Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Klimaatverandering

Meteorologische gegevens, 1990-2019

In 2019 bedroeg de gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt 11,2 graden Celsius. Daarmee was het jaar ongeveer even warm als 2018. De winter 2019/2020 in haar geheel was extreem zacht met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 5,2 graden tegen 3,4 graden normaal.

De Bilt Eenheid 1981/2010 1990 2000 2017 2018 2019
               
Dagen met neerslag met >= 1,0 mm Dagen 131 124 158 138 107 139
Sneeuwdagen Dagen 25 15 12 21 16 7
Droge dagen Dagen 122 127 91 113 165 141
Zonloze dagen Dagen 61 66 55 47 41 44
Dagen met mist Dagen 63 46 45 98 71 86
               
Zonneschijn Uren 1602 1622 1515 1666 2045 1928
Globale straling 1) kJ/cm2 354 366 338 367 409 396
Neerslag Mm 887 764 975 948 582 934
Verdamping Mm 559 583 541 591 671 637
Relatieve vochtigheid % 82 79 84 81 78 79
               
IJsdagen (max. temp <0,0oC) Dagen 8 0 2 4 3 2
Vorstdagen (min. temp <0,0oC) Dagen 58 33 35 45 50 40
Zomerse dagen (max. temp >=25,0oC) Dagen 26 32 22 23 55 26
Tropische dagen (max. temp >=30,0oC) Dagen 4 3 2 3 9 11
               
Gemiddelde van:              
Uur waarnemingen (gehele jaar) oC 10,1 10,9 10,9 10,9 11,3 11,2
Winter (1 dec.-28/29 febr.) oC 3,4 6 5 3,8 3,7 5,2
Zomer (1 juni-31 aug.) oC 17 16,8 16,3 17,7 18,9 18,4
Gemiddelde van dagelijkse minima in oC 0,5 3,2 2,1 0,8 1,1 2,1
de winter (1 dec.-28/29 febr.)              
Gemiddelde van dagelijkse maxima in oC 21,9 21,9 21,1 22,6 24,2 23,7
de zomer (1 juni-31 aug.)              
               
Aantal graaddagen 2) Graden 2951 2677 2659 2647 2619 2638
Koudegetal van Hellmann 3) Hellmann-getal 57 8,4 3,6 36 34,1 12,1
Warmtegetal 4) Warmtegetal 87,4 87 59,3 79,6 196 130,9
               
Bron: KNMI             CBS/mrt20
N.B. Alle gegevens hebben betrekking op De Bilt.            
1) De op het aardoppervlak invallende zonnestraling.            
2) De som van het aantal graden beneden de stookgrens (=18 oC), uitgaande van de gemiddelde dagtemperatuur in    
De Bilt (zie ook de technische toelichting).              
3) Het koudegetal, ook wel aangeduid als het Hellmanngetal, is een maat voor de koude in het tijdvak van 1 november  
van het voorafgaande jaar tot en met 31 maart van het genoemde jaar.          
4) Het warmtegetal is een maat voor de warmte in het tijdvak 1 april tot en met 31 oktober van het genoemde jaar.    

Het jaar 2019 warm, zonovergoten en droog

Het jaar 2019 was een zeer warm en droog jaar (KNMI (2019a). Met een gemiddelde temperatuur van 11,2 graden Celsius komt het jaar in de top-10 van de warmste jaren sinds het begin van de waarnemingen in 1901. Het was tevens het zesde zeer warme jaar op rij. Dit past in de trend van een opwarmend klimaat. Volgens het WMO (World Meteorological Organisation) is de oorzaak duidelijk: de opwarmende trend door broeikasgassen, El Nino en de grilligheid van het weer. Alleen november en vooral mei waren te koel, september was precies normaal en de rest van de maanden lag de gemiddelde temperatuur (ruim) boven het langjarig gemiddelde.

Zachte lente

De lente was zacht, maar kende en stevige variatie. De maand maart was zeer zacht en nat met een gemiddelde temperatuur van 8,0 °C. De eerste helft van de maand was het nat en soms onstuimig. Op 10 maart gaf het KNMI voor de zuidelijke provincies een code oranje uit voor zware windstoten, in Zeeland werden windstoten tot 122 km/uur en ook landinwaarts werd een windstoot van 119 km/uur geregistreerd. De tweede helft verliep rustig en vrijwel droog met veel zon.
April was ook zacht en zeer zonnig maar kende meerdere gezichten. Rond 20 april werd het op veel plaatsen warmer dan 20°C en in het zuiden werden de eerste zomerse dagen (maximum minimaal 25,0°C) genoteerd. Mei was met een gemiddelde temperatuur van 11,7 °C ruim anderhalve graad te koel. Het was vrij zonnig en droog. Aan het begin van de maand was het koud met landinwaarts in 1-3 etmalen vorst en lokaal nog wat sneeuw. Het was een vrij droge maand met aan het einde van de maand enige neerslag.

