Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Versnippering

Ontsnipperende maatregelen bij infrastructuur, 2014

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Op 1 januari 2015 was circa 41% van de 215 door rijksinfrastructuur veroorzaakte knelpunten opgelost door het nemen van mitigerende maatregelen, zoals de aanleg van faunapassages. Tot 2014 zijn bij rijkswegen en provinciale wegen in totaal ruim 1700 faunapassages aangelegd.

Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO)

In 1974 is het (toenmalige) ministerie van Verkeer en Waterstaat begonnen dassentunnels onder rijkswegen aan te leggen. In 1988 kwamen twee grote natuurbruggen (ecoducten) over de A50 op de Veluwe gereed. Tot 2005 zijn bij rijkswegen ongeveer 440 faunapassages tot stand gebracht.
Sinds 2005 loopt het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO). Het MJPO is gericht op de opheffing van infrastructurele barrières in het Natuurnetwerk die worden veroorzaakt door de bestaande rijksinfrastructuur: wegen, waterwegen en spoorlijnen. ProRail en Rijkswaterstaat zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma en doen dat in nauwe samenwerking met provincies. Voor het MJPO zijn 215 knelpunten geïdentificeerd die veroorzaakt worden door rijksinfrastructuur. Om deze knelpunten op te heffen, worden maatregelen zoals ecoducten, ecoduikers, faunatunnels, boombruggen en hop-overs ingezet. In veel gevallen wordt ook gekeken of bestaande bruggen en viaducten geschikt gemaakt kunnen worden voor medegebruik door dieren. Geleiding door rasters, struiken en stobbenwallen is daarbij een beproefd middel. Een knelpunt kan echter om meer dan één maatregel vragen, bijvoorbeeld omdat het knelpunt meerdere kilometers breed is of uit meerdere barrières bestaat.

Minder dan de helft van de knelpunten geheel opgelost

Begin 2015 was 41% van de knelpunten geheel opgelost en 27% gedeeltelijk opgelost. Geheel opgelost betekent in dit geval dat alle benodigde maatregelen zijn getroffen op het betreffende knelpunt. Volgens de MJPO-planning in 2014 zullen in 2018, het einde van het programma, 159 knelpunten zijn opgelost en 29 knelpunten gedeeltelijk zijn opgelost. In totaal is dan 85% van het gehele programma gereed.
Ook buiten het MJPO om zijn er sinds 2005 faunapassages gerealiseerd bij rijkswegen - dit betreft vooral nieuwbouwprojecten. Ook zijn er op lokaal niveau faunapassages aangelegd door gemeenten en natuurbeschermende organisaties. Een landelijk overzicht van deze faunapassages ontbreekt echter waardoor ze niet zijn opgenomen in deze indicator. Wel opgenomen zijn de circa 1100 faunapassages bij provinciale wegen.

Waarom ontsnippering

In kleinere geïsoleerd liggende gebieden, waar uitwisseling met andere gebieden beperkt of onmogelijk is, kunnen populaties van zowel planten- als diersoorten door een gebrek aan leefgebied te klein worden. De kans op uitsterven in deze gebieden neemt toe wanneer er door bijvoorbeeld extreme weersomstandigheden voedselgebrek ontstaat. Wanneer de soort eenmaal is verdwenen, zal deze de geïsoleerd liggende gebieden ook bij gunstige omstandigheden niet kunnen herkoloniseren. Veel soorten staan op de Rode Lijst omdat leefgebieden waarvan zij afhankelijk zijn te klein zijn geworden en/of te geïsoleerd liggen. In Nederland zijn veel natuurgebieden versnipperd omdat ze worden doorsneden met infrastructuur. Behalve de weg zelf, kunnen ook rasters of geluidsschermen een onneembare hindernis zijn. Soorten als dassen, vossen, reeën, kikkers, maar ook sommige vogels, vleermuizen en insecten kunnen verkeerswegen niet of moeilijk passeren. De dieren worden hierdoor belemmerd in hun bewegingen door het landschap met isolatie van (delen van) leefgebieden tot gevolg. Ook als soorten fysiek wel in staat zijn om over te steken, kunnen ze worden aangereden bij het oversteken of gaan ze juist de verkeersweg mijden en hun habitatgebruik aanpassen. De barrièrewerking van verkeerswegen belemmert dus de uitwisseling tussen dierpopulaties.
Door het aanleggen van faunapassages kunnen soorten zich verplaatsen tussen gebieden waardoor populaties bij voldoende uitwisseling meer overlevingskansen hebben. Om soorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven, is het daarom essentieel dat de dieren zich kunnen verspreiden en verplaatsen tussen leefgebieden. Door klimaatverandering wordt het nog belangrijker dat soorten zich kunnen verplaatsen tussen gebieden.

