Visbestanden in de Noordzee, 1947-2025

In 2025 lag het bestand van volwassen schol ruim boven het duurzaamheidsdoel. Ook de bestanden van volwassen haring en tong bevonden zich boven deze grens. De noordwestelijke en Viking-deelbestanden van kabeljauw bevonden zich onder het duurzaamheidsdoel, maar nog wel boven de limietgrens. Alleen het zuidelijke deelbestand van volwassen kabeljauw lag in 2025 onder de limietgrens.

Haring

De omvang van het bestand volwassen haring wisselt sterk door grote jaarlijkse verschillen in nieuwe aanwas. Door de intensieve visserij voor menselijke consumptie en de grote bijvangsten van jonge haring in de industrievisserij voor vismeel was het bestand in 1975 afgenomen tot 105 duizend ton. In 1977 werd de visserij voor vier jaar stopgezet. De haringstand herstelde zich aanvankelijk, maar enkele jaren na de heropening van de visserij volgde vlak na 1990 opnieuw een zorgwekkende afname. Het haringbestand groeide daarna weer door sterke jaarklassen (jaren met een grote productie van nakomelingen) in 1998 en 2000 en vangstbeperkende maatregelen (1996: halvering toegestane haringvangst, beperking industrievisserij). Sinds 1996 ligt de haringstand boven de voorzorgsgrens van 1.050 miljoen kg volwassen vis, en sinds 1997 boven het duurzaamheidsdoel van 1.100 miljoen kg. De omvang van het bestand fluctueerde in de daaropvolgende jaren, maar bleef boven het duurzaamheidsdoel. Rond 2018 nam de omvang van het bestand volwassen haring weer af. In 2025 lag het bestand op 1.239 miljoen kg, boven het duurzaamheidsdoel. Om het bestand van haring in de Noordzee boven het duurzaamheidsdoel te behouden, adviseert de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) een maximale vangst van 288 miljoen kg voor het jaar 2026.

Kabeljauw

Sinds 2024 wordt het kabeljauwbestand beheerd in drie afzonderlijke deelbestanden: het zuidelijke bestand (zuidelijke Noordzee), het noordwestelijke bestand (noordwestelijke Noordzee en ten westen van Schotland) en het Viking-bestand (noordoostelijke Noordzee). De deelbestanden verschillen in biologische kenmerken, zoals groei en geslachtsrijpheid, en hebben elk hun eigen paaigronden. Hoewel deze deelbestanden zich vermengen en samen worden gevangen, wordt aangenomen dat er in het voortplantingsseizoen geen vermenging plaatsvindt. 
Voor de indeling in deelbestanden werd kabeljauw als één bestand beheerd. Het bestand van volwassen kabeljauw vertoonde tussen 1971 en 2006 een dalende trend en ligt sinds 1984 onder de voorzorgsgrens/duurzaamheidsdoel. In de perioden 1990-1992 en 2000-2010 daalde het bestand onder de limietgrens. Dit betekent dat er zo weinig volwassen kabeljauw in de Noordzee zwom, dat er een verhoogd risico was op beperkte voortplanting. Na een historisch dieptepunt van circa 33 miljoen kg in de jaren 2003-2006 is het kabeljauwbestand weer toegenomen. Na een piek in de bestandsgrootte van bijna 85 miljoen kg in 2016, is de bestandsgrootte in de jaren erna weer gedaald. Deze ligt vanaf 2019 weer behoorlijk ver onder de limietgrens. 2025 is het tweede jaar na de invoering van het beheer op basis van de drie deelbestanden. We zien dat in dat jaar het zuidelijke bestand nog steeds onder de daarbij horende limietgrens van 14 miljoen kg lag. Het noordwestelijke en Viking-bestand lagen beide boven de limietgrens. Ze vielen echter onder de voorzorgsgrens/duurzaamheidsdoel van respectievelijk 40,8 en 13,7 miljoen kg. Op basis van de Maximum Sustainable Yield (MSY) en voorzorgbenadering adviseert ICES daarom dat er geen vangst mag plaats vinden in 2026. (Zie verderop voor uitleg over voorzorgbenadering en MSY.)
Wanneer de MSY-benadering wordt toegepast op het noordwestelijke en Viking-deelbestand zonder de voorzorgbenadering (en de MSY- en voorzorgbenadering alleen wordt toegepast op het zuidelijke deelbestand) adviseert ICES dat de vangsten in 2026 respectievelijk niet meer mogen bedragen dan 8,7 miljoen kg, 3,6 miljoen kg, en 0 miljoen kg.
 

Schol

Na een piek in de tweede helft van de jaren 80, daalde het bestand volwassen schol in enkele jaren sterk; van ruim 751 miljoen kg in 1987 naar 359 miljoen kg in 1996. In de periode van 1992 tot 2004 lag het bestand onder de voorzorgsgrens van 544 miljoen kg, maar bleef in de meeste jaren boven de limietgrens van 392 miljoen kg. Na 2004 herstelde het bestand zich aanzienlijk door een lagere sterfte door visserij. In deze periode groeide de scholstand van 492 miljoen kg in 2004 naar een historisch hoog niveau van 1.256 miljoen kg in 2014. Sinds 2005 ligt het scholbestand boven de voorzorgsgrens en het duurzaamheidsdoel. In 2025 bedroeg de bestandsgrootte van volwassen schol 1.230 miljoen kg. Voor het behouden van dit bestand adviseert ICES een maximale vangst van 164 miljoen kg in 2025.

