Verbruik van hernieuwbare energie, 1990-2025
Het aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik is 22,7 procent in 2025. Dit is hoger dan in 2024, toen het aandeel uitkwam op 20,2 procent. Het verbruik van hernieuwbare energie steeg van 361 petajoule in 2024 naar 401 petajoule in 2025 (CBS, 2026a). Het totale finale energieverbruik is in 2025 met 1767 petajoule iets lager dan in 2024.
Toename hernieuwbare elektriciteitsproductie, voornamelijk uit zon
Het verbruik van hernieuwbare elektriciteit steeg in 2025 met 10 procent en was goed voor 55 procent van het totale elektriciteitsverbruik (CBS, 2026b). Deze stijging wordt grotendeels verklaard door het zonnige weer in 2025. Met 50 procent levert wind de grootste bijdrage aan de hernieuwbare elektriciteitsproductie, gevolgd door zonnestroom (39%) en biomassa (10%).
Het vermogen van het totaal aan zonnepanelen nam toe met 5 procent naar 25 901 megawatt. Hiermee is 25,9 miljard kWh aan zonnestroom geproduceerd in 2025, 19 procent meer dan een jaar eerder.
De genormaliseerde elektriciteitsproductie uit wind toonde in 2025 een toename van 4 procent. Deze stijging is minder groot dan in de afgelopen jaren. Er zijn in 2025 weinig nieuwe windmolens bijgeplaatst. Voor meer informatie zie CLO-indicator Windvermogen in Nederland.
De elektriciteitsproductie uit biomassa is in 2025 met 9 procent toegenomen, met name door een stijging in het meestoken van biomassa in kolencentrales en het verbranden van huishoudelijk afval.
Stijging van hernieuwbare warmte en koude
Het verbruik van hernieuwbare warmte en koude nam in 2025 toe van 101 naar 119 petajoule (CBS, 2026c). Deze groei is voornamelijk te danken aan de hernieuwbare elektriciteit gebruikt voor verwarming en koeling, die sinds 2025 mee kan worden geteld als hernieuwbare warmte en koude volgens de definities van de vernieuwde EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III). Daarnaast zijn de bijdrage van warmtepompen (zowel voor benutting van buitenluchtwarmte als bodemwarmte), aardwarmte en hernieuwbare koude gestegen in 2025. Er is ongeveer evenveel biomassa verbruikt voor warmtetoepassingen als in 2024.
Verbruik biobrandstoffen gestegen
Het verbruik van biobrandstoffen voor vervoer steeg van 42 petajoule in 2024 naar 55 petajoule in 2025 (CBS, 2026d). Het aandeel hernieuwbare energie voor vervoer was in 2025 gelijk aan 17,9 procent. In 2025 is er 29 petajoule biodiesel verbruikt voor vervoer, 17 procent minder dan een jaar eerder. Het verbruik van biokerosine steeg naar 14 petajoule, 167 procent meer dan een jaar eerder. Het verbruik van biobenzine bleef met 11 petajoule ongeveer gelijk.
Beleidsdoelstelling
De volgende doelstelling voor Nederland in EU-verband staat op 39 procent hernieuwbare energie in 2030 (Europese Commissie, 2023) als Nederlandse bijdrage aan het bindende EU-brede doel van 42,5 procent hernieuwbare energie in 2030 (EU, 2023). Naast een doelstelling voor het totaal aan hernieuwbare energie zijn er ook bindende afspraken gemaakt over de stijging van het aandeel hernieuwbare warmte en koude voor alle EU-lidstaten. In de periode 2021-2025 moet een jaarlijkse groei van 0,8 procentpunt plaatsvinden. Voor de periode 2025-2030 is dit 1,1 procentpunt groei per jaar.
Vermeden fossiel energieverbruik en CO2-emissies
Een belangrijke motivatie voor de toepassing van hernieuwbare energiebronnen is het verminderen van fossiel energieverbruik en de bijbehorende CO2-emissies. Op StatLine is een tijdreeks beschikbaar van de vermeden hoeveelheden fossiele energie en CO2-emissies als gevolg van het gebruik van hernieuwbare energie met een uitsplitsing naar energiedrager en/of techniek (CBS, 2026e).
Europese cijfers
Cijfers over het aandeel hernieuwbare energie in andere Europese landen zijn te vinden bij Eurostat (2026a,b) en EurObserv’ER (2025).
