Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Klimaatverandering

Broeikaswerking, 1950-2002

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De gezamenlijke versterkte broeikaswerking van de mondiale broeikasgassen is in 2002 verder toegenomen, en bedraagt nu ruim 2,5 W/m2. Sinds 1980 is de snelheid waarmee de broeikaswerking toeneemt wel afgenomen.

Broeikaswerking neemt verder toe

De versterkte broeikaswerking door mondiale broeikasgassen bedraagt momenteel ruim 2,5+/-0,25 Watt per m2. De broeikaswerking neemt toe door de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten. De broeikaswerking neemt nu toe met circa 3 W/m2 per eeuw, tegen 5 W/m2 per eeuw rond 1980. Deze vertraging in de groei is vooral te danken aan het stopzetten van de CFK productie als gevolg van het Montreal Protocol (UNEP, 1987-2000). Versterking van de broeikaswerking, ook wel stralingsforcering door broeikasgassen genoemd, houdt in dat er meer energie bij het aardoppervlak aankomt, dan wordt weggestraald. Hierdoor stijgt de temperatuur aan het aardoppervlak. De oorzaak van de broeikaswerking is de toenemende concentratie van broeikasgassen. Dit komt weer door de emissies van broeikasgassen door menselijk handelen.

Bijdrage broeikasgassen aan de versterkte broeikaswerking

  • Kooldioxide (CO2) draagt nu voor 61% bij aan de versterkte broeikaswerking
  • methaan (CH4) voor 19%;
  • distikstofoxide (N2O) voor 6%;
  • CFK's en HCFK's samen voor 13%;
  • PFK's, HFK's en SF6 voor 0,7%.

De invloed van ozon

Hierboven zijn alleen de "mondiale" broeikasgassen beschouwd. Hieronder verstaan we de broeikasgassen die een lange levensduur hebben en daardoor goed gemengd zijn in de atmosfeer. Daarnaast is ook ozon een belangrijk broeikasgas waarvan de concentraties worden beïnvloed door menselijk handelen. In tegenstelling tot de mondiale broeikasgassen wordt ozon niet direct door de mens uitgestoten. Ozon wordt in de atmosfeer gevormd en deels in de atmosfeer en deels aan het aardoppervlak afgebroken. Ozonconcentraties worden beïnvloed door menselijke uitstoot van diverse stoffen die ozon vormen of afbreken, zoals stikstofoxiden, vluchtige organische stoffen, en chloor- en broombevattende koolwaterstoffen. Als gevolg van menselijk handelen is de ozonconcentratie in de lagere atmosfeer (de troposfeer) de laatste eeuwen toegenomen. Deze toename versterkt de broeikaswerking van de mondiale broeikasgassen met 0,35+/-0,2 W/m2. Dit maakt troposferisch ozon het derde broeikasgas (na CO2 en CH4), gemeten naar bijdrage aan de versterkte broeikaswerking. In de hogere atmosfeer (stratosfeer) is ozon na 1980 juist afgenomen. Dit komt door toename van concentraties van chloor- en broomverbindingen, die in de stratosfeer uiteenvallen en daar ozon kunnen afbreken. Hierdoor is de broeikaswerking van ozon afgenomen met 0,15+/-0,1 W/m2.Het netto-effect van veranderingen in ozonconcentraties is dus een versterking van de broeikaswerking met 0,35 - 0,15 = 0,2 W/m2.

Kyoto Protocol

In het Kyoto Protocol (UNFCCC, 1997) en het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC, 1992) zijn afspraken gemaakt om concentraties van broeikasgassen te stabiliseren. Hiermee wil men de menselijke beïnvloeding van het klimaat beperken. Om op termijn broeikasgasconcentraties te stabiliseren moeten de door de mens veroorzaakte emissies van broeikasgassen met meer dan de helft worden teruggebracht ten opzichte van 1990. De gassen CO2, CH4, N2O, HFKs, PFKs en SF6 vallen onder het Kyoto protocol.CFK's en HCFK's maken geen deel uit van het Klimaatverdrag. Deze stoffen worden gereguleerd in het kader van het Montreal Protocol (UNEP, 1987-2000) ter bescherming van de ozonlaag in de stratosfeer.

Hoe wordt de broeikaswerking berekend?

De broeikaswerking (stralingsforcering door broeikasgassen) wordt berekend uit de concentratieverhoging van de broeikasgassen ten opzichte van de preïndustriële periode, grofweg gedefinieerd als 1750. Daarnaast hangt de broeikaswerking ook af van de effectiviteit voor het uitstralen van warmtestraling door de atmosfeer. Die effectiviteit verschilt per broeikasgas, en wordt voor sommige broeikasgassen ook beïnvloed door de concentraties van de andere broeikasgassen. De som van de bijdragen van de verschillende gassen is de broeikaswerking en wordt uitgedrukt in de eenheid W/m2. Dit is de hoeveelheid extra energie die per seconde op een vierkante meter aardoppervlak valt. De figuur betreft het effect van alleen de directe broeikasgassen. Het broeikaseffect van troposferisch ozon - veroorzaakt door onder andere CO, NOx, VOS en CH4, alsmede de koelende effecten van aërosolen - veroorzaakt door onder andere SO2, zijn dus niet meegenomen. Deze indirecte invloeden heffen elkaar gedeeltelijk op.

Referenties

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2003). Broeikaswerking, 1950-2002 (indicator 0225, versie 04 , 3 oktober 2003 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.