Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Luchtkwaliteit

Ammoniakconcentratie, 1993-2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De gemiddelde gemeten ammoniakconcentratie bedroeg in 2010 8,3 µg/m3. De laagste concentraties (~2 µg/m3) doen zich voor aan de kust; de hoogste (tot 18 µg/m3) in gebieden met intensieve veehouderij.

Concentraties

Op de kaart zijn duidelijk belangrijke emissiegebieden van ammoniak te onderscheiden. De landelijk gemiddeld berekende ammoniakconcentratie in 2010 was 6,4 µg/m3. Dit wijkt af van het gemeten gemiddelde, omdat het berekende gemiddelde betrekking heeft op het gehele oppervlak van Nederland. De hoogste concentraties zijn te vinden in de gebieden met intensieve veehouderij zoals de Gelderse Vallei, het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg, gevolgd door de Achterhoek en het veenweidegebied.
  
Metingen van de ammoniakconcentratie in matig en zwaar belaste gebieden laten de laatste tien jaar geen opvallende veranderingen zien. De variatie van jaargemiddelde concentraties in de afgelopen jaren is bijna geheel te verklaren uit verschillen in meteorologische omstandigheden tussen de jaren.
 
De berekende concentratie is lager dan het gemiddelde van de gemeten concentraties. Dit komt omdat gebieden met hoge ammoniakconcentraties zijn oververtegenwoordigd in de locaties van de meetpunten (zie voor meer informatie bij 'Factsheet').

Bronnen

De agrarische sector is de belangrijkste bron voor atmosferisch ammoniak. Ammoniak komt vrij uit stallen, mestopslagen, tijdens beweiding en bij aanwending van mest op het land. Deze bronnen nemen totaal 90% van de emissie in Nederland voor hun rekening.

Gedrag in de atmosfeer

Ammoniak is een gasvormige component. Het kan uit de atmosfeer door droge en natte depositie worden verwijderd. Ammoniak wordt in de atmosfeer ook gedeeltelijk in ammoniumaerosol omgezet; ook hiervan zorgen droge en natte depositie voor de verwijdering. Ammoniumaerosol is een vorm van zogeheten secundair aerosol; het levert een bijdrage aan de fijnstofconcentraties. Door de aard van de bronnen is de emissiehoogte van ammoniak in het algemeen vrij laag. Dit is de belangrijkste oorzaak van de verhoogde concentraties in gebieden met intensieve veehouderij.

Beleid

Er is geen normstelling voor ammoniakconcentraties in lucht. Ammoniak draagt bij aan depositie van zuur en stikstof. Om de doelen voor de depositie te bereiken heeft de overheid beleid ontwikkeld om de emissie van verzurende stoffen te verminderen. Voor ammoniak is het beleid vooral gericht op middelvoorschriften om de emissie uit stallen, mestopslagen en bij mesttoediening te beperken. De afgelopen 15 jaar is veel nieuw beleid ingezet dat aangrijpt op de ammoniakemissie.
 
De EU heeft als onderdeel van haar luchtkwaliteitsbeleid een maximale emissie per land van een aantal luchtverontreinigende stoffen, waaronder ammoniak, vastgesteld (EU, 2001). Dit is het zogenaamde Nationaal Emissie Plafond (NEC). Daarnaast is de Europese Commissie in 2001 gekomen met het zogenoemde CAFE-programma (Clean Air for Europe; zie ook EU, 2005). Dit is een programma van de Europese Commissie om de verzuring en de luchtverontreiniging in de Europese Unie op een geïntegreerde wijze aan te pakken.
 
Als vervolg hierop heeft de Europese Commissie in 2005 de zogeheten Thematische strategie voor luchtverontreiniging gelanceerd (EU, 2005). Hierbij worden zowel luchtkwaliteitsdoelstellingen als bronbeleid en emissieplafonds als instrumenten ingezet. Het programma beoogt op deze wijze de effectiviteit van beleid te vergroten en de kosten van de bestrijding van luchtverontreiniging te verlagen. De NEC-richtlijn zal in 2013 worden herzien. Vooruitlopend daarop wordt in 2011 in het kader van de UN-ECE gewerkt aan de herziening van het Gothenburg Protocol. Hierin zullen emissieplafonds, waaronder voor ammoniak, worden opgenomen.
 
In 2001 zijn in het 'Nationale Milieubeleidsplan 4' waren doelstellingen voor de vermestende depositie waaraan ammoniak een bidrage levert, geformuleerd (VROM, 2001). Het Nederlandse beleid richt zich echter tegenwoordig op de NEC-plafonds waarmee impliciet ook bepaalde depositieniveaus worden gerealiseerd.
Daarnaast wordt specifiek beleid ontwikkeld voor duurzame instandhouding van Natura2000-gebieden in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma is opgezet om de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden te laten afnemen.  De PAS beoogt bovendien om duurzame economische ontwikkeling samen te laten gaan met de realisatie van de natuurdoelen voor Natura2000.
Op dit moment is een Voorlopig Programma van de PAS gereed. Dit voorlopige programma geeft inzicht in de omvang van de stikstofproblematiek en in kaders over hoe de ontwikkelruimte zou kunnen worden gebruikt. Het programma geeft ook, in combinatie met herstelstrategieën, richting aan het opstellen van beheerplannen die gemaakt moeten worden voor de Natura2000-gebieden. De beheerplannen moeten ertoe dienen dat de natuurkwaliteit niet verder achteruitgaat en dat habitats in een goede staat van instandhouding gebracht worden.

