Compendium voor de Leefomgeving
521 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Trend van libellen, 1991-2015

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De libellen zijn sinds 1991 aanzienlijk toegenomen. De laatste jaren is de toename na het bereiken van een piek omgebogen naar een lichte afname.

Libellen toename omgebogen

Sinds 1991 is de libellenfauna in Nederland sterk vooruitgegaan in verspreiding (zie tabblad Verspreiding). Dat komt doordat er veel meer in verspreiding toenemende dan afnemende soorten zijn. In 2007 is een piek bereikt, waarna de trend lijkt om te buigen: er is geen verdere toename meer in de verspreiding van libellen en zelfs een recente afname in populatie-aantallen (zie tabblad Aantal).

Rode Lijst Indicator

De toename over de langere termijn van veel soorten libellen heeft geleid tot minder bedreigde soorten op de Rode Lijst voor libellen (zie tabblad Rode Lijst Indicator). Omdat in de laatste jaren de toename van libellen is gestopt is er ook in de Rode Lijst in de laatste jaren geen verdere verbetering.

Soortspecifieke ontwikkelingen

Bij een nadere beschouwing van de soortspecifieke ontwikkelingen (zie hieronder Tabel Verspreiding: indexcijfers per soort) blijkt dat veel soorten gestaag zijn toegenomen tot 2007 en daarna stabiliseren of afnemen Er zijn slechts enkele soorten die over de gehele periode sinds 1991 afnemen of toenemen.

Oorzaken: waterkwaliteit en klimaatverandering

Een aantal soorten libellen, zoals de beekjuffers, heeft geprofiteerd van verbeteringen van de waterkwaliteit en de natuurvriendelijker inrichting en beheer van wateren. Ook zijn er soorten in opkomst door de klimaatverandering, bijvoorbeeld tengere pantserjuffer, kleine roodoogjuffer grote keizerlibel en vuurlibel. Dat libellen niet meer verder toenemen komt onder meer doordat de chemische kwaliteit van veel wateren nog onvoldoende is (zie Waterkwaliteit KRW, 2015). Daarnaast gaan sommige algemene, weinig kritische soorten de laatste jaren achteruit, zoals lantaarntje en gewone oeverlibel. Vermoedelijk is dat een gevolg van toegenomen concurrentie van of predatie door soorten die profiteren van waterkwaliteitsverbetering en klimaatverandering (Termaat & van Strien 2015).

Habitatrichtlijn

Negen soorten libellen staan op de Habitatrichtlijn.

Referenties

  • Swaay, C.A.M. van, T. Termaat, J. Kok, K. Huskens en M. Poot (2016). Vlinders en libellen geteld. Jaarverslag 2015. Rapport VS2016.001, De Vlinderstichting, Wageningen.
  • Termaat, T. & A. van Strien (2015). Libellen: is de grootste winst voorbij? Vlinders 2: 10-12.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Trend van libellen

Omschrijving

Ontwikkelingen in verspreiding en aantallen van libellen als groep

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Alle inheemse soorten libellen zijn in de indicatoren opgenomen. De indicator over verspreiding bevat 57 soorten; daarin ontbreken de zeer zeldzame soorten waarvan geen verspreidingstrends zijn te bepalen. De indicator over populatie-aantallen bevat 50 soorten; daarin ontbreken de soorten met een te onzekere trendschatting (met standaardfout groter dan 0.05).

Aantalsgegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet libellen van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie; software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM).
Verspreidingsgegevens komen uit de Nationale Databank Flora en Fauna en uit het meetnet. Daarmee zijn per soort jaarlijkse indexcijfers over verspreiding (het aantal bezette kilometerhokken) bepaald met behulp van occupancy modellen (Van Strien et al., 2013). Bij libellen zijn de verspreidingsindexen over het algemeen wat betrouwbaarder dan aantalsindexen.
Om de indicatoren (op de eerste twee tabbladen) te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen en over verspreiding meetkundig gemiddeld over alle soorten (met indexwaarde 100 voor het beginjaar van elke soort). Over de jaren heen is een smoothing algoritme toegepast om flexibele trends te bepalen en daaruit zijn trendklassen afgeleid. Deze methode komt sterk overeen met die van de Living Planet Index Nederland, 1990-2016. De betrouwbaarheidsintervallen van de indicator zijn gebaseerd op de betrouwbaarheidsintervallen van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., subm.).
De Rode Lijst Indicator, 1995-2017 (derde tabblad) is gebaseerd op het aantal soorten op de Rode Lijst per jaar (RLI-Lengte). De variant RLI-kleur telt ook de verschuivingen tussen de categorieƫn op de Rode Lijst mee (Van Strien et al., 2014).

Basistabel

De indexen van de afzonderlijke soorten met hun trendklasse staan onder het tabblad afzonderlijke soorten onder download data.

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

CBS (2016). Meetprogramma's voor flora en fauna. Kwaliteitsrapportage NEM over 2015. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag.

Strien, A.J. van, C.A.M. van Swaay en T. Termaat (2013). Opportunistic citizen science data of animal species produce reliable estimates of distribution trends if analysed with occupancy models. Journal of Applied Ecology 50: 1450-1458.

Strien, A. van, R. Verweij, M. de Zeeuw, L. van Duuren en L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur (115) 5: 208-211.

WWF (2014). Living Planet Report 2014, Species and spaces, people and places. WWF, Gland, Zwitserland.

Opmerking

In deze versie van de indicator gebaseerd op aantalsindexen zijn 50 soorten opgenomen in plaats van circa 40 in de vorige versie, omdat er van meer soorten indexcijfers beschikbaar zijn gekomen. Het gevolg ervan is dat deze indicator een positieve trend laat zien.

Betrouwbaarheidscodering

C. Schattingen van trends in verspreiding zijn gebaseerd op niet-gestandaardiseerde metingen die met een toegesneden statistische methode zijn geanalyseerd. De schattingen van de trends in populatie-aantallen zijn wel gebaseerd op gestandaardiseerde metingen, maar niet heel zeker.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Trend van libellen, 1991-2015 (indicator 1387, versie 12 , 26 oktober 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.