Compendium voor de Leefomgeving
557 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurbeleid en natuurbescherming

Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater, 1990 - 2016

De natuurkwaliteit op basis van macrofauna is laag voor alle typen oppervlaktewater. Slechts op enkele plaatsen wordt een goede kwaliteit aangetroffen. In de periode 1990-2016 is sprake van een lichte verbetering.

Kwaliteit in meeste oppervlaktewateren is ontoereikend of matig

De huidige kwaliteit op basis van macrofauna is in de meeste oppervlaktewateren ontoereikend of matig. Slechts een klein deel van de wateren (ongeveer 15%) heeft een goede natuurkwaliteit. Macrofauna zijn kleine, maar met het blote oog zichtbare, ongewervelde dieren (insecten, slakken, etc) die in het oppervlaktewater leven. Een goede kwaliteit komt voor langs de grens met Duitsland, de sprengen (gegraven beken) van de Veluwe, de Wieden en Weerribben, bij brakke wateren in Zeeland en langs de Overijsselse Vecht. Wateren met een slechte kwaliteit komen nog maar weinig voor nadat de waterkwaliteit in de periode 1980-1990 verbeterde.

Nauwelijks verbetering in 25 jaar

De kwaliteit op basis van macrofauna is in de periode 1990 tot en met 2016 licht verbeterd. Bij beken en kanalen is de natuurkwaliteit van macrofauna met 7 procentpunt verbeterd en bij sloten met 4 procentpunt. Bij de meren is de kwaliteit van macrofauna met 4 procentpunt verslechterd. Het gemiddelde is een verbetering met 4 procentpunt.

De natuurkwaliteit wordt vooral bepaald door de vermesting van het oppervlaktewater, de invloed van bestrijdingsmiddelen en het beheer en de inrichting van het water. De inrichting en het beheer van het oppervlaktewater zijn belangrijk voor de aanwezigheid van verschillende habitats. Bij beken is de inrichting en de stroming bepalend voor de kwaliteit. Bij kanalen, sloten en meren zijn de inrichting van de oevers en het waterpeilbeheer belangrijk voor de biologische kwaliteit. Bij viswater kan het uitzetten van vis een negatief effect hebben op de natuurkwaliteit. Bij vennen hebben exotische vissoorten een negatieve invloed: in vennen waar de zonnebaars is uitgezet, komen veel minder macrofauna soorten voor en deze soorten hebben lagere dichtheden.

Verbetering gaat langzaam

De verbetering van de natuurkwaliteit op basis van macrofauna in het water verloopt langzaam. De vermesting van het oppervlaktewater is sinds 1990 in de meeste wateren verminderd. De verbetering in biologische kwaliteit van macrofauna is in deze periode slechts minimaal, minder dan de verbetering in fysisch-chemische waterkwaliteit. Het herstel van de natuurkwaliteit van macrofauna gaat langzaam door verschillende oorzaken: veel macrofauna soorten zijn lokaal verdwenen of zelfs in Nederland uitgestorven; veel waterbodems zijn voedselrijk geworden met troebel water tot gevolg waardoor geen waterplanten kunnen groeien. Herstelmaatregelen worden vaak lokaal in een deel van het water uitgevoerd. De vermesting wordt bepaald door de gehalten aan stikstof en fosfor. De vermesting van het oppervlaktewater is weergegeven in:

Methode biologische kwaliteit voor waterplanten

De natuurkwaliteit op basis van macrofauna is berekend met de maatlat voor waterplanten van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Anders dan in de KRW-beoordeling in de Stroomgebiedbeheerplannen wordt hier geen gebruik gemaakt van het doel dat per water is gesteld, maar wordt de maatlat gebruikt om aan te geven in welke mate de planten voorkomen die in de natuurlijke situatie thuis horen. In dit overzicht zijn voor de gehele periode de meest recente watertype-afhankelijke maatlatten gebruikt, tevens zijn alle beschikbare monitoringsgegevens gebruikt en zijn alle watertypen waaronder sloten meegenomen.

Het uitgangspunt voor een 'zeer goede kwaliteit' is de natuurlijke referentie (voor de kunstmatige wateren de maximale potentie): de aanwezigheid van macrofaunasoorten die kunnen worden aangetroffen in een ongestoorde, optimale situatie. .

