Waterkwaliteit oppervlaktewater, 2024
De meeste waterlichamen (meren, sloten, rivieren) voldoen niet aan de gewenste waterkwaliteit volgens de 'Kaderrichtlijn Water'-beoordeling. De chemische kwaliteit (verontreiniging) voldoet meestal niet en de ecologische kwaliteit is matig, ontoereikend of slecht. Dit laatste komt vooral door de geringe biologische kwaliteit.
Methode beoordeling waterkwaliteit
In de Kaderrichtlijn Water (KRW) is een methode vastgesteld om te beoordelen of de waterkwaliteit voldoende is. De beoordeling houdt onder andere rekening met het voorkomen van planten- en dierensoorten (de biologie), de concentraties aan nutriënten (stikstof en fosfor) en de concentraties aan toxische stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen, metalen en industriële stoffen. In de KRW-rapportages naar de EU worden deze zogeheten kwaliteitselementen voor de beoordeling van een waterlichaam als volgt samengenomen:
- De chemische kwaliteit. Deze wordt bepaald door de concentraties aan toxische stoffen die in de gehele EU een probleem vormen, de zogeheten prioritaire stoffen.
- De ecologische kwaliteit. Deze wordt bepaald door de biologische kwaliteit, de fysisch-chemische kwaliteit en de concentraties aan toxische stoffen die specifiek in Nederland een probleem vormen. De fysisch-chemische kwaliteit wordt bepaald aan de hand van de concentraties van nutriënten (stikstof en fosfor) en aan de hand van een aantal fysische kenmerken zoals doorzicht en temperatuur.
Pas als alle kwaliteitselementen goed scoren, is de waterkwaliteit volgens de KRW-beoordeling goed. De doelen moeten in 2027 zijn gehaald, behalve als doelbereik vanwege natuurlijke omstandigheden niet mogelijk is. Dan moeten wel de maatregelen zijn genomen waarmee op termijn doelbereik mogelijk is. Zie voor details:
Ecologische waterkwaliteit
In slechts één van de beoordeelde 741 waterlichamen was in 2024 de ecologische kwaliteit goed. Dit komt doordat in vrijwel geen enkel waterlichaam alle 77 specifiek verontreinigende stoffen (metalen, gewasbeschermingsmiddelen en industriële stoffen) voldoen aan de normen. Het maximaal haalbare voor de totaalbeoordeling van de ecologie is dan matig. Ook de biologische kwaliteit is in veel waterlichamen onvoldoende: in 85 procent van de waterlichamen is deze matig, ontoereikend of slecht. De fysisch-chemische kwaliteit voldoet in 50 procent van de waterlichamen. Met name de nutriënten (stikstof en fosfor) zorgen in veel waterlichamen voor een matige fysisch-chemische kwaliteit. Zie voor meer details over de individuele kwaliteitselementen:
- Biologische kwaliteit volgens de KRW
- Fysisch-chemische kwaliteit volgens de KRW
- Kwaliteit specifiek verontreinigende stoffen volgens de KRW
- Chemische waterkwaliteit volgens de KRW
Chemische waterkwaliteit
De chemische kwaliteit is gebaseerd op 45 zogeheten ‘prioritaire stoffen’, waarvoor de normen zijn opgesteld op Europees niveau. Dit betreft industriële stoffen, gewasbeschermingsmiddelen, biociden en anorganische verbindingen waaronder metalen. De doelen voor de prioritaire stoffen moesten meestal in 2015 gehaald worden, behalve voor stoffen die later aan de lijst van prioritaire stoffen zijn toegevoegd. Daarvoor is de uiterste termijn 2027. Op dit moment is de chemische toestand in ongeveer 1 procent van de beoordeelde waterlichamen op orde. De beoordeling voor de chemische kwaliteit is in de loop der jaren ongunstiger geworden. Dit komt doordat er meer stoffen worden beoordeeld en doordat sommige normen vanwege nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn aangescherpt.
