Inzet visserijtechnieken Nederlandse kottersector, 2024
Sinds het begin van deze eeuw wordt er binnen de kottervisserij veel minder gevist én met minder impact op het bodemleven. Dit komt door een afname van de vloot, minder motorvermogen en verandering in visserijtechnieken door een EU-verbod op pulsvisserij. In 2024 is de inzet van de Nederlandse kottervisserij gedaald met 5% vergeleken met een jaar eerder. In de afgelopen 25 jaar is de inzet van Nederlandse kotters in totaal met bijna 70% afgenomen.
De visserij-intensiteit is sinds 2000 met 70% afgenomen
In 2024 is de inzet van de Nederlandse kottervisserij verder afgenomen tot een totaal van 23 miljoen pk-dagen. Dit is een daling van 5% vergeleken met een jaar eerder en een daling van 43% ten opzichte van het piekjaar 2018 in het laatste decennium. Tussen 2018 en 2021 fluctueerde de inzet van afgerond 38 tot 41 miljoen pk-dagen, maar sinds 2022 daalde de inzet sterk. In de laatste drie jaar (2022-2024) daalde de inzet met 42% in vergelijking tot 2021. In 2000 was de totale inzet nog 76 miljoen pk-dagen. In de afgelopen 25 jaar is de inzet van Nederlandse kotters daarmee met bijna 70% afgenomen.
Sinds het begin van deze eeuw wordt er binnen de kottervisserij substantieel minder gevist én met minder impact op het bodemleven. Dit komt door een afname van de vloot (meerdere saneringsronden), minder motorvermogen en andere visserijtechnieken dan alleen boomkor. Voor de eeuwwisseling werd er namelijk vooral met de traditionele boomkor gevist, maar de laatste twee decennia heeft de Nederlandse kottersector steeds meer alternatieve en innovatieve visserijtechnieken omarmd. Door een verbod van de EU op pulsvisserij is een deel van de kotters echter weer teruggevallen op de traditionele boomkor. Momenteel is er nog geen geschikt alternatief voor de gerichte visserij op tong na het verbod op de pulskortechniek. Er worden wel meerdere innovatieve ideeën getest en doorontwikkeld, maar deze zijn qua selectiviteit en economisch rendement nog lang niet zo effectief als de pulskortechniek.
Visvangst Noordzeevisserij laatste tien jaar fors afgenomen
Sinds 2017 zijn de vangsten steeds gedaald van de belangrijke doelsoorten voor de Nederlandse kottervisserij, namelijk Noordzeetong en schol. Dit komt voornamelijk door een krimpende vloot en dalend vangstsucces. De Nederlandse kottervloot is in 2023 met 51 vaartuigen afgenomen door een saneringsregeling (Hamon et al., 2023).
In 2024 is voor het eerst sinds 2018 de aanvoer toegenomen in plaats van afgenomen, namelijk van 34 naar 38 miljoen kilogram (+15%). In vergelijking met het tienjarig gemiddelde tussen 2014 en 2023 van 62 miljoen kilogram was de aanvoer in 2024 echter nog altijd laag (Visserij in cijfers, 2025). Het vangstsucces daalt al jaren sinds 2017, waardoor de benutting van de vangstquota met name voor schol steeds verder daalt. Ondanks dat de visbestanden voor deze beide platvissoorten op een duurzaam biomassaniveau liggen (maximum sustainable yield), wat wordt onderbouwd door de biologische wetenschap (Wageningen Marine Research, 2025), dalen de vangsten. Een alomvattende verklaring is vanuit de mariene biologie niet te geven. Wel wijzen biologische wetenschappers naar effecten zoals afname van voedselaanbod, opwarmend zeewatertemperatuur met noordelijk bewegende patronen van bepaalde vissoorten richting koudere wateren, bijvangst van ondermaatse juveniele platvis (discards) en toegenomen menselijke activiteiten op de Noordzee.
