Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Flora en Fauna

Dagvlinders en dichtgroeien heide, 1992-2011

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Vlindersoorten van zowel droge als natte heide gaan achteruit door verdroging, vergrassing en verbossing.

Dagvlinders heide nemen af

Heivlinder, heideblauwtje en veenbesparelmoervlinder zijn ten opzichte 1992 afgenomen. De heivlinder komt voor in droge heide, het heideblauwtje vereist een mozaïek van droge en vochtige heide en de veenbesparelmoervlinder komt voor in natte heide, bij vennen en in hoogvenen. De afname van dagvlinders van de heide is dus niet beperkt tot één type heide.

Oorzaken

De oorzaken van de afname zijn verdroging, vergrassing en verbossing. Daardoor verdwijnen de waardplanten van deze vlindersoorten en ook wordt de structuur van de vegetatie minder geschikt. Sommige heidesoorten, zoals het heideblauwtje, vereisen open plekken in de vegetatie om goed te kunnen opwarmen. Zulke plekken verdwijnen bij vergrassing, waardoor een eentonige heidevegetatie ontstaat zonder jonge heideplanten. Bij een goed beheer kan er echter weer een verbetering optreden.

Bedreiging en bescherming

Alle drie vlindersoorten staan op de Rode Lijst van dagvlinders.
Van de twee veenvlinders zijn leefgebieden ontgonnen of verdwenen door verdroging, verzuring en vermesting. Ook groeiden veentjes dicht of raken sterk geïsoleerd. Beheersmaatregelen zijn nodig om de soorten te beschermen.

Referenties

  • Swaay, C.A.M. van, K. Veling, T. Termaat en C.L. Plate (2012). Vlinders en libellen geteld. Jaarverslag 2011. Rapport VS2012.005. De Vlinderstichting, Wageningen.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Dagvlinders en dichtgroeien heide

Omschrijving

Ontwikkeling populatie van heideblauwtje, veenbesparelmoervlinder en heivlinder

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De indexen voor de drie soorten zijn ontleend aan het landelijk meetnet voor dagvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring. De aantallen veenbesparelmoervlinders zijn per locatie deels bijgeschat op basis van deskundigenoordeel.

Basistabel

zie tabblad figuurdata onder Download figuurdata

Geografisch verdeling

Heide

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Swaay, C.A.M. van, Kars Veling, T. Termaat en C.L. Plate (2012). Vlinders en libellen geteld. Jaarverslag 2011. Rapport VS2012.005. De Vlinderstichting, Wageningen.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Dagvlinders en dichtgroeien heide, 1992-2011 (indicator 1144, versie 11 , 12 oktober 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.