkingsbedrijven (= de hoeveelheid verwerkte mest).

Export van dierlijke mest verder toegenomen

Om aan de wettelijke normen te kunnen voldoen voeren bedrijven die teveel mest produceren dit overschot af. Dit gebeurt naar bedrijven die nog plaatsingsruimte hebben om de mest te gebruiken, naar mestverwerkingsbedrijven en naar het buitenland. De getransporteerde mest wordt uitgedrukt in hoeveelheden stikstof en fosfaat.
Circa 70 procent van de in Nederland door landbouwbedrijven afgevoerde stikstof en fosfaat in dierlijke mest wordt getransporteerd naar andere Nederlandse landbouwbedrijven.

Wettelijke normen

In de periode 1994-2005 is het wettelijk toegestane gebruik van dierlijke mest gedaald van gemiddeld 180 kg fosfaat per hectare naar circa 90 kg fosfaat per hectare. Sinds 1998 hebben bedrijven daarop gereageerd door mineralenarmer voer te gaan gebruiken en minder dieren te gaan houden.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over transport en verwerking van mest is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Technische toelichting

Vóór 1998 werd de registratie van de aan- en afvoer van dierlijke mest door landbouwbedrijven verzorgd door de Stichting Landelijke Mestbank. Het CBS berekende de hoeveelheid fosfaat en stikstof op basis van de gemiddelde samenstelling van de in die jaren geproduceerde mest. Met ingang van 1 januari 1998 registreert Bureau Heffingen (thans Dienst Regelingen) de aan- en afvoer van dierlijke mest. Bedrijven die een verfijnde aangifte indienen, zijn verplicht om de mesttransporten te laten analyseren op de inhoud aan fosfaat en stikstof. De hoeveelheid stikstof in dierlijke mest is exclusief de gasvormige verliezen die optreden in stal en opslag (Oenema et al., 2000). De cijfers van 1994 tot en met 1997 zijn hiervoor in het Milieu- en Natuurcompendium, in afwijking van de presentatie in de databank StatLine (CBS, 2007b), achteraf gecorrigeerd.De totale afvoer is steeds iets groter dan de aanvoer. Het verschil bedraagt maximaal ruim 4% en kan een aantal oorzaken hebben: voorraadvorming bij de handel, mestafzet bij particulieren en statistische onnauwkeurigheden. Het artikel Transport en gebruik van mest en mineralen (CBS, 2006) geeft een korte methodebeschrijving van het onderzoek.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2007). Transport en verwerking van mest, 1994-2005 (indicator 0403, versie 08 , 19 november 2007 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.