Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Dagvlinders van graslanden, 1992-2015

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Kenmerkende dagvlinders van graslanden zijn in de periode 1992-2015 sterk achteruitgegaan, ook in half-natuurlijke graslanden in natuurgebieden.

Trend dagvlinders half-natuurlijk grasland

Dagvlinders van graslanden zijn sterk in aantallen gedaald. Dat geldt voor grasland in agrarisch gebied, maar ook voor graslanden in natuurgebieden. Van de soorten die opgenomen zijn in deze indicator zijn er in de periode 1992-2015 7 vooruitgaan en 5 achteruit gegaan in (half-natuurlijke) graslanden in natuurgebieden. Er hebben dus iets meer soorten een positieve trend dan een negatieve trend. De afnemende soorten zijn echter veel sterker achteruitgegaan dan de toenemende soorten vooruit zijn gegaan. Voor de cijfers per soort zie de tabel met indexcijfers onder download data.

Ontwikkelingen graslanden

Graslanden vormen het leefgebied van een aantal soorten dagvlinders. De meeste vlinders komen vooral voor in niet of weinig bemeste graslanden: de zogenaamde half-natuurlijke graslanden. Tegenwoordig komen dergelijke graslanden vrijwel uitsluitend in natuurgebieden voor.
In het agrarisch gebied leven graslandvlinders voornamelijk nog in de grazige vegetaties op dijken, in perceelsranden en in wegbermen. Op de agrarische graslanden zelf komen dagvlinders nog maar weinig voor. De oorzaken hiervan zijn vermesting, verdroging en het intensievere gebruik van dijken. Daarnaast zijn dagvlinders gevoelig voor het gebruik van insecticiden op nabij gelegen percelen. De factoren die de achteruitgang van dagvlinders in grasland in het agrarische gebied veroorzaken, spelen deels ook in de half-natuurlijke graslanden.

Ook op Europese schaal gaan graslandvlinders in het agrarisch gebied achteruit (van Swaay et al. 2016).

Referenties

  • Swaay, C.A.M. van, A.J. van Strien en C.L. Plate (2011). Europese indicator toont achteruitgang graslandvlinders. Landschap 28 (1): 4-14.
  • Swaay, C.A.M. van, K. Veling, J. Kok en A. van Strien (2015). 25 jaar vlinders tellen. Rapport VS2015.002. De Vlinderstichting, Wageningen.
  • Swaay, C.A.M. van, et al. (2016). The European Butterfly Indicator for Grassland species 1990-2015. Rapport VS2016.019, De Vlinderstichting, Wageningen

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Dagvlinders van graslanden

Omschrijving

Ontwikkeling van dagvlinders in half-natuurlijk grasland

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De in deze indicator opgenomen soorten vlinders (15 soorten) komen vooral voor in half-natuurlijke graslanden. De selectie van kenmerkende soorten per biotoop is gedaan door de mate van voorkomen in verschillende biotopen te berekenen (Van Strien et al. 2016).
Aantalsgegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet dagvlinders van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie; software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM).
Om de indicator te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen meetkundig gemiddeld over alle soorten (met indexwaarde 100 voor het beginjaar van elke soort). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid. Deze methode komt sterk overeen met die van de Living Planet Index Nederland, 1990-2018. De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., subm.).

Basistabel

De basistabel met indexen van de afzonderlijke soorten met hun trendklasse is via een link te vinden in de hoofdtekst.

Geografisch verdeling

Graslanden in natuurgebieden

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Van Swaay, C.A.M., T. Termaat, J. Kok, K. Huskens en M. Poot (2016). Vlinders en libellen geteld. Jaarverslag 2015. Rapport VS2016.001, De Vlinderstichting, Wageningen.
WWF (2014). Living Planet Report 2016. Risk and resilience in a new era. WWF, Gland, Zwitserland.
WNF (2015). Living Planet Report. Natuur in Nederland. WNF, Zeist.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2017). Dagvlinders van graslanden, 1992-2015 (indicator 1181, versie 13 , 3 januari 2017 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.