Fysisch-chemische waterkwaliteit KRW, 2024

De algemene fysisch-chemische waterkwaliteit volgens de KRW is voor de helft van de oppervlaktewateren onvoldoende. Vermesting door nutriënten is een van de belangrijkste oorzaken van een onvoldoende kwaliteit. De landbouw is de belangrijkste bron van nutriënten in het oppervlaktewater.

Beoordeling fysisch-chemische kwaliteit oppervlaktewater

Voor een goede biologische kwaliteit is het noodzakelijk dat de fysisch-chemische kwaliteit goed is. De beoordeling van de fysisch-chemische kwaliteit is opgebouwd uit beoordelingen van de parameters stikstof, fosfor, doorzicht, temperatuur, zuurstof, zuurgraad en chloride. Voor stikstof wordt in de zoete wateren totaal stikstof in het zomerhalfjaar beoordeeld; in de zoute wateren wordt gekeken naar opgelost anorganisch stikstof (DIN) in de wintermaanden. In de zoute wateren wordt fosfor niet beoordeeld omdat de fosforconcentratie voor de beoordeling van de kwaliteit van zoute wateren niet relevant is. Het doorzicht wordt alleen in meren beoordeeld. Alleen als alle parameters op orde zijn, is de fysisch-chemische kwaliteit goed. Deze resultaten zijn gebaseerd op gegevens die waterschappen en Rijkswaterstaat in 2024 hebben aangeleverd. Zie voor meer informatie over de toestandsbeoordeling voor de KRW:

Fysisch-chemische kwaliteit voldoet in de helft van de wateren

De fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater is in de helft van de waterlichamen goed. In de andere waterlichamen is de kwaliteit matig, ontoereikend of slecht. De nutriënten fosfor en stikstof overschrijden het vaakst de norm. Het doorzicht is in ongeveer twee derde van de meren goed. Vermesting is daarmee de belangrijkste oorzaak van een onvoldoende fysisch-chemische kwaliteit. De overige fysisch-chemische parameters voldoen in het merendeel van de beoordeelde wateren, hoewel er – afhankelijk van de parameter – in 10 tot 15 procent van de wateren verbetering nodig is. 

Toestand nutriënten

Ondanks dat door milieubeleid de concentraties stikstof en fosfor in het oppervlaktewater zijn afgenomen, voldoet ongeveer de helft van de waterlichamen nog niet aan de normen van de KRW. Te hoge nutriëntenconcentraties zijn een belangrijke oorzaak van een onvoldoende ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater. In stilstaande wateren zoals meren en kanalen veroorzaken te hoge concentraties stikstof en fosfor algenbloei met een tal negatieve gevolgen, waaronder zuurstoftekort en vissterfte. In sloten ontstaat een gesloten kroosdek zodat het water eronder zuurstofloos wordt. Bij beken ontstaan algengroei, overmatige groei van waterplanten en verschuivingen in het ecosysteem (STOWA 2025). Bovendien stromen met het water nutriënten naar meren en de Noordzee, waardoor ook daar negatieve effecten kunnen optreden. Voor de groei van (blauw)algen is vooral fosfor van belang, maar voor de diversiteit van ondergedoken waterplanten en de vegetatie van moerassen en oevers is ook stikstof van belang (Loeb et al. 2009). Hoewel in veel stilstaande wateren fosfor limiterend is voor de waterkwaliteit, is reductie van beide nutriënten dus noodzakelijk. 

Trend nutriënten

Volgens de officiële KRW-beoordeling is tussen 2015 en 2024 het aantal waterlichamen met een goede fysisch-chemische kwaliteit toegenomen van 28 procent naar 48 procent. De waterbeheerders gebruiken bij de beoordeling van de waterkwaliteit de op dat moment geldende normen en beoordelingsmethoden. Omdat de normen per planperiode van zes jaar bijgesteld worden, is het niet goed mogelijk om de jaren op basis van de officiële KRW-beoordeling onderling te vergelijken. Dat kan wel als de oorspronkelijke gegevens op een uniforme wijze verwerkt worden. Als dat gedaan wordt, dan blijkt dat de nutriëntenconcentraties gestaag dalen, maar ook dat de daling de laatste jaren langzamer gaat. 

