Visserijdruk in de Noordzee, 1947-2024
In 2024 werden de bestanden van schol en tong op duurzaamheidsniveau bevist. Dit betekent dat de visserijsterfte – het aantal vissen dat door visserij stierf – lager was dan het gestelde duurzaamheidsdoel. Voor de bestanden van haring en kabeljauw overschreed de visserijdruk het duurzaamheidsdoel en voor de zuidelijke en Viking-deelbestanden van kabeljauw lag de visserijsterfte zelfs boven de voorzorggrens.
Visserijsterfte als beheerdoel
Visserijsterfte is een indicator van de visserijdruk, en kan gedefinieerd worden als het deel van de vispopulatie dat wordt gevangen. Een hogere visserijdruk betekent een lagere overlevingskans voor de vissen die groot genoeg zijn om in de netten terecht te komen.
Het Gemeenschappelijke visserijbeleid van de EU legt voor het beheer van visbestanden grenzen op aan de visserijsterfte. Deze grenzen omvatten een limietgrens, een voorzorggrens, en een duurzaamheidsdoel (Europese Commissie, 2014). Als de visserijsterfte de voorzorggrens overschrijdt, zijn er maatregelen nodig om verdere afname van de visbestandsgrootte door overbevissing te voorkomen. Wanneer de visserijsterfte de limietgrens overschrijdt, komt de voortplanting in gevaar omdat er weinig volwassen vissen overblijven om voor de voortplanting te zorgen. Het duurzaamheidsdoel stelt een visserijdruk vast die leidt tot een maximale duurzame oogst, waarbij de visbestanden niet overbevist worden en de omvang van de bestanden naar verwachting stabiel blijven. Vanuit de EU wordt gestuurd om de visserijsterfte op een niveau te handhaven die leidt tot maximale duurzame oogst (duurzaamheidsdoel), waarbij het bestand van volwassen vissen gezond blijft. Dit gebeurt door de totale toegestane vangst (TAC) per soort vast te stellen, aangevuld met een maximum aantal dagen op zee en technische maatregelen zoals voorschriften voor de maaswijdte.
Haring
Sinds 1947 is het haringbestand voornamelijk bevist onder het duurzaamheidsniveau, met uitzondering van enkele meerjarige perioden (1947-1951, 1998-2003 en 2008-2022) waarin de visserijsterfte onder de voorzorggrens en het duurzaamheidsdoel lag. Vooral tussen 1965 en 1976 was de visserijdruk extreem hoog, met een visserijsterfte die in de meeste jaren ver boven de voorzorggrens/duurzaamheidsdoel van 0,23 lag. In deze periode is het haringbestand dan ook volledig ingestort. Ondanks dat de vangst in een deel van deze periode werd stilgelegd om het haringbestand te laten herstellen, werd er toch nog te veel haring gevangen (o.a. als bijvangst). Hierdoor bleef de visserijsterfte toch hoog. Verdergaande maatregelen hebben tot een daling van de visserijdruk, een verlaging van de visserijsterfte en daarmee een herstel van het haringbestand geleid. Sinds 2023 ligt de visserijsterfte op het duurzaamheidsdoel en in 2024 hier net boven met 0,29. Dit betekent dat het haringbestand in het afgelopen jaar niet duurzaam is bevist.
Kabeljauw
Sinds 2024 wordt het kabeljauwbestand beheerd in drie afzonderlijke deelbestanden: het zuidelijke bestand (zuidelijke Noordzee), het noordwestelijke bestand (noordwestelijke Noordzee en ten westen van Schotland) en het Viking-bestand (noordoostelijke Noordzee). De deelbestanden verschillen in biologische kenmerken zoals groei en geslachtsrijpheid, en hebben elk hun eigen paaigronden. Hoewel deze deelbestanden zich vermengen en samen worden gevangen, wordt aangenomen dat er in het voortplantingsseizoen geen vermenging plaatsvindt.
Vóór de indeling in deelbestanden werd kabeljauw als één bestand beheerd. Sinds het begin van de metingen in 1963 lag de visserijsterfte in het totale kabeljauwbestand boven de duurzaamheidsdoelen. Voor de meeste jaren tot ongeveer 2010 lag de visserijsterfte zelfs flink boven de voorzorg- en limietgrens. Dit wijst op een te hoge visserijdruk. Na een verlaging van de Totale Toegestane Vangst (TAC) in 1999 en de implementatie van herstelprogramma’s was er een dalende trend in de visserijsterfte zichtbaar in het eerste decennium van deze eeuw. Na enkele jaren met een visserijsterfte rond 0,7 (2011-2016), nam in 2017 en 2018 de visserijsterfte echter weer aanzienlijk toe. Na 2018 werd de visserijdruk opnieuw flink verminderd. In 2024 lag de visserijsterfte voor het zuidelijke, noordwestelijke en Viking-bestand echter boven het duurzaamheidsdoel, respectievelijk 0,231, 0,196, en 0,187. Het Viking- en zuidelijke deelbestand liggen ook onder de voorzorggrens. Dit betekent dat de visserijdruk op het kabeljauwbestand nog steeds te hoog is.
