Lokale leefomgeving

Radioactieve stoffen: emissies naar lucht en water door de procesindustrie, 1994-2000

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.
  Nuclide 1994 1996 1998 1999 2000
GBq/j 1  
Lozingen naar lucht
Staalproductie 210Pb 46 30 21 19 18
  210Po 114 115 118 116 87
Fosforproductie 210Pb 33 97 49 62 56
  210Po 506 393 534 652 499
Lozingen naar water
Fosforzuurproductie 226Ra 809 598 377 - -
  210Pb 713 584 329 - -
  210Po 733 569 369 - -
           
Bron: RIVM. RIVM/MC/okt02
1) Een Becquerel (Bq) is een maat voor de hoeveelheid radioactiviteit. GBq/j staat voor Giga Becquerel per jaar.
210Pb, Lood 210, een radioactieve vorm (isotoop) van lood
210Po,Polonium 210, een radioactieve vorm (isotoop) van polonium
226Ra, Radon 226, een radioactieve vorm (isotoop) van radium

Ontwikkeling emissie van radioactieve stoffen naar water

De emissie van radioactieve stoffen naar water is sinds in de periode 1994-1999 sterk afgenomen en vanaf 2000 zelfs nagenoeg gestopt. De lozingen waren in hoofdzaak afkomstig van twee bedrijven, die met zuren en bij lage temperaturen fosforzuur produceerden uit fosfaaterts. Fosforzuur wordt gebruikt voor het maken van kunstmest. Fosforzuurgips, het afvalproduct van de productie van fosforzuur, bevat grote hoeveelheden polonium, lood en radium. Beide bedrijven loosden dit gips op de Nieuwe Waterweg.De afname van de lozing in de periode 1994-1998 komt onder andere door het gebruik van grondstoffen met een lager gehalte aan natuurlijke radioactieve stoffen. Einde 1999 heeft één van beide fosforzuurproducenten de productie gestaakt en begin 2000 is het tweede bedrijf gestopt. Als gevolg hiervan zijn geen gegevens over 1999 en 2000 beschikbaar. Wel kan worden vastgesteld, dat met de sluiting van beide bedrijven de grootste industriële lozingen van natuurlijke radioactieve stoffen naar water in Nederland zijn beëindigd.

Ontwikkeling emissie van radioactieve stoffen naar lucht

Ook bij de productie van staal en elementair fosfor kunnen radioactieve stoffen vrijkomen. Het gebruik van hoge temperaturen, leidt vooral tot emissie naar lucht van het vluchtige polonium (210Po) en in mindere mate van lood (210Pb). Door aanpassingen in productieomvang en productieproces kunnen de emissies van jaar tot jaar variëren

Herkomst van radioactieve stoffen

Pas in de jaren tachtig werd beleidsmatig onderkend, dat sommige bedrijven in de procesindustrie radioactieve stoffen lozen. Bij de verwerking van grote hoeveelheden minerale grondstoffen kunnen de van nature aanwezige radioactieve stoffen selectief terechtkomen in het product óf in de rest- en afvalstoffen óf in emissies naar lucht en water. De aard en omvang van deze emissies hangen sterk af van de gebruikte grondstoffen en van de productieprocessen.

Beleid

Sinds halverwege de jaren negentig heeft een aantal bedrijven een Kernenergiewet-vergunning. In deze vergunningen zijn lozingslimieten opgenomen, waaraan de bedrijven zich dienen te houden. De geloosde hoeveelheden worden jaarlijks gerapporteerd aan de rijksoverheid.

Relevantie

De blootstelling van mensen aan straling door lozingen van radioactieve stoffen uit de procesindustrie is minder dan 2% van de gemiddelde stralingsbelasting.

Referenties

  • Eleveld, H, Blaauboer, RO et al., 2002. Emissies en doses door bronnen van ioniserende straling in Nederland. Jaarrapport 2001 'Beleidsmonitoring straling'. Report 610100001/2002.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Radioactieve stoffen: emissies naar lucht en water door de procesindustrie, 1994-2000 (indicator 0111, versie 03 , 30 september 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.