Natuurkwaliteit van waterplanten in oppervlaktewater, 1990 - 2024
De natuurkwaliteit op basis van waterplanten is vrij laag. In de afgelopen 35 jaar is de kwaliteit licht verbeterd. De natuurkwaliteit is een maat voor de biodiversiteit in de regionale wateren.
Huidige kwaliteit op basis van waterplanten is laag tot middelmatig
De huidige natuurkwaliteit op basis van waterplanten in het Nederlandse oppervlaktewater is vrij laag. Vrij laag betekent dat de meeste locaties een waterplantengemeenschap hebben die (ver) afwijkt van de natuurlijke referentie. Die natuurkwaliteit wordt uitgedrukt met de ekr-score. Dit is een getal tussen 0 en 1, waarbij 1 is gebaseerd op de natuurlijke referentie: de aanwezigheid van waterplantensoorten die kunnen worden aangetroffen in een ongestoorde, natuurlijke situatie. Ongeveer 78 % van de locaties hebben een natuurkwaliteit van 0,6 of lager.
Natuurkwaliteit oppervlaktewater is belangrijk voor de Kaderrichtlijn Water
Nederland voert al decennia beleid om de waterkwaliteit te verbeteren. Sinds 2000 geldt de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW verbiedt achteruitgang van de waterkwaliteit en verplicht Nederland om uiterlijk in 2027 doelen voor een betere waterkwaliteit in aangewezen oppervlaktewateren te halen. Om deze doelen te bereiken zijn maatregelen getroffen die naar verwachting leiden tot een verbetering van de kwaliteit in KRW-oppervlaktewateren.
Met de KRW-beoordeling kan geen trendbepaling worden gegeven, omdat de methode en de KRW-doelen door de jaren heen veranderen. Daarom wordt in deze analyse op uniforme wijze gekeken naar de afgelopen 35 jaar. Daarnaast kijken we naar alle beschikbare meetlocaties en dus niet naar alleen de KRW-meetlocaties. De verandering sinds 2009 wordt apart toegelicht, omdat toen de eerste KRW-beoordeling van het Nederlandse water heeft plaatsgevonden.
Per watertype zijn de KRW-maatlatten voor de waterplanten opgesteld, waarbij ruim 200 soorten zijn opgenomen. Per watertype gaat het om 50 tot 100 soorten, alleen bij de brakke wateren zijn dit ongeveer 16 soorten. Samen met de natuurkwaliteit op basis van macrofauna geeft deze indicator een beeld van de natuurkwaliteit voor de regionale wateren:
Geringe verbetering in afgelopen 30 jaar
De natuurkwaliteit op basis van de mediaan van alle meetlocaties is de afgelopen 35 jaar significant gestegen met 0,11 (± 0,05) van 0,26 in 1990 naar 0,37 in 2024. De natuurkwaliteit steeg significant in de beken met 0,30 (± 0,09). Veranderingen in andere watertypen zijn niet significant, maar de natuurkwaliteit lijkt beperkt toe te nemen in kanalen met 0,05 (± 0,09), de meren met 0,03 (± 0,07) en de sloten met 0,03 (± 0,06). De kwaliteit in brakke wateren lijkt af te nemen met 0,07 (± 0,07), van 0,08 in 1990 naar 0,01 in 2024. De natuurkwaliteit van waterplanten in brakke wateren ligt daarmee veel lager dan in andere watertypen. Verder valt op dat in 2021 de natuurkwaliteit op basis van de mediaan van alle meetlocaties vrij hoog is, terwijl deze in de jaren ervoor en erna lager was. Variatie in weersomstandigheden, zoals een jaar met droogte of veel neerslag, kan daarvoor de oorzaak zijn.
Veranderingen in de Kaderrichtlijn Water periode
Gedurende de periode van 2009 tot en met 2024 (waarin de KRW van kracht was) is de kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater op basis van waterplanten toegenomen met 0,05 (± 0,05), maar niet significant verbeterd. Bij de beken is de verbetering wel significant met 0,10 (± 0,09). Bij de overige watertypen zijn er geen significante veranderingen: 0,09 (± 0,09) in kanalen, 0,01 (± 0,06) in sloten, 0,01 (± 0,07) in de meren en 0,03 (± 0,07) bij de brakke wateren.