Schol
Tussen 1958 en 2007 lag de visserijsterfte in het scholbestand boven het duurzaamheidsdoel (0,123), wat aangeeft dat de visserijdruk te hoog was. Binnen dezelfde periode lag de visserijsterfte voor de meeste jaren ook boven de voorzorggrens (0,141).
Dankzij beheersmaatregelen nam de visserijsterfte na 2003 scherp af. Deze ligt sinds 2006 onder de voorzorggrens en sinds 2008 onder het duurzaamheidsdoel. Vanaf 2019 is de visserijsterfte nog verder afgenomen en in 2024 lag de visserijsterfte met 0,04 ver onder het duurzaamheidsdoel van 0,123. Dit betekent dat het scholbestand in de afgelopen jaren op een duurzame manier wordt bevist.
Tong
Het tongbestand wordt al sinds het begin van de metingen (1957) overbevist. De visserijsterfte lag in de periode van 1967-2020 boven de voorzorggrens en het duurzaamheidsdoel van 0,186. Na de eeuwwisseling nam de visserijsterfte langzaam af. Vanaf 2021 lag de visserijsterfte voor het eerst sinds 1966 onder het duurzaamheidsdoel. In de opvolgende jaren nam deze verder af en in 2024 lag de visserijsterfte met 0,058 ver onder het duurzaamheidsdoel.
Definitie visserijsterfte
De visserijsterfte wordt bepaald op basis van de verhouding van de jaarlijkse vangst en het bestand volwassen vis. Zie de technische toelichting voor meer informatie.
Bronnen
- Densen, W.L.T. van, en N.T. Hintzen (2010). Kernbegrippen visserijbeheer en overzicht toestand visbestanden in Europa. Rapport C006/10. IMARES, institute for Marine Resources and Ecosystem Studies, Wageningen.
- Europese Commissie (2014). Het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Brussel, Commissie van de Europese Gemeenschappen.
- ICES. (2025a). Sole (Solea solea) in Subarea 4 (North Sea). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, sol.27.4.
- ICES. (2025b). Plaice (Pleuronectes platessa) in Subarea 4 (North Sea) and Subdivision 20 (Skagerrak). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, ple.27.420.
- ICES. (2025c). Herring (Clupea harengus) in Subarea 4 and divisions 3.a and 7.d, autumn spawners (North Sea, Skagerrak and Kattegat, eastern English Channel). Replacing advice provided in May 2024. In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, her.27.3a47d.
- ICES. (2025d). Cod (Gadus morhua) in Subarea 4, divisions 6.a and 7.d, and Subdivision 20 (North Sea, West of Scotland, eastern English Channel and Skagerrak). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, cod.27.46a7d20.
Relevante informatie
- Meer informatie over visbestanden en visvangst is te verkrijgen via de website van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES).
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Visvangst in de Noordzee
- Omschrijving
Ontwikkeling van de vastgestelde TAC (= totale toegestane vangst) en de vangst van haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee tussen 2002 en 2024. De TAC en vangst hebben betrekking op alle landen die in de Noordzee mogen vissen.
- Verantwoordelijk instituut
Wageningen Marine Research
- Berekeningswijze
ICES berekent de vangst op basis van de hoeveelheden officieel aangelande vis en een schatting voor niet-toegewezen vangsten en verkeerd gerapporteerde aanlandingen. Daarnaast maakt ICES een schatting voor de hoeveelheden overboord gezette vis. De website van ICES geeft meer informatie over de gebruikte onderzoeksmethoden en computermodellen waarmee bijschattingen gemaakt worden.
- Basistabel
-
- Geografische verdeling
Haring: Noordzee (ICES IV), inclusief Oostelijk Kanaal (ICES VIId);
Kabeljauw: Noordzee (ICES IV), inclusief Oostelijk Kanaal (ICES VIId) en Skagerrak (ICES IIIa West);
Schol: Noordzee (ICES IV), inclusief Skagerrak (ICES IIIa West);
Tong: Noordzee (ICES IV).- Andere variabelen
ICES publiceert voor een aantal commerciële vissoorten en visgebieden de volgende gegevens: bestandsomvang volwassen vis, aanwas nieuwe rekruten (eenjarige vis), Total Allowable Catch (TAC), vangst (totale vangst en vangst per land), quotum per land, visserijsterfte.
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
- ICES. (2025a). Sole (Solea solea) in Subarea 4 (North Sea). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, sol.27.4.
- ICES. (2025b). Plaice (Pleuronectes platessa) in Subarea 4 (North Sea) and Subdivision 20 (Skagerrak). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, ple.27.420.
- ICES. (2025c). Herring (Clupea harengus) in Subarea 4 and divisions 3.a and 7.d, autumn spawners (North Sea, Skagerrak and Kattegat, eastern English Channel). Replacing advice provided in May 2024. In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, her.27.3a47d.
- ICES. (2025d). Cod (Gadus morhua) in Subarea 4, divisions 6.a and 7.d, and Subdivision 20 (North Sea, West of Scotland, eastern English Channel and Skagerrak). In Report of the ICES Advisory Committee, 2025. ICES Advice 2025, cod.27.46a7d20.
- Betrouwbaarheidscodering
D. Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Visserijdruk in de Noordzee, 1947-2024 (indicator 0578, versie 10, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.