Verschuiving vindt plaats naar meer seizoensmatige visserij
De laatste vijf tot tien jaar is een verschuiving zichtbaar naar meer seizoensmatige visserij door kotters. In de zomermaanden richten kotters zich steeds meer op rondvissoorten, zoals kabeljauw, heek, makreel, poon en andere platvissoorten dan schol of tong, zoals tarbot. In de wintermaanden wordt steeds meer gericht gevist op pijlinktvis en rode mul. Deze twee laatste soorten zijn niet-gecontingeerd (d.w.z. zonder vangstquota) en zijn steeds belangrijker geworden. Deze niet-gecontingeerde soorten komen steeds vaker en breder verspreid over de Noordzee voor. Hier maakt de Noord-Europese vloot, waaronder Nederlandse kotters, dankbaar gebruik van. De vangbaarheid van platvis neemt sinds 2017 af, maar deze niet-gecontingeerde soorten zijn in het winterseizoen met hoge aanvoerprijzen een welkome aanvulling voor de economische vangstopbrengst (besomming) van de visserij. In de demersale visserij (op vissen op of dichtbij de zeebodem) is voor kotters die de boomkorvistechniek toepassen naast schol en tong ook garnaal een belangrijke doelsoort. Hiervoor worden visserijvaartuigen van verschillende lengte en motorvermogen gebruikt. De garnalenvisserij vindt vooral plaats door kotters van veelal 18 tot soms 24 meter lang met een motorvermogen tot 300 pk (224 kW). De visserij op platvis vindt met name plaats door kotters die langer zijn dan 24 meter en een vermogen hebben van meer dan 300 pk (224 kW).
Brandstofverbruik boomkorvistechniek is hoog
Het brandstofverbruik is hoog bij de boomkorvistechniek, vooral als er op tong en schol wordt gevist. Het vistuig, dat dicht bij de bodem voortgetrokken wordt om plat- en rondvissoorten te kunnen vangen, ondervindt veel weerstand onder water. De hoge vaar- en vissnelheden en het grote vermogen (pk), dat nodig is om het vistuig en de netten te slepen, kosten veel brandstof. De gasolieprijs ontwikkelde zich sinds 2020 sterk: van gemiddeld 34 eurocent per liter naar 45 eurocent per liter (2021), 89 eurocent (2022), 73 eurocent (2023) en 66 eurocent in 2024 (Visserij in cijfers, 2025). De extreme stijging van de gasolieprijs in 2022 was een direct gevolg van de energiecrisis in Europa door de Rusland-Oekraïne-oorlog. Daarna zijn door o.a. de onrust door oorlog(en) in het Midden-Oosten de olieprijzen op een hoog niveau gebleven. De totale kosten aan gasolieverbruik bedroegen 91 miljoen euro (2022), 60 miljoen euro (2023) en 51 miljoen euro (2024). De reden van deze daling was een licht dalende gasolieprijs, maar nog meer een aanzienlijk lagere inzet van de Nederlandse kottervisserij door de sanering van 51 vaartuigen in 2023.
In het verleden werd als vuistregel vaak gesteld dat de meeste Nederlandse boomkorkotters die gericht op tong of schol vissen, winstgevend kunnen opereren bij een gasolieprijs van maximaal 55 eurocent per liter bij redelijk tot goede vangsten en opbrengsten door verkoop. Tussen kotters kunnen uiteraard de kosten- en opbrengstenstructuren echter sterk verschillen. In 2024 liet de kottervisserij een voorlopig positief nettoresultaat zien van 15 miljoen euro. Een verbetering ten opzichte van 2023, waarin een verlies van bijna 11 miljoen euro werd geboekt. Daarmee werd 2024 het jaar met het hoogste nettoresultaat sinds 2018, maar nog wel fors lager dan de periode 2016-2018 waarin het nettoresultaat gemiddeld 64 miljoen euro was. De gemiddelde visprijzen waren in 2024 net als in 2023 hoog. De totale opbrengst nam, vergeleken met het verliesgevende jaar daarvoor, ongeveer net zo veel toe (+16%) als de aanvoer, van 178 naar 207 miljoen euro in 2024 (Visserij in cijfers, 2025).