Aanzienlijke inspanning nodig om de doelen te halen
Tussen 2015 en 2021 is het aantal waterlichamen met een goede biologische kwaliteit toegenomen, maar vanaf 2021 verbeterde de biologische kwaliteit niet meer. Het aandeel waterlichamen met een goede fysisch-chemische kwaliteit nam in diezelfde tijd nog wel toe, namelijk van 40 procent in 2021 tot ongeveer 50 procent in 2024. Omdat er geen verbetering plaatsvond bij de specifiek verontreinigende stoffen, bleef het aantal waterlichamen met een goede ecologische kwaliteit nagenoeg nul. Dit alles betekent dat er nog een aanzienlijke inspanning nodig is om in 2027 te voldoen aan de vereisten van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het Rijk is daarom in 2023 het zogeheten KRW-impulsprogramma gestart. De focus van dit programma is in de eerste plaats om te zorgen dat provincies, waterschappen, gemeenten en Rijk doen wat is afgesproken in de stroomgebiedsbeheersplannen. Daarnaast zijn er aanvullende acties benoemd die ervoor moeten zorgen dat de doelen van de KRW dichterbij gebracht worden. Uit de in 2024 uitgevoerde tussenevaluatie van de KRW blijkt dat het niet waarschijnlijk is dat de doelen in 2027 gehaald zullen worden. Een knelpunt is dat andere actoren waaronder de landbouw en de industrie onvoldoende aangeschakeld zijn.
Trend
De toestand van de Nederlandse waterlichamen wordt elke 6 jaar (planperiode) voor de KRW gerapporteerd en tegelijkertijd worden ook de doelen voor de volgende planperiode vastgelegd. Bij de beoordeling van de waterkwaliteit gebruiken de waterbeheerders per kwaliteitselement de op dat moment geldende bijhorende maatlatten en normen. Deze maatlatten en normen (voor de goede toestand) worden per planperiode herzien. Hierdoor is het niet goed mogelijk om de jaren onderling te vergelijken op basis van de officiële KRW-beoordelingen. Dat kan wel als de oorspronkelijke gegevens tegen een uniforme norm worden afgezet. Daaruit blijkt dat de biologische waterkwaliteit voor macrofauna en waterplanten de afgelopen 30 jaar licht is verbeterd, maar nog steeds laag is.
- Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater
- Natuurkwaliteit van waterplanten in oppervlaktewater
Belangrijkste oorzaken
De belangrijkste oorzaken voor de matige tot slechte kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater zijn:
- Verontreiniging met chemische stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten en industriële stoffen. Ook persistente stoffen die in het verleden geloosd werden spelen hier een rol. Blootstelling aan chemische stoffen kan leiden tot achteruitgang van algen, insectenpopulaties (macrofauna), waterplanten en de visstand. Bij langdurige blootstelling aan chemische stoffen is herstel zonder saneringsmaatregelen bijna onmogelijk.
- Vermesting met de nutriënten stikstof en fosfor. Deze zorgen voor overmatige algengroei in stilstaande wateren. Hierdoor krijgen waterplanten te weinig licht om te groeien en daardoor hebben ook bepaalde vissoorten het moeilijk.
- Een onnatuurlijke inrichting van het water. Veel beken zijn in de afgelopen eeuw rechtgetrokken en hebben een strakke oever met weinig natuurlijke habitats voor planten en dieren. Slechts een klein deel van de beken meandert. Ook de meeste meren en kanalen hebben een harde oever, waardoor het oeverecosysteem nauwelijks tot ontwikkeling komt. Het waterpeil is meestal een vastgesteld peil, wat de natuurlijke dynamiek beperkt.
- Versnippering door de aanwezigheid van gemalen en stuwen. Vissen kunnen nauwelijks migreren. Vispassages worden aangelegd om dit te verbeteren.
- De biodiversiteit van het watersysteem wordt ook negatief beïnvloed door de komst van exoten. Voorbeelden hiervan zijn de rode Amerikaanse rivierkreeft, die waterplanten opeet, en de Watercrassula, die inheemse waterplanten verdringt door dichte drijvende matten te vormen die ervoor zorgen dat onderwaterplanten geen licht meer krijgen.
- Klimaatverandering kan leiden tot een tal van directe en indirecte effecten. Voorbeelden zijn verhoogde concentraties van nutriënten en chemische stoffen in het oppervlaktewater en zuurstoftekorten voor waterorganismen omdat toenemende temperatuur de oplosbaarheid van zuurstof vermindert. Ook kunnen er verschuivingen van soortenpopulaties plaatsvinden, die zo snel gaan dat het ecosysteem zich niet tijdig kan aanpassen.
Overige KRW-indicatoren
- De Kaderrichtlijn Water. Deze indicator beschrijft op welke wijze de Kaderrichtlijn Water de waterkwaliteit beoordeelt.
- Biologische waterkwaliteit volgens de KRW. Deze indicator laat de beoordeling van de biologische waterkwaliteit volgens de KRW zien.
- Fysisch Chemische kwaliteit volgens de KRW. Deze indicator geeft de beoordeling voor de nutriënten (fosfor en stikstof) en voor een aantal fysische kenmerken zoals doorzicht en temperatuur.
