Water en groene ruimte

Openheid van de Waddenzee

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

De openheid van de Waddenzee wordt bepaald door de zichtbare menselijke objecten in en rond de Waddenzee. De indicator voor de openheid van de Waddenzee maakt het mogelijk de ontwikkelingen in het gebied af te wegen tegen het effect op de openheid van het landschap.

Beleid openheid Waddenzee

De hoofddoelstelling van de Nota Ruimte voor de Noordzee luidt:'Behoud van het unieke open karakter van de Waddenzee.'

Ontwikkelingen in het gebied

In de PKB Waddenzee zijn drie zones onderscheiden waarin industrialisatie en hoge bebouwing plaats kan vinden: rond de havens van Den Helder, Harlingen en Delfzijl. In deze regio's vindt momenteel inderdaad een ontwikkeling van industriegebieden plaats, en worden hoge bouwwerken gerealiseerd. Daarnaast worden, in het kader van het beleid voor de opwekking van meer duurzame energie, windmolens geplaatst, vooral in de buurt van de vastelandskust. De aanzienlijke hoeveelheid wind door het jaar heen maakt de vastelandskust van de Waddenzee een aantrekkelijke plaats voor het plaatsen van windmolens. Toch speelt de discussie over de landschappelijke inpassing van gebouwde objecten, met name windmolens, een rol in het gebied, zowel rond de aangewezen industriegebieden (bijvoorbeeld Emmapolder bij de Eemshaven) als rond kleinere landelijke kernen (bijvoorbeeld Kollum). Ook voor de renovatie van de Afsluitdijk bestaan plannen waarin opwekking van windenergie een grote rol speelt. Al deze ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de openheid van het gebied. De windmolens die tegenwoordig ontwikkeld worden kennen steeds hogere masten en grotere wieken. De windmolens zijn met name bij goed zicht tot op zeer grote afstand zichtbaar. De belevingswaarde van het gebied kan daardoor beïnvloed worden.

Zichtbaarheid gebouwde objecten in de Waddenzee

De gemiddelde hoogte van de gebouwd objecten in het Waddengebied is ongeveer 30 m. Omdat hierbij gekeken is naar het zichtgebied van 11-25 km rond de zichtpunten (de buitenste cirkels in de figuur) spelen vooral de hogere objecten een rol, bijvoorbeeld de windmolens in de Wieringermeer, bij Sexbierum en bij de Eemshaven, maar ook de gaswinningsplatforms in Waddenzee en Noordzee.

Relevante doelstellingen Nota Ruimte

Uitvoeringsdoelstellingen:

  • Bescherming unieke open karakter van de Waddenzee.


Algemene doelstellingen:

  • Borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden.

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Indicator openheid Waddenzee

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

Voor de indicator voor de openheid is gebruik gemaakt van de hoogte van bestaande menselijke objecten in en rond de Waddenzee. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de functies wonen, werken, infrastructuur, olie- en gaswinning en opwekking windenergie. Hiervan is een ruimtelijk bestand gemaakt. Uitgaande van de hoogtekaart van Nederland en de aanwezigheid van bossen en bomen is voor vijf zichtpunten gekeken welke menselijke objecten vanuit deze punten zichtbaar zijn. De zichtafstand is bepaald aan de hand van meetgegevens van het KNMI van station Terschelling en verdeeld in slecht zicht (10-percentiel), gemiddeld zicht (50-percentiel) en goed zicht (90-percentiel van de uurwaarden van de minimale zichtafstand door het KNMI gerapporteerd. Voor elke windrichting en zichtafstand is de hoogte van de zichtbare menselijke objecten geregistreerd

Achtergrondliteratuur

Wortelboer, F.G., 2009. Hoe open is de Waddenzee? Een indicator voor de openheid van het Waddenlandschap. Planbureau voor de Leefomgeving. PBL Rapport 500180001.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Openheid van de Waddenzee (indicator 2094, versie 01 , 20 mei 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.