Zeer warme zomer

De zomer van 2019 was met een etmaalgemiddelde temperatuur van 18,4 °C tegen normaal 17,0 °C in De Bilt zeer warm. Sinds 1901 waren er 3 zomers warmer. 2018 was met 18,9 °C de warmste zomer. De zomer werd gekenmerkt door een afwisseling van zeer warme perioden en koelere perioden. In de Bilt waren er twee hittegolven, van 22 t/m 27 juli en van 23 t/m 28 augustus. Van 23 tot en met 27 juli gold een code oranje voor de extreme hitte. De zomer was opnieuw droog, maar veel minder dan in 2018. In het oosten hield de droogte aan, in noordwesten en midden was het op veel plaatsen juist natter dan normaal. Juni was met gemiddeld 18,1 °C tegen normaal 15,6 °C de warmste juni sinds 1901. Het was zeer zonnig en dankzij een wisselvallige periode tot halverwege de maand ook nat. Rond 25 juni werd het voor het eerst deze zomer extreem warm met maxima tot rond 35°C in het oosten en zuiden. Juli was met een gemiddelde van 18,8 °C zeer warm. Tot en met de 22e verliep de maand thermisch normaal. Op 4 juli werd met 3,9 °C de laagste temperatuur van de zomer gemeten in Twenthe, op 10 cm vroor het toen 1,6 °C. Vorst op 10 cm in juli is uitzonderlijk. De hitte van 24 t/m 26 juli was extreem. Voor het eerst sinds minimaal 3 eeuwen werd het in Nederland 40 graden of warmer. Van 23 t/m 28 augustus was er een landelijke hittegolf. Er was nog nooit zo laat in het seizoen een landelijke hittegolf.

Herfst zacht, zonnig en nat

De herfst was vrij zacht, vrij zonnig en nat. In september was de gemiddelde temperatuur met 14,5 precies normaal. Als gevolg van veelvuldige invloed van hogedrukgebieden was het een zonnige maand, toch was de maand vrij nat, vooral in het noorden. Oktober was zacht en nat. Aan het einde van de maand werd het droog, zonnig en koel en werd de eerste vorst van het winterhalfjaar geregistreerd. In november lag de gemiddelde temperatuur iets onder normaal en ook was het zonnig. Het was meestal wisselvallig en iets te koud. December was met 5,8 °C zeer zacht. Het was zeer zonnig en de maand was aan de droge kant. Tot en met Sinterklaas was het droog en koud. Tot en met de kerstdagen was het zacht en zeer wisselvallig, daarna werd het rustig en tijdelijk ook koud weer met veel zon.

Winter 2019-2020: uitzonderlijk zacht, nat en een normale hoeveelheid zon

De winter was extreem zacht met een gemiddelde temperatuur van 6,4 °C tegen 3,4 °C normaal KNMI (2019b). Daarmee was deze winter de op één na zachtste winter sinds het begin van de metingen in 1901, na de winter van 2006-2007 met 6,6 °C. Alle drie wintermaanden waren zeer zacht, waarbij december en januari met gemiddeld 5,8 °C (tegen 3,7 °C normaal) en 6,2 °C (tegen 3,1 °C normaal) respectievelijk goed waren voor een plek in de top 10 en de top 5 van zachtste maanden. Februari was uitzonderlijk zacht met een gemiddelde temperatuur van 7,2 °C tegen 3,3 °C normaal, de op één na zachtste februarimaand ooit na februari 1990 met 7,6 °C.

Ontwikkelingen temperatuur

De gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt is in de periode 1952-2019 met ongeveer 2 graden gestegen. Het gaat hier om de trendmatige ontwikkeling waarbij gecorrigeerd is voor bovengemiddeld strenge winters of warme zomers. De laatste jaren waren veruit de warmste sinds het begin van de meetreeks in De Bilt. De gemiddelde temperatuur in de wereld lag in 2019 ongeveer 0,9 graden boven de gemiddelde wereldtemperatuur in de jaren 1961-1990. Deze opwarming is statistisch significant.

