Reptielen van de Habitatrichtlijn, 1994-2024

Gladde slang, muurhagedis en zandhagedis zijn beschermd volgens de Europese Habitatrichtlijn omdat ze in hun voortbestaan worden bedreigd. De muurhagedis en de zandhagedis zijn sinds het begin van de monitoring wel in populatie-omvang toegenomen, maar de staat van instandhouding is voor alle drie de soorten nog ongunstig door de populatie-afnames in zowel de twintigste-  als eenentwintigste eeuw.

Habitatrichtlijn

De Habitatrichtlijn van de Europese Unie is bedoeld om de biodiversiteit in stand te houden door de wilde flora en fauna en hun habitats te beschermen. Daartoe moeten de lidstaten speciale beschermingsgebieden (Habitatrichtlijngebieden) inrichten en bepaalde planten- en diersoorten en habitats beschermen. De lidstaten rapporteren elke zes jaar aan de EU in hoeverre de soorten een gunstige staat van instandhouding hebben bereikt. De Europees beschermde soorten staan in bijlage II, IV en V van de Habitatrichtlijn (zie de link naar Europese Habitatrichtlijn).

Gladde slang

De gladde slang staat in bijlage IV. De soort is in de 20e eeuw achteruitgegaan en heeft een matig ongunstige staat van instandhouding. Gladde slangen komen vooral voor op heideterreinen, hoogvenen en stuwwallen. In het westelijk deel van Zuid-Limburg worden ze op enkele plaatsen op kalkhellingen gevonden. Ze komen in Nederland vooral voor op de hogere zandgronden.
Vanaf 1997 neemt de gladde slang in aantal af. Bezien over de laatste 12 jaar neemt de soort eveneens af, in vergelijkbare mate. In verspreiding is de soort sinds 1997 wel toegenomen. Door de verborgen levenswijze wordt de soort vaak lange tijd niet waargenomen. In de afgelopen decennia zijn er dan ook wat ontdekkingen en herontdekkingen geweest. In enkele gevallen zijn daarom nieuwe vindplaatsen ontdekt of herontdekt. Ook zijn enkele nieuwe leefgebieden bezet, mede door het verbinden van bestaande populaties met nabijgelegen natuurgebieden.

Zandhagedis

Ook de zandhagedis staat in bijlage IV, is achteruitgegaan in de 20e eeuw en heeft momenteel een matig ongunstige staat van instandhouding. Deze soort komt voor in de duinen en op de hogere zandgronden. Vanaf 1994 is de zandhagedis in aantal en verspreiding matig toegenomen. De laatste 12 jaar echter (sinds 2012), nemen de aantallen sterk af. Dat heeft echter nog niet geleid tot een afname in de verspreiding.

Muurhagedis

De muurhagedis staat ook vermeld in bijlage IV. Deze soort is in de vorige eeuw zeer sterk achteruitgegaan. Muurhagedissen bewonen oude muren, steile, stenige zuidhellingen en rotswanden. De soort is erg zeldzaam in Nederland; daarom is de staat van instandhouding ervan zeer ongunstig. In Nederland komt de muurhagedis van nature alleen voor in Maastricht, voornamelijk op de restanten van de oude vestingwerken.
De soort is vanaf 1995 sterk in aantal toegenomen, waarschijnlijk dankzij het op deze soort afgestemde beheer van de muren en het warmer wordende klimaat. De muurhagedis komt in Nederland ook voor op andere plaatsen dan Maastricht. Het betreft populaties die door de mens zijn geïntroduceerd. Opzettelijk, zo heeft Natuurmonumenten in 2024 de soort uitgezet in de Oehoevallei op de Sint-Pietersberg, maar ook per ongeluk bij handelsactiviteiten. Voor meer informatie over de gevolgen daarvan, zie Spikmans & Ouborg, 2015.

Bronnen

  • Creemers, R. en J. van Delft (red) (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
  • Delft, J. van, R Creemers en A. Spitzen-van der Sluijs (2007). Basisrapport Rode Lijst Amfibieën en Reptielen volgens Nederlandse en IUCN-criteria. RAVON, Nijmegen.
  • Janssen, J. en J. Schaminée (2008). Europese natuur in Nederland. Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht.
  • Spikmans, F. & Joop Ouborg, 2015. Genetisch onderzoek muurhagedissen in Nederland t.b.v. risicoanalyse geïntroduceerde exotische muurhagedissen en genetische vitaliteit autochtone populatie Maastricht. Stichting RAVON, Nijmegen.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Reptielen van de Habitatrichtlijn 

Omschrijving

Trends van reptielen van de Habitatrichtlijn

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De aantalsgegevens zijn ontleend aan het meetprogramma voor reptielen van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie (software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM)).

Per soort is door de indexen een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers (Soldaat et al., 2017).

Uit de trendschattingen en betrouwbaarheidsintervallen daarvan zijn trendklassen afgeleid.

Basistabel

Geen

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Soldaat, L.L, J. Pannekoek, R.J.T. Verweij, C.J.M. van Turnhout en A.J. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecol. Indic. 81, 340–347.

CBS (2024). Meetprogramma’s voor flora en fauna. Kwaliteitsrapportage NEM over 2023. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag.

RAVON, 2020. Handleiding voor het monitoren van reptielen in Nederland - 4e druk. Stichting RAVON, Nijmegen.

Opmerking

Vanaf versie 9 van deze indicator is het basisjaar van gladde slang aangepast. De reden daarvoor is dat in de eerste jaren van het meetprogramma de soort op zo weinig plekken werd geteld en tellers moesten leren hoe deze moeilijk vindbare soort te tellen. De cijfers van de eerste jaren vertroebelden het beeld van de trend van gladde slang.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schatting gebaseerd op een groot aantal metingen, waarbij de representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
09
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
07
versie‎
06
versie‎
05
versie‎
04
versie‎
02
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2025). Reptielen van de Habitatrichtlijn, 1994-2024 (indicator 1554, versie 09, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.