Stikstofdioxide in lucht, 1992-2024
In 2024 bleef de gemeten concentratie stikstofdioxide (NO2) in de lucht in Nederland onder de jaargemiddelde Europese grenswaarde van 40 µg/m3. In 2024 werd de jaargemiddelde advieswaarde (10 µg/m3) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op de stedelijke en verkeersbelaste meetstations wel overschreden, net als in de voorgaande jaren.
Lange termijn gemiddelde concentratie stikstofdioxide daalt
De gemeten jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) bleef in 2024 op meetlocaties onder de Europese grenswaarde (EU, 2008) van 40 µg/m3. Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit meet sinds 1978 de NO2-concentratie op meerdere locaties in Nederland. De daling van de NO2-concentraties is sinds eind jaren tachtig gaande, zie afbeelding ‘Trend 1978-2024’ waarin de concentraties op de regionale achtergrondstations zijn weergegeven.
De NO2-concentraties op regionale achtergrondstations (zie Technische toelichting voor uitleg van deze term) daalden in de periode 1992-2024 van gemiddeld 25 µg/m³ naar 9 µg/m³. Op stedelijke achtergrondstations daalden de NO2-concentraties in de periode 1992-2024 van gemiddeld 43 µg/m³ naar 16 µg/m³. Op verkeersbelaste stations bedroeg de daling in dezelfde periode 28 µg/m³, van 49 µg/m³ naar 21 µg/m³.
De gemiddeld gemeten concentratie van NO2 was in 2020 lager dan op basis van de langjarige trend verwacht kon worden, als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 virus (Hoogerbrugge et al., 2022). De concentraties in 2021 en 2022, ook nog jaren waarin maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 (deels) van kracht waren, waren vergelijkbaar met die in 2020. De variaties in jaargemiddelde NO2-concentraties in de periode 2020–2022 vallen binnen de gebruikelijke jaarlijkse fluctuatie; er is in deze periode dus geen duidelijke daling of stijging van de concentraties waargenomen. In 2023 en 2024 is de gemeten NO2-concentratie wel weer verder gedaald.
Waar komt stikstofdioxide vandaan?
Verkeer is een belangrijke bron van stikstofoxiden. Stikstofoxiden (NOx) is de benaming voor de som van stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). Een substantieel deel van het door verkeer uitgestoten NO wordt in de lucht omgezet in NO2. In (drukke) straten en in de nabijheid van snelwegen zijn de concentraties van stikstofoxiden (waaronder stikstofdioxide) verhoogd.Industrie, raffinaderijen en de energiesector leveren naast verkeer ook een belangrijke bijdrage aan de hogere concentratieniveaus.
Uit de ‘Grootschalige Concentratiekaarten Nederland, GCN’ (Mijnen-Visser et al., 2024). rapportage blijkt dat van de jaargemiddelde NO2 concentraties in Nederland in 2023 27% afkomstig was van bronnen uit het buitenland.
Concentraties onder EU-normen, aanscherping normen vanaf 2030
Ter bescherming van de volksgezondheid heeft de EU een aantal grenswaarden voor NO2-concentraties vastgelegd in de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit (EU, 2024), zie Normen luchtkwaliteit.
Vanaf 2030 gaan strengere Europese grenswaarden gelden voor luchtkwaliteit. In het najaar van 2024 is de herziene luchtkwaliteitsrichtlijn aangenomen. De Europese lidstaten hebben twee jaar de tijd, tot 11 december 2026, om de nieuwe wetgeving te implementeren. De huidige jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 is 40 µg/m3. De gemeten jaargemiddelde concentraties blijven in 2024 onder deze grenswaarde. Vanaf 2030 geldt de nieuwe grenswaarde van 20 µg/m3 NO2 voor de jaargemiddelde concentratie. Langs sommige drukke wegen lagen de meetwaarden in 2024 boven deze nieuwe grenswaarde.
Naast een jaargemiddelde grenswaarde geldt ook een uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide. Bij deze grenswaarde mogen de uurgemiddelde piekconcentraties maximaal 18 keer per jaar boven de 200 µg/m3 uitkomen. De laatste overschrijding van deze grenswaarde, dus 18 keer een uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m3 of meer, was in 1994. Wel is in 2017 in Den Haag aan de Amsterdamse Veerkade twee uur de uurgemiddelde concentratie hoger geweest dan 200 µg/m3. Daarna is er in Nederland geen sprake meer geweest van uurgemiddelde NO2 concentraties van 200 µg/m3 of meer.
Concentraties hoger dan WHO-advieswaarde
De Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization (WHO)) jaargemiddelde advieswaarde voor stikstofdioxide is 10 µg/m3 (WHO, 2021). Dat is lager dan de huidige en herziene Europese grenswaarde. Overschrijdingen van deze jaargemiddelde advieswaarde treden in Nederland op bij stedelijke meetstations en op verkeersbelaste locaties.
Modelberekeningen
Om inzicht te krijgen in de stikstofdioxide concentraties in Nederland worden naast metingen ook modelberekeningen gebruikt. Zo kunnen concentraties worden berekend voor plekken waar geen meetstations staan en dus geen metingen beschikbaar zijn. Een voorbeeld is het model waarmee de grootschalige achtergrondconcentratie en de -stikstofdepositie worden berekend (Operationele Prioritaire Stoffen model | RIVM). De afbeelding in tabblad ‘Kaart 2024’ geeft voor 2024 de gemodelleerde ruimtelijke verdeling weer van grootschalige jaargemiddelde NO2-concentraties.
