Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw, 1990-2024

De land- en tuinbouwsector is in Nederland een belangrijke bron van luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen. In 2024 was 90% van de totale ammoniakuitstoot afkomstig uit deze sector. Daarnaast droeg de landbouw aanzienlijk bij aan emissies van niet‑methaan vluchtige organische stoffen (36%), fijnstof (18%) en stikstofoxiden (13%). Bij broeikasgassen is de sector veruit de grootste bron van methaan (77%) en lachgas (73%). Tussen 1990 en 2024 namen de emissies van deze stoffen af. De uitstoot van koolstofdioxide door de land- en tuinbouw is beperkt; in 2024 was dat 5% van de nationale CO₂‑emissie. 

Bij luchtverontreinigende stoffen daling ammoniak vooral vóór 2005

De figuur in het tabblad luchtverontreinigende stoffen toont de veranderingen in de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen door de landbouw ten opzichte van 1990. De uitstoot van ammoniak is met 70% afgenomen tussen 1990 en 2024. De uitstoot nam vooral af in de periode tot 2005. De afname komt door het toepassen van emissiearme mestaanwending, krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen en emissiearme stallen.

De uitstoot van fijnstof is over de gehele periode 1990-2024 met 5% gedaald. De uitstoot steeg tussen 1990 en 2011 met 32%. Dat kwam voornamelijk door de omschakeling van pluimveebedrijven van kooihuisvesting naar scharrel- en vrije-uitloopstallen vanwege wetgeving voor dierenwelzijn. Daarna daalde de uitstoot van fijnstof, vooral doordat er minder pluimvee wordt gehouden.

Trend luchtverontreinigende stoffen vanaf 2005 voor NEC-richtlijn

Voor de National Emission reduction Commitments Directive (NEC-richtlijn) moet de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen worden vergeleken met 2005 in plaats van 1990. Voor die vergelijking staan daarom in de figuur in het tabblad Luchtverontreinigende stoffen vanaf 2005 de emissies weergegeven ten opzichte van 2005. Terwijl de emissies ten opzichte van 1990 allemaal dalen, is er ten opzichte van 2005 een emissie die toeneemt: Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS). Deze toename komt voornamelijk doordat runderen meer kuilvoer eten.

Voor broeikasgassen blijft 1990 het uitgangspunt.

Bij broeikasgassen tussen 1990 en 2024 vooral afname distikstofoxide

In het tabblad Broeikasgassen staat een overzicht van de uitstoot van broeikasgassen door de land- en tuinbouwsector ten opzichte van 1990. De uitstoot van distikstofoxide is met 44% afgenomen tussen 1990 en 2024. De afname komt voornamelijk door minder weidegang, minder atmosferische depositie en minder kunstmestgebruik. De afname van distikstofoxide is kleiner dan de afname van de uitstoot van ammoniak. Dit komt doordat bij emissiearme mestaanwending (met een lagere ammoniakuitstoot) juist meer distikstofoxide vrij komt. Daarnaast hebben emissiearme stallen geen effect op de uitstoot van distikstofoxide. 
De uitstoot van methaan daalde met 16% in de periode 1990-2024. Dit kwam door een afname van het aantal koeien en varkens. Ook een hogere efficiëntie van koeien en varkens, waardoor ze minder voer verbruikten, droeg bij aan de daling. 
De uitstoot van koolstofdioxide door de land- en tuinbouw is met 22% afgenomen tussen 1990 en 2024. Wel steeg de uitstoot in 2023 en 2024. In 2023 steeg de uitstoot met 8% ten opzichte van 2022. In 2024 steeg de uitstoot met 5%. In 2022 was de uitstoot juist gedaald met 29% door een lager gasverbruik in de glastuinbouw. Deze sterke daling kwam door de hoge gasprijzen.

Bronnen emissies door land- en tuinbouw

De land- en tuinbouw heeft verschillende bronnen waar emissies naar lucht vrij komen: 

  • Ammoniak komt vrij uit de mest in stallen en opslag, bij mestbehandeling en -verwerking, toediening van mest en beweiden van vee, toedienen van kunstmest en andere meststoffen en uit de afrijping van gewassen en gewasresten.
  • Stikstofoxiden komen vrij uit de mest in stallen en opslag, bij mestbehandeling en -verwerking, toediening van mest en beweiden van vee, toedienen van kunstmest en andere meststoffen en gewasresten.
  • Distikstofoxide (lachgas) komt vrij uit de mest in stallen en opslag, bij mestbehandeling en -verwerking, toediening van mest en beweiden van vee, toedienen van kunstmest en andere meststoffen, bij gebruik van veengronden als landbouwgrond, gewasresten en indirect door atmosferische depositie (dit wil zeggen de belasting van bodem en oppervlaktewater via de lucht); 
  • Methaan komt vrij bij pensfermentatie, uit mest in stallen en opslag, bij mestbehandeling en -verwerking en uit weidemest;
  • Fijnstof komt vrij uit stallen en bij het verbouwen van akkerbouwgewassen;
  • Niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) komen vrij uit stallen, mestopslag, mesttoediening, weidemest, opslag en voedering van kuilvoer en uit akkerbouw;
  • Koolstofdioxide wordt voor het grootste deel veroorzaakt door verbranding van aardgas in de glastuinbouw. Daarnaast komt koolstofdioxide vrij bij het gebruik van kalkmeststoffen en ureum;
  • Bij het verbranden van aardgas komen naast koolstofdioxide nog meer stoffen vrij zoals zwaveldioxide. Een volledig overzicht kunt u vinden op emissieregistratie.nl. Selecteer: stof: alle stoffen, compartiment: lucht, locatie: Nederland, bron: aardgasverbruik landbouw (wkk en niet wkk). 

De emissies van landbouwwerktuigen en de visserij (zowel broeikasgassen als luchtverontreinigende stoffen) zijn opgenomen in de indicator Emissie naar lucht door verkeer en vervoer. Bij landbouwwerktuigen en visserij zijn alleen de emissies van koolstofdioxide en stikstofoxiden substantieel.

Bronnen

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw

Omschrijving

Emissies van broeikasgassen (koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O) en NEC-emissies van verzurende en grootschalige luchtverontreinigende stoffen (ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx), fijnstof (PM10), vluchtige organische stoffen, exclusief methaan (NMVOS)) in de land- en tuinbouw.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op basis van data van Emissieregistratie.

Berekeningswijze

De emissiegegevens voor de luchtverontreinigende stoffen zijn gepresenteerd volgens de sectorindeling van de NEC-richtlijn. 
De emissiecijfers voor de broeikasgassen zijn berekend volgens de IPCC-methode. 
Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Geografische verdeling

Nederland, provincie, postcode, 5*5 km2 (kaart)

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodememissies, emissies oppervlaktewater, luchtemissies, luchtemissies volgens IPCC
In totaal circa 300 stoffen
Circa 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In maart definitieve cijfers t-2; in augustus voorlopige cijfers t-1

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
37
Bekijk meer Bekijk minder

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Emissies naar lucht door de land- en tuinbouw, 1990-2024 (indicator 0099, versie 37, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.