Koudegetal en warmtegetal 1901-2019

Het koudegetal, ook wel aangeduid als het Hellmanngetal (H), naar de Duitse meteoroloog Gustav Hellmann, is een maat voor de koude in het tijdvak van 1 november van het voorafgaande jaar tot en 31 met maart van het genoemde jaar. Voorbeeld: 1963 heeft betrekking op de periode 1 november 1962 tot en met 31 maart 1963. Het getal wordt verkregen door over dit tijdvak alle etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt te sommeren met weglating van het minteken.
Het warmtegetal is een maat voor de warmte in het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober van het genoemde jaar. Het warmtegetal wordt berekend door het aantal dagen dat de gemiddelde etmaaltemperatuur van elke dag boven de 18 graden Celsius ligt, op te tellen. Een dag met gemiddeld over 24 uur een temperatuur van 20,2 graden draagt dus 2,2 bij aan het warmtegetal. Zo komen we uiteindelijk tot een totale som die het mogelijk maakt de warmte in het jaar te classificeren.

Het klimaat en het weer in Nederland

Nederland heeft een zeeklimaat, gekenmerkt door zachte winters, koele zomers en neerslag gedurende het gehele jaar. Dit wordt veroorzaakt door de gemiddelde luchtverplaatsing die voornamelijk uit het zuidwesten is.

Invloed van het klimaat en het weer op het milieu

Weersomstandigheden hebben directe gevolgen voor milieu en natuur. Hierbij valt te denken aan het trekgedrag van vogels en vorming van smog. Aan de andere kant heeft het milieu invloed op het weer. De toename van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer zal tot een verandering van het klimaat leiden.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Meteorologische gegevens

Omschrijving

Gegevens over het weer in Nederland en de gemiddelde waarden (normalen) voor de periode 1981-2010 van het hoofdstation De Bilt.

Verantwoordelijk instituut

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)

Berekeningswijze

Met uitzondering van de neerslag worden dagelijks metingen gedaan van 0-0 uur Universal Time (12 uur UT=13 uur Midden Europese Tijd). De hoeveelheid neerslag wordt dagelijks bepaald van 8-8 uur. De cijfers zijn afkomstig uit de Jaar- en maandoverzichten weer / neerslag en verdamping in Nederland (KNMI, 2020a, b) en hebben betrekking op De Bilt. Temperatuur: dagelijks uur waarnemingen (in graden Celcius).
Neerslag: elektrische pluviograaf met registratie op afstand (in mm).
Globale straling: de som van de directe en diffuse zonestraling op een horizontaal vlak (in joules/cm2). De straling is vooral afhankelijk van zonshoogte en de hoeveelheid bewolking.
Zonneschijn: volgens een algoritme berekend uit de globale straling (in uren).
Verdamping: bepaald uit gegevens van globale straling en luchttemperatuur (berekeningswijze volgens Makkink) (in mm)
Relatieve vochtigheid: gemeten op 1,5 m hoogte boven de grond (in %; bij 100% is de lucht met waterdamp verzadigd)
Meteorologische seizoenen worden in hele maanden genomen: winter = december-februari; lente = maart-mei; zomer = juni-augustus; herfst = september-november.
Graaddagen: de maat voor het aantal dagen dat ruimtes voor wonen en werken worden verwarmd. Deze gegevens worden gebruikt voor de berekening van temperatuur gecorrigeerde emissies van kooldioxide; zie ook CO2-emissies verklaard, 1990-2017.
Koudegetal van Hellmann (H) is een maat voor de koude in het tijdvak van 1 november van het voorafgaande jaar tot en met maart van het genoemde jaar. Het wordt verkregen door over dit tijdvak alle etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt te sommeren met weglating van het minteken. De classificatie is als volgt
H > 300 Streng
H > 160 Zeer koud
H > 100 Koud
H < 100 Normaal
H < 40 Zacht
H < 20 Zeer zacht
H < 10 Buitengewoon zacht
Warmtegetal: Het warmtegetal is een maat voor de warmte in het tijdvak 1 april tot en met 31 oktober van het genoemde jaar. Het warmtegetal wordt berekend door het aantal dagen dat de gemiddelde etmaaltemperatuur van elke dag boven de 18 graden Celcius ligt, op te tellen. Een dag met gemiddeld over 24 uur een temperatuur van 20,2 graden draagt dus 2,2 bij aan het warmtegetal. (KNMI, 2020c, d)

Geografisch verdeling

Nederland, 5 hoofdstations (De Kooy, Eelde, De Bilt, Vlissingen, Maastricht), 32 klimatologische stations en ca. 300 neerslagstations.

Andere variabelen

Maximum temperatuur, minimum temperatuur, grootste dagsom neerslag, dampdruk, luchtdruk, dagen met onweer, gemiddelde windsnelheid, windrichtingsfrequentie, bodemtemperatuur.

Verschijningsfrequentie

Maandelijks en een jaaroverzicht op papier en op internet

Betrouwbaarheidscodering

Integrale enquete.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2020). Meteorologische gegevens, 1990-2019 (indicator 0004, versie 22 , 2 april 2020 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.