Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Broedvogels en dagvlinders in bossen

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Kenmerkende bosvogels nemen de laatste tijd gemiddeld genomen af. Ook veel kenmerkende bosvlinders zijn in de tweede helft van de 20e eeuw achteruitgegaan of verdwenen.

Ontwikkeling broedvogels

Kenmerkende bosvogels op de zandgronden zijn in 1990 gemiddeld genomen even talrijk als rond 1950. Wel zijn bepaalde soorten toegenomen sinds 1950, waaronder buizerd, havik en enkele soorten spechten. Na 1990 nemen bosvogels als groep enigszins af. Dat komt onder meer door de afname van fluiter en zomertortel. De oorzaken daarvan zijn niet duidelijk. Mogelijk spelen verzuring en verdroging een rol.

Ontwikkeling dagvlinders

Kenmerkende soorten bosvlinders op de zandgronden zijn gemiddeld genomen veel minder talrijk dan in 1950. Dit komt vooral doordat een aantal soorten is verdwenen, zoals de keizersmantel. Sinds 1992 gaan meer soorten achteruit dan vooruit, maar de groep als geheel blijft stabiel op een laag niveau. Eén van de oorzaken is het dichtgroeien van bossen, waardoor minder open plekken overblijven. Voor veel vlindersoorten is het bosrandbeheer van cruciaal belang. Daarbij gaat het om het zorgen voor geleidelijke overgangen van bos naar heide en dergelijke.

Referenties

  • Dijk, A.J. van, M.J.T. van der Weide, S. Deuzeman, L. Dijksen, D. Zoetebier en C. Plate (2002). Kolonievogels en zeldzame broedvogels in Nederland in 2000 en 2001. SOVON-monitoringrapport 2002/03. SOVON Vogelonderzoek Nederland. Beek-Ubbergen.
  • Dijk, A.J. van, F. Hustings, D. Zoetebier en C. Plate (2003). Broedvogel Monitoring Project. Jaarverslag 2000-2001. SOVON-monitoringrapport 2003/01. SOVON Vogelonderzoek Nederland. Beek-Ubbergen.
  • Swaay, C. van, D. Groenendijk en R. Ketelaar (2003). Dagvlinders en libellen onder de meetlat: jaarverslag 2002. Rapport VS2003.005. De Vlinderstichting. Wageningen.
  • Veling, K. (1999). Herstelplan dagvlinders 1999-2002. Rapport VS 98.06. De Vlinderstichting. Wageningen.

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De Soortgroep Trend Index (STI) betreft de gemiddelde index (1950 = 100 voor elke soort) van de volgende broedvogels en dagvlinders van naald- en loofbossen op de hoge zandgronden; tussen haakjes staat de trend sinds 1990 (broedvogels) of sinds 1992 (dagvlinders): Broedvogels: boomklever (toename), boomleeuwerik (toename), boomvalk (afname), buizerd (toename), draaihals (min of meer stabiel), fluiter (afname), gekraagde roodstaart (stabiel), glanskop (stabiel), goudvink (stabiel), groene specht (stabiel), grote bonte specht (stabiel), grote lijster (afname), havik (min of meer stabiel), houtsnip (toename), nachtegaal (afname), wespendief (min of meer stabiel), wielewaal (afname), zomertortel (afname), zwarte specht (afname).Dagvlinders: bont dikkopje (min of meer stabiel), bont zandoogje (toename), boomblauwtje (toename), bruin zandoogje (toename), bruine eikenpage (afname), citroenvlinder (afname), eikenpage (afname), geelsprietdikkopje (vermoedelijke toename), gehakkelde aurelia (afname), groentje (stabiel), groot dikkopje (onduidelijk), groot geaderd witje (verdwenen), grote vos (verdwenen), keizersmantel (verdwenen), kleine ijsvogelvlinder (afname), koevinkje (stabiel), landkaartje (min of meer stabiel), oranje zandoogje (min of meer stabiel), oranjetipje (stabiel), rouwmantel (verdwenen), spiegeldikkopje (onduidelijk), woudparelmoervlinder (verdwenen), zilverstreephooibeestje (verdwenen), zilvervlek (verdwenen).De gegevens zijn afkomstig uit het landelijke broedvogelmeetnet en het landelijke meetnet dagvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Broedvogels en dagvlinders in bossen (indicator 1162, versie 04 , 22 mei 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.