Toekomstperspectief zoekend met alternatieven op de boomkorvisserij
Behalve dat het verdienmodel van de Nederlandse kottervisserij (met name voor de boomkorvistechniek) onder druk staat, neemt in Europa ook de maatschappelijke druk op bodemberoerende visserij toe. Tegelijk staat het belang van eigen gezonde en eiwitrijke voedselproductie steeds vaker op de beleidsagenda. De visie ‘Voedsel uit zee en grote wateren’ (LNV, 2024) onderstreept het belang van gezonde mariene eiwitten uit zee. In deze visie wordt voortgebouwd op de Kottervisie (LNV, 2020). Daarin wordt een toekomst geschetst voor de Nederlandse kottervisserij. Behalve dat er kotters gesaneerd worden, zal er ook ruimte en perspectief moeten worden geboden aan de vissers die in aangepaste vorm door willen. Via innovatie en wendbaarheid wordt een toekomst voor de Nederlandse visserij voorzien. Eerder werd al in een door het ministerie van LNV ingestelde Taskforce Duurzame Noordzeevisserij in 2006 tot de conclusie gekomen dat er voor de boomkorvisserij geen toekomstperspectief meer is. Door de teruglopende vangsten en gedaalde vangstquota, maar ook door de gestegen brandstofprijzen, was deze vorm van visserij op de Noordzee nauwelijks winstgevend. Nederland heeft de afgelopen jaren daarom veel geïnvesteerd in de verduurzaming van de visserijvloot. Tot enkele jaren terug visten Nederlandse grote kotters (2.000 pk) vooral met boomkortuigen op platvis. Hierbij worden wekkerkettingen over de zeebodem gesleept, waardoor de vissen op de bodem opschrikken en in het net belanden. Met de wekkerketting is er meer contact met de bodem, wordt er vaak met meer motorvermogen en hogere snelheden gevist en is er meer bijvangst. Ook zijn de brandstofkosten met deze vismethode hoog.
De laatste vijf tot tien jaar wordt ingezet op lichtere vistuigen om brandstof te besparen, maar ook vanwege visserij op andere doelsoorten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de eerder genoemde niet-gecontingeerde soorten, zoals de gewone pijlinktvis en rode mul in het winterseizoen. Deze soorten worden gevangen met de flyshoot (snurrevaad) of bordenvistechniek.
Voortdurend aanpassingen in vistechnieken
In de afgelopen decennia zijn in de Nederlandse visserij voortdurend aanpassingen te zien in vistechnieken. De grafiek bovenaan laat zien dat de boomkortechniek voor platvis lange tijd was vervangen door in eerste instantie SumWing (een boomkortuig waarbij de ‘boom’ is vervangen door een hydrodynamische vleugel, oftewel ‘Wing’) en vervolgens door de pulstechniek (vooral gericht op tong). Daarnaast heeft overschakeling naar twinrig- en quadrigvisserij (bordenvisserij gericht op schol of langoustine, ook wel Noorse kreeftjes genoemd, en garnalen) plaatsgevonden (vistak ‘Diversen’). Bij deze twee technieken worden door middel van twee (scheer)borden in het water achter het schip twee (‘twin rig’) of vier netten (‘quad rig’) opengehouden, die in het midden gekoppeld zijn door één centrumgewicht. De traditionele boomkor vist vaak met een enkel net per tuig aan beide weerzijden (bak- en stuurboord) van de kotter. Met de twinrig wordt met een nettenrol achter het vaartuig gevist en worden meestal geen wekkerkettingen op de bodem gebruikt. Dit resulteert in relatief minder bodemberoering. Daarnaast zijn de netten lichter ondanks dat deze groter zijn dan bij de traditionele boomkorvisserij en kan er met lagere snelheid worden gevist. Dit alles resulteert in een lager brandstofverbruik.
