Libellen van de Habitatrichtlijn, 1999-2025

De meeste libellen van de Habitatrichtlijn die in Nederland voorkomen hebben een (zeer) ongunstige staat van instandhouding. Ook gaan de meeste soorten de laatste twaalf jaar achteruit in aantallen. Negatieve uitschieter is de groene glazenmaker: deze soort is met 95% afgenomen sinds 2003. De oostelijke witsnuitlibel, sierlijke witsnuitlibel en rivierrombout zijn daarentegen teruggekeerd in Nederland na jarenlange afwezigheid. 

Staat van instandhouding voor diverse soorten libellen
SoortHR-bijlageStaat van instandhouding (2025)Populatietrend hele periodePopulatietrend laatste 12 jaarRode Lijst status (2026)*
GaffellibelII en IVZeer ongunstigMatige toenameMatige afnameBE
Gevlekte witsnuitlibelII en IVGunstigStabielMatige afnameTNB
Groene glazenmakerIVZeer ongunstigSterke afnameSterke afnameBE
Noordse winterjufferIVMatig ongunstigMatige afnameOnzekerBE
Oostelijke witsnuitlibelIVZeer ongunstigOnzekerOnzekerTNB
Sierlijke witsnuitlibelIVOnbekendOnzekerMatige afnameTNB
RivierromboutIVGunstigOnbekendOnbekendTNB

 

Gaffellibel

De gaffellibel is een soort van beken en rivieren die al voor 1950 uit Nederland verdween. In 2000 werd een populatie teruggevonden langs de Roer en inmiddels komt de soort in twee beken in Zuidoost-Nederland voor. Aanvankelijk namen de aantallen langs deze beken gestaag toe, maar vanaf 2019 gaan de aantallen juist weer achteruit. Vanaf 2026 wordt de populatietrend bepaald op basis van tellingen in plaats van populatieschattingen.

Gevlekte witsnuitlibel

De gevlekte witsnuitlibel komt voor in laagveengebieden, vennen en in de duinen. Lange tijd was de soort erg zeldzaam, maar in de periode 2005-2010 nam het aantal en de verspreiding van de soort toe. Na 2010 nemen de aantallen op de routes af, terwijl de verspreiding in Nederland blijft toenemen. 

Groene glazenmaker

De groene glazenmaker is gebonden aan groeiplaatsen van krabbenscheer en komt vooral voor in de laagveengebieden in Noordwest-Overijssel, Friesland en Drenthe, het Vechtplassengebied en het veenweidegebied in Zuid-Holland en Utrecht. De soort is in de 20e eeuw aanzienlijk achteruitgegaan door verslechtering van de waterkwaliteit en ontwikkelingen in de landbouw. De laatste jaren gaat de soort zowel in verspreiding als in aantallen sterk achteruit. Het voorkomen van exotische rivierkreeften en hun negatieve invloed op o.a. krabbenscheer speelt mogelijk een belangrijke rol bij deze achteruitgang.

Noordse winterjuffer

De Noordse winterjuffer is gebonden aan laagveengebieden, maar komt in de winter in heidegebieden en broekbossen voor. De Noordse winterjuffer was in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw zeldzaam, en de verspreiding van de soort is sindsdien stabiel. De aantalstrend over de periode vanaf 2003 is matig afnemend. 

Oostelijke witsnuitlibel 

De Oostelijke witsnuitlibel gold lange tijd als verdwenen uit Nederland, maar is sinds 2005 een aantal jaren achtereen gevonden op één locatie in Friesland. Na 2011 verdween de soort hier en gedurende enkele jaren werd de libel niet meer waargenomen in het landelijk meetnet libellen. Vanaf 2020 is de soort op enkele andere locaties opgedoken, met sindsdien sterk stijgende aantallen en een toegenomen verspreiding. 

Sierlijke witsnuitlibel 

De sierlijke witsnuitlibel is lange tijd als verdwenen beschouwd, maar komt sinds 2010 weer voor in De Weerribben en heeft zich van daar uit verspreid over vrijwel het gehele land (sterke toename). De aantallen en verspreiding namen in 2018 flink toe ten opzichte van 2017. Sindsdien dalen de aantallen op de routes en is de verspreiding in Nederland min of meer stabiel.