Oorzaak huidige natuurkwaliteit van waterplanten
De belangrijkste oorzaken voor de lage kwaliteit zijn:
- Vermesting met de nutriënten stikstof en fosfor. Deze zorgen voor algengroei in stilstaande wateren. Hierdoor krijgen waterplanten te weinig licht om te groeien.
- Verontreiniging met chemische stoffen zoals gewasbeschermingsmiddelen, medicijnresten en industriële stoffen. Ook persistente stoffen die in het verleden geloosd werden spelen hier een rol.
- Een onnatuurlijke inrichting van het water. Veel beken zijn in de afgelopen eeuw rechtgetrokken en hebben een strakke oever met weinig natuurlijke habitats voor planten. Slechts een klein deel van de beken meandert. Ook de meeste meren en kanalen hebben een harde oever, waardoor het oeverecosysteem nauwelijks tot ontwikkeling komt. Het waterpeil is meestal een vastgesteld peil, wat de natuurlijke dynamiek beperkt.
- De biodiversiteit van het watersysteem wordt ook negatief beïnvloed door de komst van exoten. Voorbeelden hiervan zijn de rode Amerikaanse rivierkreeft, die waterplanten opeet, en de Watercrassula, die inheemse waterplanten verdringt door dichte drijvende matten te vormen die ervoor zorgen dat onderwaterplanten geen licht meer krijgen.
- Klimaatverandering kan leiden tot een tal van directe en indirecte effecten. Voorbeelden zijn verhoogde concentraties van nutriënten en chemische stoffen in het oppervlaktewater en zuurstoftekorten voor waterorganismen omdat toenemende temperatuur de oplosbaarheid van zuurstof vermindert. Ook kunnen er verschuivingen van soortenpopulaties plaatsvinden, die zo snel gaan dat het ecosysteem zich niet tijdig kan aanpassen.
Bronnen
- Kaderrichtlijn Water
- Evers, C. H. M. et al (2018). Omschrijving MEP en Maatlatten voor sloten en kanalen voor de kaderrichtlijn water 2021-2027. Rapportnummer 2018-49, versie juni 2020, STOWA, Amersfoort.
- Van der Molen D.T., R. Pot, C. H. M. Evers, F. C. J. v. Herpen, and L. L. J. v. Nieuwerburgh. 2018. Referenties en maatlatten voor natuurlijk watertypen voor de kaderrichtlijn water 2021-2027. Rapportnummer 2018-49, versie juni 2020, STOWA, Amersfoort.
- Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2022. Stroomgebiedbeheerplannen Rijn, Maas, Schelde en Eems 2022-2027.
- Van Puijenbroek, P.J.T.M, A. van Hinsberg. 2023. Basiskwaliteit waternatuur. Verkenning mogelijkheden van een ecologische indicator voor wateren buiten natuurgebieden. Rapportnummer: 4796
Relevante informatie
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Natuurkwaliteit waterplanten
- Omschrijving
De natuurkwaliteit geeft de verandering in het voorkomen van soorten waterplanten weer. Door de jarenlange monitoring en het grote aantal soorten dat in Nederland voorkomt geeft dit een goed beeld van de veranderingen in biodiversiteit in het Nederlandse, regionale water.
Door veranderingen in de maatlatten van de KRW-beoordelingsmethode en wijziging van de KRW-doelen kan met de KRW-beoordelingen geen trendbepaling worden gegeven. Voor dit overzicht zijn de gegevens op uniforme wijze verwerkt voor een trend van 35 jaar.
- Verantwoordelijk instituut
PBL, auteurs Daan van Wieringen en Peter van Puijenbroek
- Berekeningswijze
De natuurkwaliteit op basis van waterplanten is gebaseerd op de monitoringsgegevens van de biologische meetnetten van de waterschappen. Alle beschikbare monitoringsgegevens van alle watertypen zijn hiervoor gebruikt. Daardoor geeft dit overzicht een representatief beeld van de Nederlandse natuurkwaliteit in het water.