Door pulsverbod weer meer boomkorvisserij
In 2008 werd 77% van de totale inzet van de kottervloot bepaald door boomkorvisserij op platvis. In 2017 was dit nog 7%. Puls en SumWing waren in 2017 goed voor 59% en 10% van de totale vlootinzet. Sinds 2018 valt de SumWing-techniek onder puls, wat verklaart dat deze niet langer zichtbaar is in de figuur. Uit de visserij-inzetcijfers wordt duidelijk zichtbaar dat veel pulsvissers noodgedwongen moesten terugschakelen naar de boomkorvistechniek. Puls is sinds juli 2021 geheel verboden in de EU en komt om die reden vanaf 2022 op 0% van de totale inzet van Nederlandse kotters. De SumWing wordt nog wel toegepast maar wordt sinds 2022 opgeteld bij boomkor, omdat beide vistuigen vaak afwisselend worden toegepast. De boomkor bleef dominant met 59% van de totale vlootinzet in 2024. De laatste jaren is het aantal schepen onder Nederlandse vlag dat met de flyshoot-techniek vist beperkt (circa 10-20 schepen), doordat er een beperkt aantal vergunningen is afgegeven voor deze visserij in het Kanaal (Zuidelijke Noordzee). Met de flyshoot-techniek wordt het visnet met kabels op een dusdanige wijze voortgetrokken, dat naast bodemvis, zoals schol, rode poon en mul, ook inktvis en makreel gevangen kan worden. In de Nederlandse kottervloot is steeds vaker een combinatie van flyshoot en twinrig te zien. Bij het einde van het (winter)seizoen of bij tegenvallende vangsten of prijzen met de flyshoot-techniek kan worden omgeschakeld naar de twinrig-vistechniek (behorend tot de bordenvistechniek).
Door sanering inzet Nederlandse kottervisserij gedaald
De visserij-inzet wordt uitgedrukt in pk-dagen. Dit is het aantal zeedagen van kotters vermenigvuldigd met het motorvermogen. De laatste tien jaar fluctueerde de visserij-inzet tussen minimaal 33 miljoen (2015) en maximaal 41 miljoen (2018) pk-dagen. De sanering van 51 kotters (met name platviskotters) was de voornaamste reden dat de totale inzet van de Nederlandse kottervisserij daalde in 2023.
De samenstelling van de Nederlandse kottervloot bestond uit gemiddeld 212 actieve kotters in 2024, waarvan zo’n 140-150 garnalenkotters. De inzet in de garnalenvisserij was met afgerond 5 miljoen pk-dagen in 2024 zo’n 10% hoger dan een jaar eerder. De garnalen lieten zich na tegenvallende vangsten in 2023 weer meer (+66% in volume) vangen gedurende 2024. De garnalenvisserij wordt vooral in de kustwateren toegepast, waarbij met lichte, fijnmazige boomkornetten over de bodem wordt gesleept. Deze inzet uitgedrukt in pk-dagen is ondanks het grote aantal (140-150 vaartuigen) relatief laag, omdat in deze visserij van kleine kotters (≤300 pk) gebruik wordt gemaakt. Voor de garnalenvisserij geldt net als voor de landbouw de beperking van de stikstofwetgeving. Alleen als aangetoond kan worden dat er niet meer dan de toegestane stikstof wordt uitgestoten door de garnalenkotters binnen de Natura-2000 gebieden (zoals de Waddenzee), kan de overheid de vergunningen afgeven (Wet natuurbescherming afgekort als Wnb) om hier te vissen. In 2025 is het besluit genomen door Nederlandse overheid via het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) dat de Wnb-vergunning vereist voor garnalenvissers, waarbij wordt voldaan de stikstofwetgeving, is aangevraagd voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2045 (RVO, 2025).
Pulskor trok de kottersector tijdelijk uit het slob
Nederland is al vele jaren bezig met innoveren. De noodzaak was begin jaren twintig hoog, vooral door een stijgende gasolieprijs. Bij een stijgende brandstofprijs (zoals in 2012 naar 66 eurocent/liter gasolie) kan besparing het verschil maken tussen winst of verlies voor een familiebedrijf met een kotter. Binnen de Nederlandse kottervloot die gericht is op platvis (met name tong) was een transitie gaande van boomkor naar de innovatieve pulsvisserij. Het voordeel van deze techniek was minder bodemberoering, minder bijvangst en lager energieverbruik (ca. 40-50%) dan de boomkortechniek (Oostenbrugge, Van, et al., 2018).
Sinds 2014 kende de Nederlandse visserij mede door de overgang naar pulskor weer positieve economische rendementen. Met name 2016 was een jaar van historische hoge economische resultaten. Waar in eerdere jaren het nettoresultaat van de actieve kottervloot marginaal tot negatief was, steeg deze in 2014 tot en met 2016 naar respectievelijk 28 miljoen (2014), 41 miljoen (2015) en 81 miljoen euro (2016).