- Kwaliteit specifiek verontreinigende stoffen volgens de KRW. Deze indicator laat beoordeling voor chemische stoffen zien, die specifiek voor Nederland een probleem vormen.
- Chemische kwaliteit volgens de KRW. Deze indicator laat de beoordeling zien voor chemische stoffen, die in heel Europa een probleem vormen.
- Gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater. Deze indicator laat het aantal gemeten overschrijdingen van de waterkwaliteitsnormen van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater zien.
Methode beoordeling waterkwaliteit
- In de Kaderrichtlijn Water (KRW) is een methode vastgesteld om te beoordelen of de waterkwaliteit voldoende is. De beoordeling houdt onder andere rekening met het voorkomen van planten- en dierensoorten (de biologie), de concentraties aan nutriënten (stikstof en fosfor) en de concentraties aan toxische stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen, metalen en industriële stoffen. In de KRW-rapportages naar de EU worden deze zogeheten kwaliteitselementen voor de beoordeling van een waterlichaam als volgt samengenomen:
- De chemische kwaliteit. Deze wordt bepaald door de concentraties aan toxische stoffen die in de gehele EU een probleem vormen, de zogeheten prioritaire stoffen.
- De ecologische kwaliteit. Deze wordt bepaald door de biologische kwaliteit, de fysisch-chemische kwaliteit en de concentraties aan toxische stoffen die specifiek in Nederland een probleem vormen. De fysisch-chemische kwaliteit wordt bepaald aan de hand van de concentraties van nutriënten (stikstof en fosfor) en aan de hand van een aantal fysische kenmerken zoals doorzicht en temperatuur.
- Pas als alle kwaliteitselementen goed scoren, is de waterkwaliteit volgens de KRW-beoordeling goed. De doelen moeten in 2027 zijn gehaald, behalve als doelbereik vanwege natuurlijke omstandigheden niet mogelijk is. Dan moeten wel de maatregelen zijn genomen waarmee op termijn doelbereik mogelijk is.
- Zie voor details: Europese Kaderrichtlijn Water
Ecologische waterkwaliteit
In slechts één van de beoordeelde 741 waterlichamen was in 2024 de ecologische kwaliteit goed. Dit komt doordat in vrijwel geen enkel waterlichaam alle 77 specifiek verontreinigende stoffen (metalen, gewasbeschermingsmiddelen en industriële stoffen) voldoen aan de normen. Het maximaal haalbare voor de totaalbeoordeling van de ecologie is dan matig. Ook de biologische kwaliteit is in veel waterlichamen onvoldoende: in 85 procent van de waterlichamen is deze matig, ontoereikend of slecht. De fysisch-chemische kwaliteit voldoet in 50 procent van de waterlichamen. Met name de nutriënten (stikstof en fosfor) zorgen in veel waterlichamen voor een matige fysisch-chemische kwaliteit.
Zie voor meer details over de individuele kwaliteitselementen:
- Biologische kwaliteit volgens de KRW
- Fysisch-chemische kwaliteit volgens de KRW
- Kwaliteit specifiek verontreinigende stoffen volgens de KRW
- Chemische waterkwaliteit volgens de KRW
Chemische waterkwaliteit
De chemische kwaliteit is gebaseerd op 45 zogeheten ‘prioritaire stoffen’, waarvoor de normen zijn opgesteld op Europees niveau. Dit betreft industriële stoffen, gewasbeschermingsmiddelen, biociden en anorganische verbindingen waaronder metalen. De doelen voor de prioritaire stoffen moesten meestal in 2015 gehaald worden, behalve voor stoffen die later aan de lijst van prioritaire stoffen zijn toegevoegd. Daarvoor is de uiterste termijn 2027. Op dit moment is de chemische toestand in ongeveer 1 procent van de beoordeelde waterlichamen op orde. De beoordeling voor de chemische kwaliteit is in de loop der jaren ongunstiger geworden. Dit komt doordat er meer stoffen worden beoordeeld en doordat sommige normen vanwege nieuwe wetenschappelijke inzichten zijn aangescherpt.
