Emissie naar lucht, water en bodem

Atmosferische depositie op binnenwater en op het rioolstelsel, 1990-2020

De atmosferische depositie is voor veel stoffen een belangrijke bron voor de belasting van het oppervlaktewater en het rioolstelsel. Bij stikstof daalde de atmosferische depositie in 2020 met 12% ten opzichte van 2019. Bij de metalen zink, koper en lood was de daling respectievelijk 15, 17 en 17% ten opzichte van 2019. Fluorantheen daalde met 26%. Cadmium daalde met 5%. De daling komt onder meer door minder luchtemissies in binnen- en buitenland.

Trends in de atmosferische depositie op binnenwateren

Na een forse daling in de jaren tot 2010, fluctueert de belasting van het oppervlaktewater (binnenwater) met zware metalen via directe atmosferische depositie de laatste jaren. De cijfers worden onder andere bepaald op basis van meetgegevens van gehaltes in neerslag. Overigens geldt voor de meeste stoffen dat een groot deel van de uit de lucht afkomstige verontreiniging uit het buitenland komt. De bijdrage van de atmosferische depositie aan de totale belasting van het oppervlaktewater ligt voor de getoonde metalen tussen de 6 en 8%. Voor de PAK's ligt de bijdrage aanzienlijk hoger, als voorbeeld wordt fluorantheen genoemd met 68%.

Afspoeling van atmosferische depositie naar het rioolstelsel

De stoffen die via depositie op verhard oppervlak terechtkomen en vervolgens met hemelwater afspoelen naar het rioolstelsel zorgen indirect nog voor een extra belasting van het oppervlaktewater via overstorten, regenwaterriolen en effluenten van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Deze vrachten zijn inbegrepen bij de cijfers over de belasting van het oppervlaktewater vanuit het compartiment riolering en waterzuivering. De trend in de belasting van het rioolstelsel door atmosferische depositie is vrijwel hetzelfde als die van de atmosferische depositie op oppervlaktewater. De atmosferische depositie draagt voor een aantal stoffen zoals lood, cadmium en fluorantheen (maar ook voor andere PAK's) flink bij aan de landelijke belasting van het rioolstelsel. Deze bijdrage is in 2020 wel lager dan in 1990.

Niet inbegrepen in de cijfers: Noordzee

De hoeveelheid directe depositie op de Noordzee is voor veel stoffen ruim tweemaal zo groot als de depositie op de binnenwateren. Deze post is in deze indicator en in de andere indicatoren die de belasting van het oppervlaktewater beschrijven, niet meegenomen omdat de registratie van overige emissiebronnen naar zoute wateren nog niet volledig is en omdat de meeste andere emissiebronnen alleen betrekking hebben op binnenwater. De hoge depositiecijfers op de Noordzee hebben veel invloed op de landelijke cijfers en vertroebelen de beschrijving van de bijdrage van de verschillende emissiebronnen in de totale belasting van het oppervlaktewater.

Referenties

  • Emissieregistratie (2022). Website Emissieregistratie: jaarcijfers 2020. RIVM, Bilthoven; PBL, Den Haag; CBS, Den Haag; RWS-WVL, Lelystad; WEnR, Wageningen; Deltares, Utrecht; RVO, Utrecht en TNO, Utrecht.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Atmosferische depositie op binnenwater en op het rioolstelsel

Omschrijving

Via atmosferische depositie belanden verontreinigingen uit de lucht op het oppervlaktewater (directe depositie) of op het land. Van de hoeveelheden die op het land neerslaan, komt een klein deel uiteindelijk ook in het oppervlaktewater terecht via afspoeling van de bodem. Daarnaast belandt een deel van de verontreinigingen in het rioolstelsel. Het grootste deel blijft op de bodem. Deze indicator beschrijft alleen de directe depositie op binnenwateren en de depositie via afspoeling van verhard oppervlak naar het rioolstelsel. De depositie via afspoeling van de bodem naar oppervlaktewater is niet inbegrepen in de cijfers; deze wordt namelijk meegenomen bij de af- en uitspoeling van landbouw- en natuurgronden. Zie ook Belasting van het oppervlaktewater door landbouw en natuur, 1990-2020

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking met de Emissieregistratie (Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiƫne, Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-WVL, Deltares, Wageningen Environmental Research, TNO, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)

Berekeningswijze

Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Basistabel

Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie

Geografisch verdeling

Nederland, provincie, stroomgebied, waterschap, afwateringseenheid

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodememissies, emissies oppervlaktewater, luchtemissies, luchtemissies volgens IPCC
In totaal circa 300 stoffen
Circa 1600 emissieoorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In mei definitieve cijfers t-2

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documenten
Begrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

Voor nadere uitleg over de begrippen emissies en belasting: zie: Belasting van en emissies naar water: begrippen en definities

Betrouwbaarheidscodering

Complex. Zie factsheet 'Atmosferische depositie' op de website van de Emissieregistratie, achter 'Overzicht documenten'.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Atmosferische depositie op binnenwater en op het rioolstelsel, 1990-2020 (indicator 0514, versie 18 , 3 november 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.