Nederland had 84 ontheffingen gekregen voor de pulsvisserij om de (ecologische) effecten van de pulsvisserij wetenschappelijk te kunnen onderzoeken. Op 16 april 2019 heeft de meerderheid van het Europees parlement echter voor een Europees verbod op de pulsvisserij gestemd. In juni 2019 is door dit verbod het merendeel van de pulsontheffingen ingetrokken. Per 1 juli 2021 geldt een totaalverbod in de EU en mag de pulstechniek niet meer worden toegepast met ontheffing bij het commercieel vissen en voor wetenschappelijke doeleinden.
EU verbod ondanks ecologische voordelen pulsvistechniek
In de Europese Unie is vissen met pulstechniek verboden (EU Verordening 850/98) behalve wanneer een ontheffing is verleend waarbij onder strikte voorwaarden gevist mag worden. In de zuidelijke Noordzee werd sinds 2007 een beperkte ontheffing voor puls verleend, omdat bleek dat met deze methode selectiever gevist kan worden (minder bijvangst) en de bodem aanmerkelijk minder beroerd wordt (minder schade). Op basis van deze ontheffing heeft Nederland als eerste land vergunningen uitgegeven om met puls te vissen. De pulskortechniek is met name gericht op de doelsoort tong. Nederland heeft het grootste tongquotum in verhouding tot andere lidstaten, waardoor het belang voor Nederland relatief groot is vergeleken met andere lidstaten.
In meerdere Europese lidstaten heerst weerstand tegen of is men terughoudend over de pulsvisserij (Haasnoot et al., 2016). Uiteindelijk heeft de stemming in het Europees parlement geleid tot een totaalverbod van deze vistechniek per 1 juli 2021. Dat terwijl de ecologische voordelen van deze visserijtechniek door wetenschappers zijn bewezen (Boute et al, 2024; Rijnsdorp et al, 2024; ICES, 2020; Wageningen Marine Research, 2020) en de techniek economische voordelen en een lage milieu-impact heeft vergeleken met de traditionele manier van vissen met de boomkortechniek.
Dalende vangsten en hoge gasolieprijs doen economisch rendement dalen
Na het verbod op de pulskor zijn de kotters die gericht zijn op de doelsoort Noordzeetong veelal noodgedwongen teruggevallen op de traditionele boomkortechniek. In een zeer ongunstig scenario (hoge brandstofkosten, lage visprijzen) zou het berekende nettoresultaat kunnen afnemen met 12 miljoen euro of zelfs meer bij lage vangsten zoals laatste jaren sinds 2017 (Zaalmink et al., 2018). De energiecrisis die ontstaan is door de sancties van de EU tegenover Rusland als reactie op de oorlog in Oekraïne, de gasolie naar een historische piekprijs doen stijgen in 2022. De oorlog in Gaza met onrust in het Midden-Oosten hield de olieprijs op een hoog niveau daarna tot en met in 2024. Zoals genoemd waren de hoge visprijzen in 2024 reden dat er ondanks hoge brandstofkosten en dalende vangsten toch een positief nettoresultaat kon worden geboekt door de kottervisserij.
Effecten op de visbestanden door dalende inzet kottervisserij
De visserij-intensiteit op schol en tong nam af, mede als gevolg van de krimpende vloot door opeenvolgende saneringen. Mede hierdoor bevinden veel visbestanden zoals schol zich inmiddels boven het voorzorgniveau. Er wordt door biologische wetenschappers gesproken van een historisch groot visbestand voor de schol in de Noordzee.