Effecten

Ammoniak levert een bijdrage aan de vermesting van bodem- en oppervlaktewater en aan de verzuring van de bodem. De atmosferische depositie van zuur draagt bij aan veranderingen in de bodemchemie, de (oppervlakte)waterkwaliteit en het biodiversiteitsverlies. Deze veranderingen kunnen leiden tot verzwakking van de ecosysteemresistentie tegen ziekten, stormen, koude, droogte en insecten. Directe effecten van ammoniak op planten, zoals verhoogde vorstgevoeligheid, zijn bekend, maar treden pas op bij, zeer plaatselijk voorkomende, hoge concentraties.
Ammoniak kan in de lucht worden omgezet in ammoniumdeeltjes en draagt zo bij aan het niveau van fijn stof.

Het ammoniakgat

De berekende concentraties van ammoniak in de buitenlucht waren in het verleden ongeveer 25% lager dan de gemeten concentraties in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Dit verschil werd het ammoniakgat genoemd.
 
Op basis van recente literatuur en nieuwe metingen door het RIVM en de WUR is geconcludeerd dat de snelheid waarmee ammoniak door opname door vegetatie en bodem uit de atmosfeer wordt verwijderd, aanzienlijk lager is dan voorheen werd aangenomen. Hierdoor werd de ammoniakconcentratie in de buitenlucht ongeveer 15% te laag berekend. Toepassing van deze nieuwe inzichten verkleint het 'gat' naar 10%.
 
Daarnaast blijken er nog emissies van ammoniak te zijn vanaf gewassen - met name tijdens afrijping - die niet in de emissieschattingen zijn verdisconteerd. Dit zou circa 4% aan de nationale emissies kunnen bedragen. Als hiermee rekening wordt gehouden dan verkleint het 'gat' verder naar circa 5%.
 
Aangezien zowel de metingen als de berekeningen van de ammoniakconcentratie nog onzekerheden bevatten, kan gesteld worden dat het resterende verschil tussen de gemeten en de berekende ammoniakconcentratie niet significant meer is.
 
Het voorgaande is aanleiding geweest om het model waarmee concentraties en deposities worden berekend, aan te passen. Vervolgens is vastgesteld dat er geen significant verschil meer is tussen de gemeten en de berekende concentraties van ammoniak.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Concentratie van ammoniak in lucht

Omschrijving

Concentratie van ammoniak in Nederland op basis van meetgegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging.

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

Jaargemiddelde concentraties berekend uit uurwaarden. Voor de berekening van een geldig jaargemiddelde is het criterium gehanteerd dat er minimaal 50% van het maximaal mogelijke aantal uurwaarden in een jaar beschikbaar moet zijn.

Basistabel

Reken- en Informatiesysteem Lucht van het Centrum voor Milieumonitoring van het RIVM.

Geografisch verdeling

1) De kaart is gebaseerd op de uitkomsten van de meest recente GCN-berekeningen. 2) De trendfiguur is gebaseerd op meetgegevens van acht stations van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit.

Andere variabelen

Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit levert ook informatie over andere luchtverontreinigende stoffen als fijn stof, koolmonoxide, ozon, stikstofoxiden en zwaveldioxide.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Concentratiekaarten voor grootschalige luchtverontreiniging in Nederland. Rapportage 2010 (Velders et al., 2010; zie bij 'Referenties'). Jaaroverzicht luchtkwaliteit 2009 (Mooibroek et al., 2010; zie bij 'Referenties').

Opmerking

Sinds 1993 worden op acht locaties in Nederland ammoniakconcentraties gemeten. De meetstations bevinden zich verspreid over het land in gebieden met hoge maar ook met lage emissies. De gegevens in de grafiek zijn als volgt geaggregeerd. Zwaar belast: de meetpunten Vredepeel, Lunteren, Wekerom. Matig belast: Eibergen, Wieringwerf, Zegveld. Niet/licht belast: Huijbergen, De Zilk, Witteveen, Valthermond.
Vanwege de ruimtelijke variatie van de ammoniakconcentraties is het niet mogelijk om met de meetresultaten van deze acht meetstations een volledig landsdekkend beeld te krijgen. Het landelijk beeld is verkregen uit modelberekeningen met het OPS-model op basis van emissies.

Betrouwbaarheidscodering

Kaart: D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake). Trend 1993-2010: C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2011). Ammoniakconcentratie, 1993-2010 (indicator 0461, versie 06 , 5 augustus 2011 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.