Compendium voor de Leefomgeving
521 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Biodiversiteit

Biologische kwaliteit KRW provincies, 2015

De meeste waterlichamen voldoen niet aan de gewenste biologische kwaliteit volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW) systematiek.

Biologische waterkwaliteit onvoldoende

Per provincie is de biologische kwaliteit van de regionale wateren weergegeven in de vorm van het percentage waterlichamen (waterlichamen zijn wateren waarover wordt gerapporteerd binnen de KRW) per kwaliteitsklasse. In de KRW wordt voor de beoordeling van biologische kwaliteit gekeken naar het voorkomen van algen, waterplanten, vissen en macrofauna. Deze biologische kwaliteit is het belangrijkste onderdeel van de KRW-beoordeling van de ecologische toestand en is een goede indicator voor de natuurkwaliteit.
Zie voor uitleg methodiek KRW:

De gepresenteerde resultaten zijn gebaseerd op de tweede KRW-rapportage uit 2015, voor de stroomgebiedsbeheerplannen 2016-2021 (MinIenM, 2015). De eerste rapportage was in 2009 en de volgende rapportage is in 2021. In de stroomgebiedbeheerplannen voor de KRW hebben het rijk, de waterschappen en provincies aangegeven welke doelen zij nastreven en welke maatregelen zij gaan treffen om de kwaliteit van het water te verbeteren. In deze indicator zijn alleen regionale waterlichamen (dat wil zeggen, de waterlichamen in het beheer van waterschappen) meegenomen, omdat provinciaal beleid voornamelijk relevant is voor deze wateren, en veel minder voor de grotere rijkswateren (in beheer van Rijkswaterstaat). De kleine wateren zoals vennen en sloten zijn veelal niet opgenomen als waterlichaam in de KRW en daarom niet meegenomen in deze indicator.

Landelijk is de biologische kwaliteit van het oppervlaktewater in ongeveer 5% van de waterlichamen goed (zie ook http://www.clo.nl/indicatoren/nl1420-krw-biologische-kwaliteit-oppervlak...). Bij alle andere waterlichamen is de biologische kwaliteit matig, ontoereikend of slecht.
Zie ook:

De figuur laat de variatie in de biologische toestand van waterlichamen tussen de provincies zien. Zo hebben Gelderland en Flevoland relatief het grootste aandeel waterlichamen met goede kwaliteit, maar gemiddeld genomen laten de provincies een vergelijkbaar beeld zien; het merendeel van waterlichamen kent een matige, ontoereikende of slechte biologische kwaliteit.

De belangrijkste oorzaken van de onvoldoende biologische kwaliteit zijn vermesting met de nutriënten stikstof en fosfor, een onnatuurlijke inrichting van het water, bestrijdingsmiddelen en versnippering door gemalen en stuwen. In stilstaande wateren, zoals kanalen en meren is de historische verontreiniging belangrijk door de voedselrijke waterbodem.
Zie ook:

Informatie over toestand biologische kwaliteit per provincie verschaft inzicht in de opgave per provincie

Biologische kwaliteit vormt één van de onderdelen om te bepalen of de KRW-doelen gerealiseerd worden. Het totaaloordeel van de ecologische kwaliteit volgens de KRW is tevens gebaseerd op de beoordelingen van de fysisch chemische kwaliteit en de overig relevante stoffen.

Binnen de KRW worden natuurlijke wateren beoordeeld ten opzichte van een natuurlijke referentie: de goede ecologische toestand (GET). Maar voor wateren die zijn aangewezen als sterk veranderd of kunstmatig (het overgrote deel van de Nederlandse wateren) mag een aangepast doel worden gebruikt: het goed ecologisch potentieel (GEP).

Informatie over de biologische kwaliteit zoals hier gepresenteerd kan helpen om inzicht te krijgen in de grootte van de KRW-opgave per provincie. Om dieper inzicht in de opgave te krijgen kan het helpen om naast het totaaloordeel per waterlichaam te kijken naar meer gedetailleerde informatie over algen, waterplanten, vissen en macrofauna.
Zie ook:

Provincies en waterbeheerders samen aan de lat voor doelbereik KRW

In de Europese Kaderrichtlijn Water is het beleid voor de beoordeling van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa vastgelegd. De KRW richt zich op de bescherming van alle wateren en stelt zich ten doel dat de waterkwaliteit niet achteruit gaat, dat alle Europese wateren uiterlijk in het jaar 2027 een 'goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water.

Binnen elk stroomgebied staan provincies, waterschappen, Rijkswaterstaat, gemeenten en stakeholders samen aan de lat voor de doelen van de KRW.

Referenties

  • Min. I. en M. (2015). Stroomgebiedbeheerplan Eems 2016-2021; Stroomgebiedbeheerplan Maas 2016-2021; Stroomgebiedbeheerplan Rijn 2016-2021; Stroomgebiedbeheerplan Schelde 2016-2021. Den Haag, Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Biologische kwaliteit van het oppervlaktewater in de KRW

Omschrijving

De beoordeling per provincie van de biologische kwaliteit KRW van regionale wateren

Verantwoordelijk instituut

PBL (Peter van Puijenbroek, Frank van Gaalen, Pim Vugteveen)

Berekeningswijze

Beoordeling conform de KRW maatlatten systematiek. Zie bij referenties van Stowa, 2012.

Basistabel

Beoordeling van de waterlichamen voor alle maatlatten. Definitieve resultaten afkomstig van http://www.waterkwaliteitsportaal.nl/, data gedownload november 2015

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Eens per 6 jaar wordt gerapporteerd.

Achtergrondliteratuur

-IenM, 2015. Stroomgebiedbeheerplan. Rijndelta. Ministerie van Infrastructuur en Milieu
-IenM, 2015. Stroomgebiedbeheerplan. Maas. Ministerie van Infrastructuur en Milieu
-IenM, 2015. Stroomgebiedbeheerplan. Schelde. Ministerie van Infrastructuur en Milieu
-IenM, 2015. Stroomgebiedbeheerplan. Eems. Ministerie van Infrastructuur en Milieu
-Gaalen, F. W. van et al. (2016), Waterkwaliteit nu en in de toekomst. Eindrapportage ex ante evaluatie van de Nederlandse plannen voor de Kaderrichtlijn Water, Den Haag: PBL
.-Puijenbroek, P. J. T. M. van, P. Cleij, en H. Visser. 2014. Aggregated indices for trends in eutrophication of different types of fresh water in the Netherlands. Ecological Indicators 36:456-462.
-Puijenbroek, P. J. T. M. van, C. H. M. Evers, en F. W. van Gaalen. 2015. Evaluation of Water Framework Directive metrics to analyse trends in water quality in the Netherlands. Sustainability of Water Quality and Ecology 6:40-47
.-Puijenbroek, P. van, 2014. De kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater beoordeeld volgens de KRW. De KRW beoordeling uitgesplitst naar verklarende overzichten. PBL rapport 1355

Opmerking

In de KRW-rapportage waarop deze indicator is gebaseerd, zijn alleen de zgn. waterlichamen meegenomen: wateren van enige omvang die binnen de KRW worden onderscheiden. Dit betekent dat kleine wateren als sloten en vennen niet of nauwelijks in de indicator zijn meegenomen

Betrouwbaarheidscodering

Dit zijn de resultaten van de Stroomgebiedbeheerplannen

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2017). Biologische kwaliteit KRW provincies, 2015 (indicator 1614, versie 01 , 7 december 2017 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.