Noodzaak om te innoveren, maar onzekerheid over toekomst remt investeringen
De onzekerheid over de toekomst en de vele uitdagingen doen enerzijds de noodzaak om te innoveren toenemen, maar anderzijds remmen ze investeringen doordat de terugverdienperiode moeilijk is in te schatten. Uitdagingen zijn onder andere het geldende verbod op de pulsvisserij, Brexit, gesloten visserijgebieden door natuurbescherming en windparken op zee en dalende vangsten met hoge brandstofkosten. Om minder kwetsbaar en afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen zijn er initiatieven vanuit de kottersector om te verduurzamen (Duurzame visserijschepen en Visserij Innovatie Netwerk). Verduurzaming en vervanging van oude schepen zijn redenen voor nieuwbouw door familiebedrijven. De gemiddelde leeftijd van kotters was 39 jaar in 2024. Ongeveer 85% van de actieve kottervloot is ouder dan 20 jaar. Slechts 10% van de schepen is jonger dan 10 jaar (Visserij in cijfers, 2025). Enkele visserijbedrijven zijn innovatieve visserijtechnieken aan het verkennen als alternatief voor de puls (Quirijns et al., 2019) en andere (her)nieuw(d)e technieken zoals de kiwikuil, single rig, SepNep voor Noorse kreeft (langoustine) en passieve tuigen. De ontwikkeling van de pulstechniek duurde echter minstens anderhalf decennium, voordat deze rendabel toepasbaar was. Innovatie van visserijtechnieken vraagt vaak een lange adem voordat deze optimaal en marktwaardig kan worden toegepast.
Beleid voor verduurzaming kottervisserij
In 2020 werd de Biodiversiteitstrategie als pakketonderdeel van de Europese Green Deal gepresenteerd. Hierin staat opgenomen dat 30% van de Europese wateren beschermd moet worden tegen visserij omwille van herstel van de biodiversiteit van de natuur onder water en op zee. Daarnaast verzocht de Europese Commissie de lidstaten om samen te onderzoeken hoe de bodemberoerende visserij in de Europese wateren volledig kan worden uitgefaseerd tot 2030. Dit vergroot de noodzaak voor de Europese en daarmee de Nederlandse visserij om via innovaties vistechnieken minimaal of helemaal geen bodemberoering te vinden. De noodzaak om te innoveren is daarmee groter dan ooit. In 2030 zal de Nederlandse kottervisserij net als zoveel andere sectoren moeten voldoen aan de Europese wetgeving genaamd ‘fit for 55’. Hiervoor zal de uitstoot van schadelijke emissies door de kotters met 55% gereduceerd moeten zijn ten opzichte van 1990. Om deze reden wordt in de maritieme scheepvaart al grondig onderzoek gedaan naar schone brandstoffen zoals waterstof, elektrische voorstuwing of biobrandstoffen. Tegelijk zal in de komende jaren moeten blijken wat de visie vanuit de kottervisserijsector en het Europese beleid zal worden. Het Noordzeeakkoord omvat de afspraken tussen het Rijk en stakeholderpartijen over keuzes en beleid gericht op de balans in activiteiten op de Noordzee tot 2030 en daarna.
Gemeenschappelijk visserijbeleid
Sinds 1 januari 2014 is er in de Europese Unie (EU) het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) van kracht (Europese Commissie, 2014). Vermoedelijk wordt dit tussentijds herziene beleid vanaf 2028 hernieuwd. Met het huidige GVB moeten de visbestanden weer op een duurzaam niveau komen, moet een einde worden gemaakt aan verspillende visserijpraktijken en worden nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor werkgelegenheid. Om deze doelen te bereiken, wordt teruggooi (discarden) van bijvangst verboden (tot 2019 stapsgewijze invoering aanlandplicht voor gequoteerde vissoorten). Daarnaast krijgt de sector meer bevoegdheden, wordt de besluitvorming gedecentraliseerd, krijgt aquacultuur voorrang en wordt kleinschalige visserij ondersteund. Ook wordt de wetenschappelijke kennis over de visstand verbeterd en neemt de EU, in het licht van de internationale overeenkomsten, ook in buitenlandse wateren haar verantwoordelijkheid. Ook het Oceanpact (COM/2025/281) zal komende jaren van invloed zijn op het visserijbeleid in de EU. Het oceaanpact is een alomvattende strategie om de oceaan beter te beschermen, een bloeiende blauwe economie te bevorderen en het welzijn van mensen in kustgebieden te ondersteunen.
Bronnen
- Boute, P. G., Hagmayer, A., Smid, K., Pieters, R. P. M. & Lankheet, M. J., (2024). Behavioural response thresholds of marine fish species for pulsed electric fields. Frontiers in Marine Science. 10, 16 p., 1286149.