Tong

Het bestand volwassen tong wisselt sterk door schommelingen in het aantal nakomelingen. Door overbevissing worden sterke jaarklassen weer snel opgevist. In de jaren 70 en 80 bevond de tongstand zich rond de voorzorgsgrens en het duurzaamheidsdoel van 48 miljoen kg. Na een aantal jaar met een hoge stand begin jaren 90 (1990: 139 miljoen kg) daalde de omvang van het bestand weer. Sinds 1998 fluctueert deze tussen de voorzorgsgrens/het duurzaamheidsdoel en de limietgrens (35 miljoen kg). Het bestand kwam in de jaren 2007, 2018 en 2019 onder deze grens. In 2024 is de bestandschatting van tong herzien in een zogenoemde benchmark. Na herziening zijn er nieuwe referentiepunten vastgesteld, en is de perceptie van het bestand verandert. Sinds 2021 ligt het bestand weer boven de voorzorgsgrens/het duurzaamheidsdoel. In 2025 lag het bestand hier nog steeds boven met 58 miljoen kg. Het vangstadvies voor tong in 2026 is vastgesteld op 12 miljoen kg.  

Uitleg voorzorgsgrens, limietgrens en duurzaamheidsdoel

In de jaren 90 is voor het visserijbeheer de voorzorgbenadering ontwikkeld op basis van het bestand volwassen vis. Het doel hiervan was om overbevissing te voorkomen en de visbestanden gezond te houden, zodat zij voor voldoende nakomelingen kunnen zorgen. Centraal in dit beheer staan de voorzorgsgrens en de limietgrens. Daalt door overbevissing de omvang van een bestand volwassen vis tot onder de voorzorgsgrens, dan moeten maatregelen genomen worden om te voorkomen dat door verdere overbevissing het bestand verder daalt. Beneden de limietgrens komt de voortplanting in gevaar.
In het kader van de duurzaamheidsbenadering is ook voor alle vier vissoorten een duurzaamheidsdoel vastgesteld. Voor kabeljauw en tong is het duurzaamheidsdoel gelijk aan de voorzorgsgrens; voor haring en schol ligt het duurzaamheidsdoel hoger dan de voorzorgsgrens. Het vaststellen van de voorzorgsgrens, de limietgrens en het duurzaamheidsdoel gebeurt door ICES. De waarden van deze referentiepunten worden elke 3-5 jaar herzien tijdens een benchmark en kunnen daarbij worden aangepast. Voor tong gebeurde dit in 2024, voor kabeljauw in 2023, voor schol in 2022 en voor haring in 2021. Alleen de bestandschattingen vanaf het jaar van de herziening moeten worden vergeleken met de aangegeven referentiepunten. 

Visserijbeleid

Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) van de Europese Unie is sinds 1983 van kracht en in 1992, 2002 en 2014 ingrijpend herzien. Het GVB heeft als kern het duurzaam beheren van visbestanden door ecologische, economische en sociale belangen met elkaar in balans te brengen. De hervorming van 2014 bracht een versterkte focus op duurzaamheid, regionale samenwerking en beter wetenschappelijk onderbouwde besluitvorming. Centraal staat dat Europese visbestanden worden bevist volgens het principe van Maximum Sustainable Yield (MSY), zodat overbevissing wordt voorkomen en visbestanden zich kunnen herstellen.

Sinds 2019 is daarnaast de aanlandplicht volledig van kracht, die verplicht dat alle vangsten van soorten die onder vangstbeperkingen vallen moeten worden aangeland. De aanlandplicht is bedoeld om discards (teruggooi) te verminderen en selectiever te vissen.

Daarnaast voorziet het beleid in meer regionale besluitvorming via adviesraden, ondersteuning voor innovatie in selectiever vistuig, stimulering van duurzame aquacultuur en extra aandacht voor kleinschalige kustvisserij. De Europese Commissie voert momenteel een omvangrijke evaluatie van het GVB uit, die begin 2026 wordt afgerond en richting geeft aan een toekomstige visserijvisie voor 2040.

Bronnen

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Visbestanden in de Noordzee

Omschrijving

Ontwikkeling van de bestanden volwassen haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee tussen 1947 en 2025. De bestandsomvang wordt afgezet tegen de gedefinieerde limietgrens, voorzorgsgrens en het duurzaamheidsdoel.

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Marine Research (Danique van Wijk)

Berekeningswijze

De visbestanden worden geschat op basis van onderzoek door de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES). De website van de ICES geeft in de 'Series of ICES Survey Protocols (SISP)' handleidingen met beschrijvingen van de protocollen en procedures die gebruikt worden in de door ICES gecoördineerde ecologische en visserij-inventarisaties. Een korte beschrijving van de onderzoekmethodes geeft de brochure Fish stocks: counting the uncountable? (ICES, 2019e).

Basistabel

Gegevens van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES).

Geografische verdeling
  • Haring: Noordzee (ICES IV), inclusief Skagerrak, Kattegat (ICES IIIa) en het oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId);
  • Kabeljauw: Noordzee (ICES IV), inclusief Skagerrak (ICES IIIa West) en oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId);
  • Schol: Noordzee (ICES IV), inclusief Skagerrak (ICES IIIa West);
  • Tong: Noordzee (ICES IV).
Andere variabelen

ICES publiceert voor een groot aantal commerciële vissoorten en visgebieden de volgende gegevens: bestandsomvang volwassen vis, aanwas nieuwe rekruten (eenjarige vis), Total Allowable Catch (TAC), vangst (totaal en per land), quotum per land, visserijsterfte.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie referenties ICES (2024a); ICES (2024b); ICES (2024c); ICES (2024d).

Betrouwbaarheidscodering
Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
23
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
22
versie‎
21
versie‎
20
versie‎
19
versie‎
18
versie‎
17
versie‎
16
versie‎
15
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
08
versie‎
07
versie‎
06
versie‎
05
versie‎
04
versie‎
03

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Visbestanden in de Noordzee, 1947-2025 (indicator 0073, versie 23, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.