Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Kosten en financiering

Kosten en financiering natuur- en landschapsbeheer, 1999-2003

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De uitgaven voor het beheer van natuur en landschap zijn tussen 1999 en 2003 met 30% gestegen. Het overgrote deel van deze kosten wordt gefinancieerd door de overheid, met name het Rijk.

    1999 2000 2001 2003*
           
Kosten mln euro      
Bruto kosten 749 915 1000 974
w.o. verwerving natuurterreinen 123 234 228 135
  inrichting en beheer 299 320 375 369
  apparaatskosten 201 224 255 299
Opbrengsten 44 47 49 57
Netto kosten 705 868 951 917
           
Specificatie netto kosten naar sector        
Rijk 263 325 401 415
Provincies 58 66 68 71
Landbouw 30 35 39 55
Natuurbeschermingsorganisaties 253 337 335 279
Overige sectoren 1) 101 105 108 97
           
Financiering        
Totaal 705 868 951 917
Overheid 492 597 685 713
w.o. Rijk 422 496 582 577
Particulieren 2) 92 152 146 87
Huishoudens 120 116 117 117
Onverdeeld 2 4 3 1
           
Bron: CBS (2005). CBS/MNC/okt05/0519
1) Gemeenten, waterschappen, delfstoffenwinning, industrie, nutsbedrijven, particuliere bosbouw.
2) Landbouw, delfstoffenwinning, industrie, nutsbedrijven, particuliere bosbouw, natuurbeschermingsorganisaties.

Uitgaven voor natuur en landschap sterk gestegen

De netto kosten voor natuur- en landschapsbeheer zijn tussen 1999 en 2003 met 30% gestegen. Vooral door het Rijk is flink meer uitgegeven aan natuur en landschap: in 2003 58% meer dan in 1999.

Verwerving, inrichting en beheer natuurterreinen

Sinds 1990 wordt gewerkt aan het tot stand komen van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een aaneengesloten netwerk van kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden. Het is de bedoeling dat de EHS in 2018 is gerealiseerd. Ruim de helft van de bruto kosten voor natuur- en landschapsbeheer wordt besteed aan grondverwerving in het kader van de EHS, en de inrichting en het beheer van natuurterreinen (54% in 2003). Daarnaast wordt ongeveer een kwart uitgegeven als apparaatskosten (kosten voor personen en hulpmiddelen die nodig zijn voor het doen functioneren van een instelling of het verrichten van een taak). Ten slotte wordt er ook veel geld aan uitgegeven aan educatie, voorlichting en onderzoek op het gebied van natuur- en landschapsbeheer.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer gegevens over de kosten en financiering van het natuur- en landschapsbeheer is te vinden op StatLine (CBS).

Technische toelichting

Technische toelichting

De uitgaven voor de verwerving, inrichting en het beheer van natuurterreinen worden als jaarlijkse kosten weergegeven. De reden hiervoor is dat er wordt uitgegaan van de mannier waarop het Rijk haar uitgaven verantwoordt: bij de rijksoverheid worden de totale uitgaven in een bepaald jaar verantwoord als kosten. Hierbij wordt een bepaalde investering in één keer als totaal afgeschreven. De kosten worden dus niet - zoals gebruikelijk - over meerdere jaren verdeeld op basis van de te verwachten economische levensduur.Op StatLine publiceert het CBS naast de hieronder genoemde publicatie (CBS, 2005) ook een publicatie met gegevens over de kosten en financiering van het natuur- en landschapsbeheer voor de periode 1985-1997. Deze cijfers uit de laatstgenoemde publicatie sluiten niet (helemaal) aan op de hier gepresenteerde gegevens. Een zeer belangrijke wijziging betreft de overdrachten van de huishoudens aan overige natuurbeschermingsorganisaties. Deze overdrachten zijn vanaf 1999 toegevoegd aan de al opgenomen overdrachten die worden verkregen via het Rijk en de provincies. De eigen kosten van deze organisaties zijn met eenzelfde bedrag verhoogd

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Kosten en financiering natuur- en landschapsbeheer, 1999-2003 (indicator 0519, versie 01 , 12 oktober 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.