- Europese Commissie (2014). Het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Commissie van de Europese Gemeenschappen, Brussel.
- Haasnoot, T., M. Kraan & S.R. Bush (2016). Fishing gear transitions: lessons from the Dutch flatfish pulse trawl. ICES Journal of Marine Science: Journal du Conseil, Volume 73, Issue 4, 1 March 2016, p. 1235-1243.
- Hamon, K. G., Hoekstra, F. F., Klok, A., Kraan, M., van der Veer, S., Deetman, B., van Oostenbrugge, J. A. E., & Taal, K. (2023). Decommissioning of the Dutch cutter sector: Impact analysis of management measures on the fishery. (Report / Wageningen Economic Research; No. 2023-068). Wageningen Economic Research.
- ICES (2020). Ecologische voordelen van de pulskor vergeleken met de boomkor.
- LNV (2020). Kottervisie: brief aan de Tweede Kamer, betreffende ‘Appreciatie bij het advies van mevrouw Burger voor een duurzame kottervisserij op de Noordzee’, 19 juni 2020.
- LNV (2024). Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, directoraat Natuur & VisserijVisie. Voedsel uit zee en grote wateren.
- Oostenbrugge, H. van, A. Mol, A. Klok, J. Op de Weegh & G. Hoekstra (2018). Economische aspecten puls. Rapport 2018-024. Wageningen Economic Research, Den Haag.
- Quirijns, F.J., N.A. Steins, B.W. Zaalmink, A. Mol, M. Kraan, W.J. Strietman, M.A.P.M. van Asseldonk, P. Molenaar, J.A.E. van Oostenbrugge & W.H.M. Baltussen (2019). Duurzame Noordzee kottervisserij in ontwikkeling. Wageningen Marine Research. Research rapport C085/19.
- Rijnsdorp, A. D., Boute, P. G., Tiano, J. C., de Haan, D., Kraan, M., Polet, H., Schram, E., Soetaert, M., Steins, N. A., Lankheet, M., & Soetaert, K. (2024). Electrotrawling can improve the sustainability of the bottom trawl fishery for sole: a review of the evidence. Reviews in Fish Biology and Fisheries, 34(3), 959-993.
- RVO (2025, 18 juni). Besluit Nederlandse garnalenvissers - individuele stikstoftoetsing. Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Geraadpleegd op 3 november 2025
- Visserij in cijfers (2025, 4 juli). Geraamde nettoresultaat kottervisserij in 2024 gestegen en positief. Wageningen Social & Economic Research. Agrimatie. Geraadpleegd op 3 november 2025
- Wageningen Marine Research (2020): Ecologische voordelen pulstechniek animatie.
- Wageningen Marine Research (2025, 27 juni). ICES-advies 2026 toont robuuste visbestanden; tong en kabeljauw nog onder beoordeling. Geraadpleegd op 3 november 2025
- Zaalmink, W., Hoekstra, G., Mol, A. & Strietman, W.J. (2018). Sociaal-economische gevolgen van een totaalverbod op pulsvisserij voor de Nederlandse visserijsector. Wageningen, Wageningen Economic Research, Nota 2018-044.
Relevante informatie
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Inzet visserijtechnieken Nederlandse kottersector
- Omschrijving
Inzet van de visserij onder Nederlandse vlag in de Europese zeeën.
- Verantwoordelijk instituut
Wageningen Social & Economic Research
- Berekeningswijze
Om de omvang van de inzet in de kottervisserij te bepalen, is uitgegaan van het motorvermogen van de kotters zoals geregistreerd in het Nationaal Visserij Register (NVR). De motorvermogens (gemiddeld motorvermogen per pk-klasse) zijn vermenigvuldigd met het aantal zeedagen van de kotters per pk-klasse per vistuig (=pk-dagen).
- Basistabel
Wageningen Economic Research, Bedrijveninformatienet
- Geografische verdeling
Inzet Nederlandse kottervisserij in Europese zeeën.
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Visserij in cijfers, www.agrimatie.nl/visserij
- Betrouwbaarheidscodering
C. Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Inzet visserijtechnieken Nederlandse kottersector, 2024 (indicator 0587, versie 09, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.