Gebruik en effectiviteit van faunapassages

Inventarisaties laten zien dat de meeste faunapassages door verschillende diersoorten worden gebruikt. Het is inmiddels aangetoond dat faunapassages - in combinatie met de faunarasters - sterfte door aanrijdingen onder fauna sterk kunnen terugdringen. Ook hebben deze verbindingen er toe geleid dat soorten hun areaal hebben uitgebreid of leeggeraakte gebieden weer hebben gekoloniseerd. Het is niet precies bekend welk effect de faunapassages hebben op de levensvatbaarheid van de dierpopulaties. Modelberekeningen tonen aan dat de faunapassages op veel plekken een noodzaak zijn om populaties op de lange termijn te laten voortbestaan. Op dit moment zijn er echter nog maar een beperkt aantal studies uitgevoerd die dit ook in het veld aantonen.

Beleid Natuurnetwerk Nederland

Het Nationale Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de 'Ecologische Hoofdstructuur' (EHS), werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van het ministerie van LNV. Het doel is de achteruitgang van het areaal aan natuur (1) en van de biodiversiteit te stoppen door een samenhangend netwerk van natuurgebieden te creëren. Dit wordt gedaan door natuurgebieden te vergroten (2) en met elkaar te verbinden met faunapassages (3) zodat meer soorten een geschikt leefgebied vinden en populaties van veel soorten duurzaam kunnen voortbestaan (Ruimtelijke samenhang natuurgebieden, 2015). Grote eenheden natuur zijn tevens gunstig om water- en milieucondities te verbeteren (Milieucondities in water en natuurgebieden, 1990 - 2014). Natuurgebieden worden vergroot en met elkaar verbonden door verwerving, inrichting en beheer van aangrenzende en tussenliggende landbouwgronden (6). In 2013 zijn in het Natuurpact afspraken gemaakt tussen Rijk en provincies over het natuurbeleid en de realisatie van het Natuurnetwerk. Hoewel de realisatie van het Natuurwerk is gedecentraliseerd naar provincies is het nog steeds een belangrijk onderdeel van het fundament in de Rijksnatuurvisie.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ontsnipperende maatregelen bij infrastructuur

Omschrijving

Aantal knelpunten in de ruimtelijke samenhang NNN en overige natuurgebieden als gevolg van barrières door infrastructuur. Cumulatief aantal faunapassages bij rijkswegen op 1 januari 2014 en het aantal faunapassages bij provinciale wegen op 1 januari 2014

Verantwoordelijk instituut

Alterra Wageningen UR (Edgar van der Grift en Marlies Sanders)

Berekeningswijze

In deze indicator worden alleen de faunapassages langs rijkswegen en provinciale wegen beschouwd. Voor de grafieken zijn gegevens over de genomen maatregelen gebruikt en (indien dit uit de informatie afleidbaar was) de aantallen faunapassages.De gegevens zijn afkomstig van het programmabureau MJPO (voor rijkswegen) en de provincies (voor provinciale wegen).De wijze waarop faunapassages worden geregistreerd verschilt per provincie. In enkele gevallen zijn de aantallen geschat, maar meestal is er wel een registratie van het aantal en de aard van faunapassages, vaak ten behoeve van het beheer.Van de provincie Zuid-Holland zijn geen nieuwe gegevens bekend. Voor die provincie zijn de cijfers gebruikt van 2012.Er is getracht zoveel mogelijk een zelfde definitie te hanteren voor faunapassages. Loopplanken onder bruggen aan beide zijden van het water zijn, indien dit uit de informatie afleidbaar was, als een enkele faunapassage geteld. Ook een combinatie van aaneengesloten maatregelen op een zelfde locatie (bijvoorbeeld een geheel van faunaduikers en looprichels) zijn, indien dit uit de informatie afleidbaar was, als een enkele faunapassage geteld.

Basistabel

Zie tabblad figuurdata onder Download figuurdata

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Ministerie van Infrastructuur en Milieu. (2011). Ruimtelijke samenhang natuurgebieden, 2015, Den HaagMinisterie van Economische Zaken. (2013). Natuurpact ontwikkeling en beheer van natuur in Nederland, Den HaagBrandjes, G.J.,R. van Eekelen, K. Krijgsveld en G.F.J. Smit (2002). Het gebruik van faunabuizen onder Rijkswegen. Resultaten literatuur- en veldonderzoek. DWW Ontsnipperingsreeks deel 43Grift, E.A. van der, F.G.W.A. Ottburg en J. Dirksen (2009) Het gebruik van Natuurbrug Zanderij Crailoo door mens en dier, Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 1906MJPO (2015) Jaarverslag 2014. Meerjarenprogramma Ontsnippering MJPO (2013) Leidraad Faunavoorzieningen bij Infrastructuur plus bijlagen

Betrouwbaarheidscodering

B voor rijkswegen (MJPO) D voor provinciale wegen.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Ontsnipperende maatregelen bij infrastructuur, 2014 (indicator 2051, versie 09 , 8 maart 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.