Fijnstofconcentraties, daggemiddelde, 1994-2003

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De norm voor kortdurende blootstelling aan fijn stof wordt overschreden in grote delen van Nederland. Ondanks de dalende trend zullen er in 2005, het eerste jaar dat de norm van kracht is, nog steeds op grote schaal overschrijdingen plaats vinden.

Fijnstofconcentratie in groot deel Nederland boven de norm

De grenswaarde voor kortdurende blootstelling is een daggemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) van 50 µg/m3 die niet vaker dan 35 keer per jaar mag worden overschreden. In een groot deel van Nederland is deze norm overschreden. Alleen in de provincies Groningen en Drenthe is de norm niet overschreden.
In het zuiden van Nederland wordt de norm dus vaker overschreden dan in het noorden. Dit wordt veroorzaakt door een hogere uitstoot van fijn stof in het zuiden van Nederland en een grotere invloed van bronnen in het omringende buitenland. Ondanks de forse overschrijdingen in 2003 neemt het aantal dagen met normoverschrijdingen sinds 1996 duidelijk af. Dit komt door emissiereducties van fijn stof in binnen- en buitenland en van stoffen die tot de vorming van fijn stof leiden. De jaarlijkse variatie van het aantal dagen waarbij de grenswaarde van 50 µg/m3 wordt overschreden, wordt vooral veroorzaakt door meteorologische verschillen tussen de jaren.

Fijn stof ingedeeld naar oorsprong

Fijn stof is een verzamelterm. Het bestaat uit een scala van stoffen die op verschillende wijze in de buitenlucht terechtkomen. Op basis hiervan wordt - vooral met het oog op beleid - een primaire en een secundaire fractie onderscheiden:

  • De primaire fractie bestaat uit deeltjes die direct door menselijk handelen en/of natuurlijke processen in de lucht worden gebracht. De belangrijkste door mensen veroorzaakte uitstoot komt van transport, industrie en landbouw. In kustgebieden vormt de zee een belangrijke natuurlijke bron voor fijn stof in de vorm van zeezout deeltjes. Ook opwaaiend bodemstof is vaak van natuurlijke oorsprong.
  • De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer worden gevormd na chemische reacties in de lucht. Hierbij spelen zowel gassen als reeds aanwezige deeltjes een rol. Ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en vluchtige organische koolwaterstoffen (VOS) zijn bij de reacties de belangrijkste gassen.

Gezondheidseffecten van fijn stof

Fijn stof dat door de mens wordt ingeademd kan gezondheidseffecten veroorzaken. Voor het jaar 2000 zijn naar schatting 1700 vroegtijdige sterfgevallen in verband te brengen met luchtverontreiniging door fijn stof. Dit treedt eigenlijk alleen op bij personen met een zeer zwakke gezondheid. Minder ernstige effecten zoals luchtwegklachten kunnen bij grotere groepen mensen optreden.
Hoe fijn stof gezondheidseffecten veroorzaakt is nog onbekend. De chemische samenstelling en deeltjesgrootteverdeling van fijn stof verschilt soms sterk van plek tot plek en kan ook in de tijd variëren. Voor de gezondheidseffecten kan echter nog geen bestanddeel volledig worden uitgesloten. Sommige bestanddelen van fijn stof lijken van groter belang voor gezondheidseffecten te zijn dan andere fracties. Zo zijn de bestandelen die gerelateerd zijn aan verbrandingsprocessen waarschijnlijk gezondheidsrelevanter dan bestanddelen als zeezout, anorganisch secundair fijn stof en bodemstof.

Bronnen

  • ReferentiesMNP/RIVM (2005). Gegevens gebaseerd op metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; bewerkt door het Milieu- en Natuurplanbureau. RIVM, Bilthoven.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven
-
Omschrijving
-
Verantwoordelijk instituut
-
Berekeningswijze
-
Basistabel
-
Geografische verdeling
-
Verschijningsfrequentie
-
Betrouwbaarheidscodering
-

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2024). Fijnstofconcentraties, daggemiddelde, 1994-2003 (indicator 0243, versie 05,

) www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.