Trend temperatuur

In 2024 voldeed 85 procent van de beoordeelde wateren aan de doelstelling voor de temperatuur, in 2015 was dat nog 93 procent. Omdat de doelstelling voor de temperatuur tussentijds is aangepast, kan hieruit niet geconcludeerd worden hoeveel de temperatuur werkelijk gestegen is. Dat kan als de trend van de temperatuur zelf bekeken wordt, maar deze is niet in alle wateren gemeten. Dat is wel het geval in de grote rivieren en in een aantal beken in Drenthe. In de grote rivieren is de gemiddelde temperatuur met bijna drie graden toegenomen in de afgelopen jaar. Ook de temperatuur van kleine wateren is toegenomen, zo zijn de beken in Drenthe 0,75 graad warmer geworden in de afgelopen 40 jaar.

De toegenomen watertemperatuur wordt veroorzaakt door een combinatie van de stijging van de luchttemperatuur en – bij de grote wateren – de lozing van koelwater. In beken is de temperatuur soms te hoog door stuwing en doordat ze niet beschaduwd zijn. Een te hoge temperatuur heeft gevolgen voor de ecologie. Bij een hoge temperatuur neemt bijvoorbeeld de oplosbaarheid van zuurstof af, waardoor zuurstoftekorten voor waterorganismen kunnen optreden. Ook kunnen er verschuivingen van soortenpopulaties plaatsvinden, die zo snel gaan dat het ecosysteem zich niet tijdig kan aanpassen.

Belangrijkste bronnen nutriëntenbelasting

De belangrijkste bronnen van stikstof- en fosforbelasting van het oppervlaktewater zijn:

  • Uit- en afspoeling vanaf landbouwgronden. Een deel van de nutriënten van landbouwgronden komt direct uit toegediende kunstmest of dierlijke mest. Een ander deel wordt veroorzaakt door nalevering van meststoffen die zijn toegediend in het verleden. Met name voor fosfor is deze nalevering een belangrijke bron. De landbouw is verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent van de stikstofbelasting en 50 procent van de fosforbelasting.
  • Rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s). Ongeveer 20 procent van de stikstofbelasting en 35 procent van de fosforbelasting komt uit rwzi’s.
  • Atmosferische depositie. Dit is alleen voor stikstof relevant en veroorzaakt ongeveer 20 procent van de totale stikstofbelasting.
  • De rest van de belasting komt uit diverse bronnen, waaronder uit- en afspoeling uit natuurgebieden en van wegen en infrastructuur, natuurlijke kwel en de aanvoer uit het buitenland via grensoverschrijdende wateren.
  • Belasting van het oppervlaktewater naar herkomst

 

Overige KRW-indicatoren

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Fysisch-chemische waterkwaliteit KRW

Omschrijving

De beoordeling van de kwaliteit van het oppervlaktewater in de KRW is opgebouwd uit een aantal kwaliteitselementen. Hier is een overzicht gepresenteerd van het kwaliteitselement fysisch-chemische kwaliteit. De fysisch-chemische kwaliteit wordt beoordeeld op basis van de nutriënten, chloride, pH, temperatuur en doorzicht. De fysisch-chemische kwaliteit is voldoende als alle parameters voldoen aan een bepaalde norm (doel).

Verantwoordelijk instituut

PBL, auteur Aaldrik Tiktak & Mascha Rubach, ontwikkelaar van de indicator is Peter van Puijenbroek

Berekeningswijze

De beoordeling is onderdeel van de KRW-evaluatie. De Nederlandse uitwerking van deze beoordeling staat beschreven in het “Protocol monitoring- en toestandsbeoordeling oppervlaktewaterlichamen KRW”. De beoordeling wordt door de waterbeheerders uitgevoerd per waterlichaam.

Basistabel

Beoordeling van de waterlichamen voor alle maatlatten. Gegevens afkomstig van http://www.waterkwaliteitsportaal.nl/, data mei 2022. De beoordelingen hebben betrekking op de meetperiode 2018-2021.

Geografische verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur
Betrouwbaarheidscodering

C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
19
Chemische kwaliteit oppervlaktewater KRW, 2024
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
18
versie‎
17
versie‎
07

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Fysisch-chemische waterkwaliteit KRW, 2024 (indicator 0252, versie 18, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.