Rivierrombout 

De rivierrombout is in 1902 voor het laatst in Nederland gevonden, totdat deze werd herontdekt in 1996. De soort leeft in rivieren en is daar hoogstwaarschijnlijk teruggekeerd doordat de waterkwaliteit is verbeterd. Van de rivierrombout zijn te weinig gegevens beschikbaar om een aantalstrend te berekenen. Mogelijk kan wel een verspreidingstrend worden bepaald op basis van gerichte zoekacties naar larvehuidjes, gecombineerd met losse waarnemingen. Dit wordt momenteel nader onderzocht.

Verdwenen libellen 

De mercuurwaterjuffer staat in bijlage II, maar is al heel lang uit Nederland verdwenen. In 2011 werden wel enkele exemplaren van deze soort aangetroffen in het natuurgebied Beesels Broek in de Limburgse gemeente Beesel. Maar daarna is de soort daar direct ook weer verdwenen. De bronslibel staat in bijlage II en IV en komt ook niet meer voor in Nederland.

Habitatrichtlijn

De Habitatrichtlijn van de Europese Unie is bedoeld om de biodiversiteit in stand te houden door de wilde flora en fauna en hun habitats te beschermen. Daartoe moeten de lidstaten speciale beschermingsgebieden (Habitatrichtlijngebieden) inrichten en bepaalde planten- en diersoorten en habitats beschermen. De lidstaten rapporteren elke zes jaar hoe de soorten en habitats er voor staan door na te gaan in hoeverre deze een gunstige staat van instandhouding hebben bereikt. De Europees beschermde soorten staan in bijlage II, IV en V van de Habitatrichtlijn (zie de link naar de Europese Habitatrichtlijn).

Bronnen

  • Dijkstra, K., V. Kalkman, R. Ketelaar. en M van der Weide (2002). De libellen van Nederland. Nederlandse fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. 
  • Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2026). Hoe gaat het met de uitvoering van de Habitatrichtlijn (HR) in Nederland? Resultaten voor soorten. 
  • Grunsven, R.H.A. van, J.G. van ’t Bosch & G.I. Bos-Groenendijk (2026). Basisrapport Rode Lijst Libellen volgens Nederlandse en IUCN-criteria. De Vlinderstichting, Wageningen. In press.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Libellen van de Habitatrichtlijn

Omschrijving

Trends van de libellen van de Habitatrichtlijn

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

In de figuren bij deze indicator worden het verloop en de trend in populatie aantal voor zes soorten van de Habitatrichtlijn gepresenteerd. Van deze soorten kan het populatieaantal voldoende gevolgd worden. De rivierrombout is zo moeilijk te volgen dat alleen op een zeer grove schaal informatie bekend is over het voorkomen.

Aantalsgegevens zijn ontleend aan het landelijke meetnet libellen van het Netwerk Ecologische Monitoring. Daarmee zijn jaarlijkse indexcijfers over populatie-aantallen bepaald met Poisson regressie; software TRIM; Methode indexcijfers (TRIM)

Door de indexen is een flexibele trend berekend met een 95% betrouwbaarheidsinterval. Het betrouwbaarheidsinterval is gebaseerd op de betrouwbaarheid van de indexcijfers van de afzonderlijke soorten (Soldaat et al., 2017).

Basistabel

De indexen per afzonderlijke soort zijn te vinden in de kolom 'Waarneming' onder download data.

Geografische verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

CBS (2025). Meetprogramma’s voor flora en fauna. Kwaliteitsrapportage NEM over 2024. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag.

Van Swaay, C.A.M., Bos-Groenendijk, G.I., Deijk, J.R. van, Grunsven, R.H.A. van, Kok, J.M., Huskens, K. & Poot, M. (2018). Handleiding landelijke meetnetten vlinders, libellen en nachtvlinders. Rapport VS2018.011, De Vlinderstichting, Wageningen.

Soldaat, L., J. Pannekoek, R. Verweij, C. van Turnhout en A. van Strien (2017). A Monte Carlo method to account for sampling error in multi-species indicators. Ecological Indicators 81: 340-347.

Betrouwbaarheidscodering

B. Schattingen van trends in populatie-aantallen zijn gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
15
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
08
versie‎
07
versie‎
06
versie‎
05
versie‎
04
versie‎
03
versie‎
02
versie‎
01

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Libellen van de Habitatrichtlijn, 1999-2025 (indicator 1416, versie 15, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.