Verstedelijking

Ontwikkelingen in Rijksbufferzones, 2000-2012

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

De ruimtelijke ontwikkelingen in de Rijksbufferzones vertonen een doorgaande trend: het agrarisch bodemgebruik neemt nog steeds licht af ten gunste van vooral recreatie, terwijl de oppervlakte aan bebouwing en infrastructuur vrijwel gelijk blijft. In de Rijksbufferzones is tussen 2000 en 2008 gemiddeld 120 ha agrarisch gebied omgezet naar recreatieve functies, bebouwing en infrastructuur en bos, natuur en water. In de periode 2008-2010 heeft deze trend zich voortgezet: een verdere lichte afname van agrarisch gebied ten gunste van vooral recreatie. In deze periode bleef het areaal bebouw en infrastructuur vrijwel gelijk. De woningvoorraad is binnen de Rijksbufferzones tussen 2010 en 2012 toegenomen met gemiddeld 0,4% per jaar, dat is een kleinere toename dan het jaarlijkse gemiddelde van 0,6% in de voorgaande periode 2000-2010. De toename ligt lager dan het landelijke gemiddelde (respectievelijk 0,7 en 0,9% per jaar).

Verandering ruimtegebruik in Rijksbufferzones

De Nota Ruimte streefde naar een goede balans tussen rood en groen, naar een vergroting van de recreatieve functie van de Rijksbufferzones en naar een beperking van de verstedelijking en de aanleg van grootschalige infrastructuur binnen Rijksbufferzones. Dit doel is losgelaten met de inwerkingtreding van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Driekwart van het oppervlak binnen de Rijksbufferzones wordt ingenomen door groene functies. In de bufferzones heeft over het algemeen geen substantiële toename plaatsgevonden van het in de Nota Ruimte gewenste recreatieve grondgebruik. Agrarisch gebied is omgezet naar bebouwing en infrastructuur, en naar recreatieve functies. Beide aandelen zijn in de periode 2000 - 2010 met respectievelijk 0,3 en 0,6 procentpunt toegenomen.
In de Rijksbufferzones is tussen 2000 en 2008 gemiddeld 110ha agrarisch gebied per jaar omgezet naar recreatieve functies, bebouwing en infrastructuur en bos, natuur en water. In de periode 2008-2010 heeft deze trend zich voortgezet: een verdere lichte afname van agrarisch gebied (ongeveer 75 ha per jaar) ten gunste van vooral recreatie (ongeveer 40 ha per jaar). In deze periode bleef het areaal bebouwing en infrastructuur vrijwel gelijk (4200 ha).
Het beleid van de Nota Ruimte hield ook een beperking in van de aanleg van grootschalige infrastructuur door de Rijksbufferzones. In de periode 2000-2012 is in de Rijksbufferzone Amsterdam-Haarlem grootschalige infrastructuur aangelegd in de vorm van de A5 en de 'Polderbaan' van Schiphol. Recent is de aanleg gestart van de A4 door de Rijksbufferzone Midden-Delfland.

Verandering woningvoorraad in Rijksbufferzones

De woningvoorraad is binnen de Rijksbufferzones tussen 2010 en 2012 toegenomen met gemiddeld 0,4% per jaar, dat is een kleinere toename dan het jaarlijkse gemiddelde van 0,6% in de voorgaande periode 2000-2010. De toename ligt lager dan het landelijke gemiddelde van 0,7% per jaar. In totaal zijn er tussen 2010 en 2012 ongeveer 100 woningen bijgekomen in alle Rijksbufferzones samen. In totaal sinds 2000 zijn er 811 woningen bij gekomen, een toename van 7%. Dit is veel lager dan het landelijk gemiddelde van 10.3 % procent in dezelfde periode. Binnen de bufferzones varieerde de toename van de woningvoorraad aanzienlijk, van 2,6% in Oost-IJsselmonde tot meer dan 9% in Den Haag - Leiden - Zoetermeer en Maastricht - Sittard/Geleen.
Absoluut gezien zijn in de bufferzone Den Haag-Leiden-Zoetermeer de meeste nieuwe woningen gebouwd. Het grootste deel van de nieuwe woningen werd gerealiseerd buiten het bestaand bebouwd gebied. Uitzondering hierop vormde de bufferzone Amsterdam-Haarlem waar iets meer dan de helft van de uitbreiding binnen het bebouwd gebied 2000 werd gerealiseerd.