Bronnen
- CBS (2013). Hernieuwbare energie. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2026a). StatLine - Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron en techniek. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2026b). StatLine - Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2026c). StatLine - Hernieuwbare warmte en koude; verbruik naar energiebron en techniek. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2026d). Hernieuwbare energie voor vervoer volgens RED III, 2025. CBS, Den Haag / Heerlen.
- CBS (2026e). StatLine - Vermeden verbruik fossiele energie en emissie CO2. CBS Den Haag / Heerlen.
- Europese Commissie (2023). Commission recommendation of 18.12.2023 on the INEC 2021-2030.
- EU (2023) Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023. Directive - EU - 2023/2413 - EN - Renewable Energy Directive - EUR-Lex
- EurObserv’ER (2025). 23rd annual overview barometer - EurObserv'ER
- Eurostat (2026a). Short assessment of renewable energy sources (SHARES). Eurostat, Luxemburg.
- Eurostat (2026b). Renewable energy statistics - Statistics Explained (europa.eu).
Relevante informatie
- Voor meer details over de ontwikkelingen van het verbruik van hernieuwbare energie in Nederland zie Hernieuwbare Energie in Nederland. Deze jaarlijkse CBS-publicatie wordt in september uitgebracht.
- Meer informatie over hernieuwbare energie is ook te vinden in de databank StatLine van het CBS.
- Windvermogen in Nederland.
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Verbruik van hernieuwbare energie
- Omschrijving
Ontwikkeling van het verbruik van hernieuwbare energie naar energiebron (zoals wind en biomassa), techniek (zoals windmolens en houtkachels) en toepassing (productie elektriciteit, verwarming en vervoer).
- Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
- Berekeningswijze
De berekeningswijze verschilt per combinatie van bron en techniek. De basisinformatie is afkomstig uit enquêtes van het CBS, uit de registratie van hernieuwbare stroomcertificaten van VertiCer, registraties van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Rijkswaterstaat Leefomgeving en gegevensverzamelingen van brancheverenigingen.
De berekeningswijze is per techniek vastgelegd in Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie RVO CBS (RVO en CBS, 2026). In dit Protocol staat een methodebeschrijving voor zowel de bruto eindverbruik methode (gebruikt voor de berekening van de gegevens in deze versie van de indicator) als de substitutiemethode (gebruikt voor de berekening van de gegevens in de vorige versies van deze indicator). Op StatLine zijn cijfers volgens beide methoden beschikbaar.- Basistabel
StatLine - Hernieuwbare energie; verbruik naar energiebron en techniek (CBS, 2026a)
- Geografische verdeling
Nederland
- Andere variabelen
Het verbruik van hernieuwbare energie uitgesplitst naar energiebron / techniek, uitgedrukt als vermeden hoeveelheid fossiele energiedragers en vermeden emissie van CO2.
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Hernieuwbare energie (CBS, 2013)
23 procent energieverbruik komt uit hernieuwbare bronnen (CBS, 2026)
Hernieuwbare energie in Nederland (CBS)
Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie RVO CBS (RVO en CBS, 2026)
- Opmerking
In de verbruikscijfers is de import van groene stroom niet meegeteld.
Statistische overdracht
Met een statistische overdracht wordt door de ene Europese lidstaat een hoeveelheid hernieuwbare energie administratief ingekocht van een andere lidstaat die zijn doelstelling heeft behaald en over een overschot beschikt. Bij een dergelijke overdracht is geen sprake van fysieke stroom van hernieuwbare energie. Het principe van statistische overdrachten is reeds in 2009 afgesproken in de eerste versie van de EU Richtlijn Hernieuwbare Energie vanwege de flexibiliteit en de mogelijkheden tot kosten-efficiency.- Betrouwbaarheidscodering
A (integrale enquête) voor hernieuwbare energie uit waterkracht, aardwarmte, windenergie, meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales, en overige biomassaverbranding.
B (schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is) voor biogas en zonne-energie voor elektriciteitsproductie
C (schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd) voor biomassa in afvalverbrandingsinstallaties.
D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake) voor warmte uit zonne-energie en biobrandstoffen voor het wegverkeer en houtkachels voor warmte bij bedrijven
E (schatting gebaseerd op een enkele meting, expert judgement, relevante feiten of extrapolatie van andere metingen) voor hernieuwbare energie uit buitenluchtwarmte, bodemenergie en huishoudelijke houtkachels.
Per onderdeel wordt in het rapport Hernieuwbare energie in Nederland ingegaan op de betrouwbaarheid.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Verbruik van hernieuwbare energie, 1990-2025 (indicator 0385, versie 42, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.