De natuurkwaliteit is berekend per meetlocatie met de soortenlijsten van de deelmaatlat soortensamenstelling voor waterplanten van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De deelmaatlat abundantie is geen onderdeel van deze analyse. In de deelmaatlat soortensamenstelling zijn in totaal ca. 200 soorten waterplanten opgenomen, waarbij per watertype maatlatten zijn uitgewerkt die de biologische kwaliteit aan de hand van de natuurlijke referentie afmeten. Elke maatlat levert een getal tussen 0 en 1, waarbij 1 is gebaseerd op de natuurlijke referentie: de aanwezigheid en de samenstelling van soorten waterplanten die kunnen worden aangetroffen in een ongestoorde, natuurlijke situatie.
Voor waterplanten zijn meetpunten samengevoegd binnen rastercellen van 2 kilometer. In de kaarten zijn alle meetpunten opgenomen die in de periode 2019-2024 zijn bemonsterd.
Voor de mediane waarden per 2 kilometer rastercel zijn trends berekend met Trendspotter, daarmee kan worden getoetst of het laatste jaar significant verschilt van een van de voorgaande jaren. Hierbij is een betrouwbaarheidsinterval van 95 % gebruikt. De veranderingen in de tijd zijn gebaseerd op deze trends. De trendanalyse is doorgevoerd voor alle wateren en gesplitst voor 5 geaggregeerde watertypen (meren, beken, sloten, kanalen en brakke wateren), die gebaseerd zijn op 21 KRW-watertypen en hun maatlatten.
- Basistabel
De gegevens van 1990 tot en met 2010 zijn verzameld in de Limnodata Neerlandica, de gegevens van 2011 tot en met 2024 zijn door het Informatiehuis Water (IHW) verzameld. Deze analyse is gebaseerd op ca. 72.000 bemonsteringen van alle waterbeheerders, met uitzondering van Rijkswaterstaat (deze deelt slechts beperkt waterplantendata met het IHW).
De gegevens vanaf 2010 zijn gedownload van de website van het IHW: Het Waterkwaliteitsportaal- Geografische verdeling
Nederland
- Verschijningsfrequentie
Om de 3 tot 5 jaar.
- Achtergrondliteratuur
- Van Puijenbroek, P. J. T. M., Evers, C. H. M., & Gaalen, F. W. v. (2015). Evaluation of Water Framework Directive metrics to analyse trends in water quality in the Netherlands. Sustainability of Water Quality and Ecology.
- Visser, H. (2004). Estimation and detection of flexible trends. Atm. Environment 38, 4135-4145
- Opmerking
In de KRW zijn doelen geformuleerd voor het oppervlaktewater. De score op de maatlat wordt uitgedrukt in de ecologische kwaliteit ratio (ekr). De standaard doelstelling is een ekr van 0,6 (goede kwaliteit) voor de goede kwaliteit, maar voor kunstmatig en sterk veranderde wateren geldt een lagere ekr als doelstelling (het Goed Ecologisch Potentieel), zodat vaak met een lagere ekr-kwaliteit kan worden volstaan.
De KRW maatlat voor waterplanten bestaat grofweg uit 2 deelmaatlatten: de deelmaatlat soortensamenstelling, met het aantal soorten per bemonstering, en de deelmaatlat van de abundantie oftewel bedekking van waterplanten.
In deze indicator is alleen de deelmaatlat soortensamenstelling toegepast op individuele monsters, omdat gegevens over bedekking niet vergelijkbaar zijn over de hele periode. Doordat elk watertype gedurende de hele periode ten opzichte van dezelfde maatlat is beoordeeld zijn verschillen tussen gebieden en in de tijd goed met elkaar te vergelijken.
In dit overzicht zijn voor de periode 2023-2024 de maatlatten uit 2024 gebruikt en voor de voorgaande jaren de maatlatten uit 2018. De berekeningen zijn niet opnieuw uitgevoerd voor de voorgaande jaren, omdat de wijzigingen van 2024 een verwaarloosbaar effect hebben op de resultaten.
Deze indicator heeft betrekking op het voorkomen van waterplanten. De meeste bemonsteringslocaties liggen in het landelijk gebied buiten natuurgebieden. Daarom is deze indicator ook een goede indicator voor basiskwaliteit van de waternatuur.
Overgangs- en kustwateren zijn niet meegenomen in deze analyse, omdat deze gegevens niet gedeeld worden door Rijkswaterstaat met het IHW.
- Betrouwbaarheidscodering
- Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is.
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2026). Natuurkwaliteit van waterplanten in oppervlaktewater, 1990 - 2024 (indicator 1441, versie 07, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.