Geschiedenis bufferzonebeleid

Het Rijk voert het Rijksbufferzonebeleid al sinds het eind van de jaren vijftig. Het bestond destijds uit een combinatie van sturing op streek- en bestemmingsplannen en aankoop van gronden voor recreatie, natuur en blijvende landbouw. Eerder onderzoek toonde al aan dat de Rijksbufferzones aantoonbaar minder zijn verstedelijkt dan het gebied daarbuiten (Bervaes et al. 2001). De cijfers in deze monitor laten zien dat deze ontwikkeling zich heeft voortgezet.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De minister van IenM heeft aan de Tweede Kamer toegezegd ook de doelen uit de Nota Ruimte die in de SVIR zijn losgelaten, te blijven monitoren. Het gaat hierbij om beleid waarvan de minister tijdens de Kamerbehandeling van de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte expliciet heeft aangegeven dat het niet is gedecentraliseerd, maar is 'losgelaten'. Het beleid is niet expliciet overgedragen aan de decentrale overheden, daardoor staat het hen vrij dit beleid te continueren dan wel te wijzigen of te beëindigen.
Het betreft dan ook nadrukkelijk een indicator van losgelaten rijksbeleid, en niet van beleid van andere overheden. Voor het monitoren van dit losgelaten rijksbeleid is gebruik gemaakt van bestaande indicatoren uit de voormalige Monitor Nota Ruimte die, vaak in gewijzigde vorm, zijn geactualiseerd. Het gaat om indicatoren op het gebied van verstedelijking (bundeling en verdichting) en open ruimte en landschap (ruimtelijke ontwikkelingen in Rijksbufferzones en Nationale Landschappen).

Referenties

  • IenM (2012), Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Den Haag: Ministerie van Infrastructuur en Milieu.
  • VROM, LNV, VenW & BZK (2006), Nota Ruimte, Den Haag: Ministeries van VROM, LNV, VenW & BZK.
  • Bervaes, J.C.A.M., W. Kuindersma & J. Onderstal (2001), Rijksbufferzones, Verleden, heden en toekomst, Alterra-rapport 360, Wageningen: Alterra.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ontwikkelingen (ruimtegebruik en woningvoorraad) binnen Rijksbufferzones

Omschrijving

Veranderingen van bodemgebruik (2000 - 2010) en de woningvoorraad (2000 - 2012) binnen Rijksbufferzones.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en CBS

Berekeningswijze

Stand en veranderingen in het bodemgebruik binnen Rijksbufferzones zijn berekend via een combinatie (overlay) van de grenzen van Rijksbufferzones met het Bestand bodemgebruik van CBS. Per bufferzone is de oppervlakte van de verschillende bodemgebruiksklassen berekend. Ten behoeve van de analyse zijn een aantal bodemgebruiksklassen samengevoegd.
Agrarisch: klasse 51
Bos, natuur: klassen 60 t/m 62
Recreatie: klassen 40 t/m 44
Bebouwing en infrastructuur: klassen 10 t/m 33 + 35 +50
Bouwterrein: klasse 34
Water: klassen 70 t/m 83
Woningen en wooneenheden uit het woningregister van het CBS zijn via koppeling met het basisregister adressen en gebouwen (BAG) van coördinaten voorzien. Vervolgens zijn door het CBS aantallen woningen binnen Rijksbufferzones bepaald. Uiteindelijk zijn veranderingen van het aantal woningen per bufferzone tussen 2000 en 2012 berekend.

Basistabel

CBS Bestand bodemgebruik 2000, 2006, 2008 en 2010CBS Woningregister 2000 - 2012

Geografisch verdeling

Nederland, Rijksbufferzones

Opmerking

Bij de berekening van veranderingen in bodemgebruik is rekening gehouden met door CBS aangebrachte correcties in het bestand bodemgebruik.
Als gevolg van nieuwe berekeningswijze van het CBS, waarbij woningen en wooneenheden als woningvoorraad zijn samengenomen, wijken de gegevens af van in eerdere versies van deze indicator gepresenteerde cijfers.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Ontwikkelingen in Rijksbufferzones, 2000-2012 (indicator 2010, versie 05 , 10 september 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.