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater

Omschrijving

Natuurkwaliteit van macrofauna is gebaseerd op de maatlat van de KRW-maatlat. Deze beoordeling is toegepast op individuele monsters en wijkt daarmee af van de KRW beoordeling per waterlichaam.

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

De natuurkwaliteit is gebaseerd op de monitoringsgegevens van de biologische meetnetten van de waterschappen. Deze gegevens zijn verzameld in de Limnodata Neerlandica, door het IHW en van de waterschappen.

De score op de maatlat voor macrofauna is voor elk meetpunt bepaald volgens de normen van de Kaderrichtlijn Water en wordt de ecologische kwaliteitsratio. In de KRW is voor elk watertype een aparte beoordeling opgesteld met kenmerkende en positief of negatief indicerende macrofauna soorten.

In deze berekeningen zijn voor de trendanalyse alleen die meetpunten gebruikt die gedurende de hele periode regelmatig bemonsterd zijn. In de kaarten zijn alle meetpunten opgenomen die in de periode 2011-2016 bemonsterd zijn.
De tijdreeks van alle watertypen samen is gebaseerd op een Monte-Carlosimulatie waarbij elk watertype voor een kwart meetelt.
Van de mediane waarden zijn trends berekend met Trendspotter, waarmee getoetst kan worden of het laatste jaar significant verschilt van een van de voorgaande jaren. Bij de beken en sloten zijn de trendwaarden van 2010 en eerder significant verschillend van het laatste jaar, bij de kanalen van 2014 en eerder en bij de meren is geen enkel jaar significant verschillend. Bij alle watertypen is elk jaar significant verschillend van het laatste jaar. De veranderingen in de tijd zijn gebaseerd op deze trends.

Basistabel

Limnodata Neerlandica. Deze database bevat de informatie van alle biologische bemonsteringen van de waterschappen. De informatie is voor alle waterschappen bijgewerkt tot en met 2010. De gegevens van de periode 2011-2016 zijn afkomstig van het Informatiehuis Water en een inventarisatie door RoyalHaskoningDHV.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Om de 3 tot 5 jaar.

Achtergrondliteratuur

Evers, C.H.M., Knoben, R.A.E., Herpen, F.C.J.v., 2012. Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen voor de Kaderrichtlijn Water 2015-2021. Stowa, Amersfoort.
Molen, D.T.v.d., Pot, R., Evers, C.H.M., Nieuwerburgh, L.L.J.v., 2012. Referenties en maatlatten voor natuurlijke wateren voor de Kaderrichtlijn Water 2015-2021. Stowa, Amersfoort.
Verdonschot, R., Puijenbroek, P. v., Verdonschot, P. (2013). Bomen en stroming verhogen ecologische kwaliteit. Landschap, 83-92.
van Gaalen, F. , Tiktak, A., Franken, R., van Boekel, E., van Puijenbroek, P, Muilwijk, H. (2016). Waterkwaliteit nu en in de toekomst. PBL
van Puijenbroek, P. J. T. M., Evers, C. H. M., & Gaalen, F. W. v. (2015). Evaluation of Water Framework Directive metrics to analyse trends in water quality in the Netherlands. Sustainability of Water Quality and Ecology.

Opmerking

In de KRW zijn doelen geformuleerd voor het oppervlaktewater. De score op de maatlat wordt uitgedrukt in de ecologische kwaliteit ratio (ekr). De standaard doelstelling is een ekr van 0,6 (goede kwaliteit), maar voor veel wateren geldt een lagere ekr als doelstelling (het Goed Ecologisch Potentieel), zodat vaak met een lagere ekr-kwaliteit kan worden volstaan. In dit overzicht is de KRW-beoordeling voor waterplanten toegepast op individuele monsters. De officiƫle KRW beoordeling is opgesteld voor meerdere monsters in een waterlichaam. Hierdoor geeft deze beoordeling een slechter beeld dan bij een strikte toepassing van de KRW maatlatten.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2018). Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater, 1990 - 2016 (indicator 1435, versie 05 , 11 juli 2018 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.