Ontwikkelingen in de maatschappij

Huishoudens en milieubelastingen, 1990-2008

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Een gemiddeld huishouden betaalt steeds meer aan milieubelastingen. Vooral de betalingen aan accijns op motorbrandstoffen, de motorrijtuigenbelasting en de energiebelasting zijn de laatste 20 jaar fors gestegen.

Kosten milieubelastingen voor huishoudens sinds 1990 bijna verdrievoudigd

Huishoudens betalen ruim de helft van alle groene belastingen. Een gemiddeld huishouden betaalt ongeveer 1 600 euro per jaar, vooral in de vorm van de accijns op benzine en diesel, motorrijtuigenbelasting, BPM en de energiebelasting. In 2008 betaalden huishoudens weer meer aan groene belastingen dan het jaar daarvoor.

Driekwart van de milieuheffingen betaald door huishoudens

Wat betreft de milieuheffingen betalen huishoudens een nog groter aandeel, namelijk 75 procent van alle milieuheffingen. Voor een gemiddeld huishouden bedroeg de bijdrage aan milieuheffingen in 2008 ongeveer 442 euro.
Sinds 1987 zijn de kosten voor een gemiddeld gezin aan milieubelastingen met 180 procent gestegen. In totaal geven huishoudens in 2008 iets meer dan 2 duizend euro uit aan milieubelastingen.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Milieurekeningen: Huishoudens en milieubelasting

Omschrijving

De totale betalingen van huishoudens aan respectievelijk de groene belastingen.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

De totale betalingen van huishoudens aan respectievelijk de groene belastingen en milieuheffingen zijn ontleend aan de nationale rekeningen. De totalen zijn gedeeld door het aantal huishoudens om de bijdrage van een gemiddeld huishouden te berekenen.De milieurekeningen worden opgesteld volgens de concepten en definities van de nationale rekeningen. Voor de fysieke matriaalstromen betekent dit dat alle stromen worden beschreven die direct zijn gerelateerd aan de Nederlandse economie. De materiaalstromen worden geregistreerd voor de afzonderlijke economische activiteiten op de plek waar deze daadwerkelijk plaatsvinden (het zogenaamde 'ingezetenenprincipe'). Bijvoorbeeld worden de luchtverontreinigende emissies noor Nederlandse transporteurs voor Nederland meegenomen en de emissies voor buitenlandse voertuigen binnen het Nederlandse grondgebied niet worden meegenomen. Dit in tegenstelling tot de overige gegevens in het Milieu- en Natuurcompendium, waar wordt uitgegaan van het 'grondgebiedprincipe'.Meer informatie op de CBS website: Milieurekeningen, methoden.Meer informatie: zie CBS (2009). Milieurekeningen 2008. CBS, Voorburg/Heerlen: Hoofdstuk 11.

Basistabel

Zie MNC-indicator Milieurekeningen: emissies en afval door de Nederlandse economie in 2019Voor meer informatie over de groene en milieubelastingen: CBS (2009). Milieurekeningen 2008. CBS, Voorburg/Heerlen: Hoofdstuk 8.

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Bedrijfstakken per SBI, vier groene belastingen; vier milieuheffingen.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

CBS (2009). Milieurekeningen 2008. CBS, Voorburg/Heerlen.Zie ook de MNC-indicator Milieurekeningen: methodologie

Betrouwbaarheidscodering

C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen, de representatieviteit is grotendeels gewaarborgd).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Huishoudens en milieubelastingen, 1990-2008 (indicator 0543, versie 03 , 11 december 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.