Aanzienlijke inspanning nodig om de doelen te halen
Tussen 2015 en 2021 is het aantal waterlichamen met een goede biologische kwaliteit toegenomen, maar vanaf 2021 verbeterde de biologische kwaliteit niet meer. Het aandeel waterlichamen met een goede fysisch-chemische kwaliteit nam in diezelfde tijd nog wel toe, namelijk van 40 procent in 2021 tot ongeveer 50 procent in 2024. Omdat er geen verbetering plaatsvond bij de specifiek verontreinigende stoffen, bleef het aantal waterlichamen met een goede ecologische kwaliteit nagenoeg nul. Dit alles betekent dat er nog een aanzienlijke inspanning nodig is om in 2027 te voldoen aan de vereisten van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het Rijk is daarom in 2023 het zogeheten KRW-impulsprogramma gestart. De focus van dit programma is in de eerste plaats om te zorgen dat provincies, waterschappen, gemeenten en Rijk doen wat is afgesproken in de stroomgebiedsbeheersplannen. Daarnaast zijn er aanvullende acties benoemd die ervoor moeten zorgen dat de doelen van de KRW dichterbij gebracht worden. Uit de in 2024 uitgevoerde tussenevaluatie van de KRW blijkt dat het niet waarschijnlijk is dat de doelen in 2027 gehaald zullen worden. Een knelpunt is dat andere actoren waaronder de landbouw en de industrie onvoldoende aangeschakeld zijn.
- De toestand van de Nederlandse waterlichamen wordt elke 6 jaar (planperiode) voor de KRW gerapporteerd en tegelijkertijd worden ook de doelen voor de volgende planperiode vastgelegd. Bij de beoordeling van de waterkwaliteit gebruiken de waterbeheerders per kwaliteitselement de op dat moment geldende bijhorende maatlatten en normen. Deze maatlatten en normen (voor de goede toestand) worden per planperiode herzien. Hierdoor is het niet goed mogelijk om de jaren onderling te vergelijken op basis van de officiële KRW-beoordelingen. Dat kan wel als de oorspronkelijke gegevens tegen een uniforme norm worden afgezet. Daaruit blijkt dat de biologische waterkwaliteit voor macrofauna en waterplanten de afgelopen 30 jaar licht is verbeterd, maar nog steeds laag is.
Trend
- Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater
- Natuurkwaliteit van waterplanten in oppervlaktewater
Belangrijkste oorzaken
- De belangrijkste oorzaken voor de matige tot slechte kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater zijn:
- Verontreiniging met chemische stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten en industriële stoffen. Ook persistente stoffen die in het verleden geloosd werden spelen hier een rol. Blootstelling aan chemische stoffen kan leiden tot achteruitgang van algen, insectenpopulaties (macrofauna), waterplanten en de visstand. Bij langdurige blootstelling aan chemische stoffen is herstel zonder saneringsmaatregelen bijna onmogelijk.
- Vermesting met de nutriënten stikstof en fosfor. Deze zorgen voor overmatige algengroei in stilstaande wateren. Hierdoor krijgen waterplanten te weinig licht om te groeien en daardoor hebben ook bepaalde vissoorten het moeilijk.
- Een onnatuurlijke inrichting van het water. Veel beken zijn in de afgelopen eeuw rechtgetrokken en hebben een strakke oever met weinig natuurlijke habitats voor planten en dieren. Slechts een klein deel van de beken meandert. Ook de meeste meren en kanalen hebben een harde oever, waardoor het oeverecosysteem nauwelijks tot ontwikkeling komt. Het waterpeil is meestal een vastgesteld peil, wat de natuurlijke dynamiek beperkt.
- Versnippering door de aanwezigheid van gemalen en stuwen. Vissen kunnen nauwelijks migreren. Vispassages worden aangelegd om dit te verbeteren.
- De biodiversiteit van het watersysteem wordt ook negatief beïnvloed door de komst van exoten. Voorbeelden hiervan zijn de rode Amerikaanse rivierkreeft, die waterplanten opeet, en de Watercrassula, die inheemse waterplanten verdringt door dichte drijvende matten te vormen die ervoor zorgen dat onderwaterplanten geen licht meer krijgen.
- Klimaatverandering kan leiden tot een tal van directe en indirecte effecten. Voorbeelden zijn verhoogde concentraties van nutriënten en chemische stoffen in het oppervlaktewater en zuurstoftekorten voor waterorganismen omdat toenemende temperatuur de oplosbaarheid van zuurstof vermindert. Ook kunnen er verschuivingen van soortenpopulaties plaatsvinden, die zo snel gaan dat het ecosysteem zich niet tijdig kan aanpassen.
Overige KRW-indicatoren
- De Kaderrichtlijn Water. Deze indicator beschrijft op welke wijze de Kaderrichtlijn Water de waterkwaliteit beoordeelt.
- Biologische waterkwaliteit volgens de KRW. Deze indicator laat de beoordeling van de biologische waterkwaliteit volgens de KRW zien.
- Fysisch Chemische kwaliteit volgens de KRW. Deze indicator geeft de beoordeling voor de nutriënten (fosfor en stikstof) en voor een aantal fysische kenmerken zoals doorzicht en temperatuur.
- Kwaliteit specifiek verontreinigende stoffen volgens de KRW. Deze indicator laat beoordeling voor chemische stoffen zien, die specifiek voor Nederland een probleem vormen.
- Chemische kwaliteit volgens de KRW. Deze indicator laat de beoordeling zien voor chemische stoffen, die in heel Europa een probleem vormen.
- Gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater. Deze indicator laat het aantal gemeten overschrijdingen van de waterkwaliteitsnormen van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater zien.
Bronnen
- Helpdesk Water (Kaderrichtlijn Water)
- Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2022. Stroomgebiedbeheerplannen Rijn, Maas, Schelde en Eems 2022-2027.
- Evers, C.H.M., A.J.M. van den Broek, R. Buskens, A. van Leerdam, R.A.E. Knoben, F.C.J. van Herpen, R. Pot, 2018. Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen voor de Kaderrichtlijn Water 2021-2027, rapport nr. 2018-50. Stowa, Amersfoort.
- Molen, D.T.v.d., R. Pot, C.H.M. Evers, F.C.J. v. Herpen, L.L.J. van Nieuwerburgh, 2018. Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2021-2027, rapport nr 2018-49. Stowa, Amersfoort
- Gaalen, F.W. van et al. (2020), Nationale analyse waterkwaliteit, Den Haag: PBL.
Relevante informatie
- Vermesting in meren en plassen, 1980 - 2014
- Vermesting van oppervlaktewater, 1990 - 2021
- Vermesting in grote rivieren, 1970-2014
- Natuurkwaliteit van macrofauna in oppervlaktewater, 1990 - 2022
- Natuurkwaliteit waterplanten
- Migratiemogelijkheden voor trekvissen, 2022
- Gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater, 2013-2024
- Oppervlaktewater in Nederland
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Waterkwaliteit van het oppervlaktewater in de KRW
- Omschrijving
De beoordeling van de waterkwaliteit in het kader van de KRW voor het Nederlandse oppervlaktewater. De beoordeling is opgebouwd uit een aantal kwaliteitselementen. Deze indicator laat de overall beoordeling zien.
- Verantwoordelijk instituut
PBL, auteur Aaldrik Tiktak & Mascha Rubach, ontwikkelaar is Peter van Puijenbroek
- Berekeningswijze
De beoordeling is onderdeel van de KRW-evaluatie. De Nederlandse uitwerking van deze beoordeling staat beschreven in het “Protocol monitoring- en toestandsbeoordeling oppervlaktewaterlichamen KRW”. De beoordeling wordt door de waterbeheerders uitgevoerd per waterlichaam.
- Basistabel
Beoordeling van de waterlichamen voor alle maatlatten. Gegevens afkomstig van http://www.waterkwaliteitsportaal.nl/, data 15 oktober 2025.
- Geografische verdeling
Nederland
- Verschijningsfrequentie
Tweejaarlijks.
- Achtergrondliteratuur
- Hin, J. (2020), Protocol monitoring en toestandsbeoordeling oppervlaktewaterlichamen KRW. Lelystad: Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving.
- Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2022), Stroomgebiedbeheerplannen Rijn, Maas, Schelde en Eems 2022-2027. Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
- Slagter, L., M.H. Roseboom, D. van Wieringen, I.H. Phernambucq, R.L.J. Nieuwkamer, L.C. Oosterom, E.C.M. Ruijgrok & L.G. Turlings (2024), Koepelrapport Tussenevaluatie KRW. Witteveen+Bos.
- Van Eck, L., K. Ouwerkerk & J.C. van den Roovaart (2024), Langjarige trends in de kwaliteit van de Nederlandse oppervlaktewateren : KRW-stoffen en toxische druk. Utrecht: Deltares.
- Van Gaalen, F.W., A. Tiktak, R. Franken, E. van Boekel, P. van Puijenbroek & H. Muilwijk (2016), Waterkwaliteit nu en in de toekomst. Eindrapportage ex ante evaluatie van de Nederlandse plannen voor de Kaderrichtlijn Water, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
- Van Gaalen, F.W., L. Osté & E. van Boekel (2020), Nationale analyse waterkwaliteit. Onderdeel van de Delta-aanpak waterkwaliteit, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving..
- Betrouwbaarheidscodering
C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Waterkwaliteit oppervlaktewater, 2024 (indicator 1438, versie 10, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.