De lokale verhogingen langs drukke straten zijn niet in deze kaart opgenomen. In het kader van de Monitoring Luchtkwaliteit (MLK; zie ‘Nationaal beleid’) is de bijdrage van het wegverkeer boven op de achtergrondconcentratie berekend. 2023 is het meest recente jaar waarvoor gedetailleerde landsdekkende berekeningen zijn gemaakt. Volgens deze berekeningen zijn in 2023 de jaargemiddelde concentraties in elke Nederlandse provincie onder de huidige jaargemiddelde NO2-grenswaarde gebleven (Berkhout et al., 2024). De kaart met lokale verhogingen staat op de Atlas Leefomgeving. Naarmate het detailniveau van de kaart toeneemt, worden de onzekerheden in kaarten ook steeds groter. Dat betekent dat bij meer detailniveau (bijvoorbeeld bij schaal kleiner dan 1x1 km) de gebruiker van de kaart afhankelijker is van de informatie en de nauwkeurigheid van data op dat hoge detailniveau. Voor gebruikers van de kaart is het belangrijk om hiermee rekening te houden.
Nationaal beleid: terugdringen NO2 concentraties in de lucht
Voor Nederland gelden emissieplafonds voor een aantal luchtverontreinigende stoffen, die zijn vastgelegd in de zogeheten National Emission Ceilings (NEC) richtlijn 2016/2284 (EU, 2016). Voor stikstofoxiden is voor Nederland tussen 2005 en 2020 een emissiereductie afgesproken van 45%. Aan deze reductiedoelstelling is voldaan. Vanaf 2030 moet de emissie 61% lager zijn dan in 2005. Voor meer informatie zie Grootschalige luchtverontreiniging: Uitstoot van NEC-stoffen, 1990-2023.
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wordt met de Monitoring Luchtkwaliteit (MLK) jaarlijks getoetst of Nederland voldoet aan de wettelijke normen. Zie ook het CIMLK op het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO).
Daarnaast heeft het Rijk in januari 2020 het Schone Lucht Akkoord (SLA) afgesloten met een groot aantal gemeenten en provincies. Het doel van het SLA is om in 2030 minimaal 50% minder gezondheidsschade te behalen ten opzichte van 2016, voor zover die wordt veroorzaakt door binnenlandse bronnen. Alle provincies nemen deel aan het akkoord en het aantal aangesloten gemeenten groeit nog steeds. Zie ook SLA op het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO).
Samen meten aan luchtkwaliteit
Naast het bestaande meetnet van het RIVM en partners, zijn in Nederland meer ontwikkelingen om NO2 en luchtkwaliteit te meten. Zo zijn er meerdere burgerinitiatieven om stikstofdioxide te meten. Burgers meten stikstofdioxide veelal met passieve samplers (meettechniek op basis van diffusie, zie Meten | RIVM). Op het kennisportaal 'Samen meten' staat een overzicht van deze burgerinitiatieven.
Bronnen
- EU (2024) Richtlijn 2024/2881 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa herschikking).
- EU (2016) Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG, Publicatieblad van de Europese Unie, L 244/1.
- Berkhout, J.P.J., Zuidberg, S., Rebel, R., Couvreur, A. (2024) Monitoringsrapportage MLK 2024. RIVM rapport 2024-0133, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven, Publicatieblad van de Europese Unie L2881/1
- Mijnen-Visser, S., De Jongh, L.A., Hazelhorst, S.B., Hoogerbrugge, R., Soenario, I., Stolwijk, G.J.C., de Vries, W.J., Wickink Kruit, R.J., Zuidberg, S., Grootschalige concentratiekaarten Nederland Rapportage 2024, RIVM rapport 2024-0059, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.
- Hoogerbrugge, R., Geilenkirchen, G.P., Hazelhorst, S., den Hollander, H.A., Huitema, M., Marra, W., Siteur, K., de Vries, W.J., Wichink Kruit, R.J., Grootschalige concentratiekaarten Nederland. Rapportage 2022, RIVM rapport 2022-0059, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.
- Wesseling J. & Beijk R. (2008) Korte-termijn trend in NO2 en PM10 concentraties op straatstations van het LML. RIVM rapport 680705007, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.
- WHO (2021), WHO global air quality guidelines: particulate matter (PM2.5 and PM10), ozone, nitrogen dioxide, sulfur dioxide and carbon monoxide. World Health Organization. https://apps.who.int/iris/handle/10665/345329. License: CC BY-NC-SA 3.0 IGO
Relevante informatie
- EU > Informatie over het luchtkwaliteitsbeleid van de Europese Unie.
- EU > Informatie over strengere EU-grenswaarden voor luchtkwaliteit vanaf 2030
- Rijksoverheid > Luchtkwaliteit
- RIVM > Grootschalige Concentratiekaarten Nederland.
- RIVM > www.luchtmeetnet.nl; en Luchtmeetnet dataset (rivm.nl)
- CLO > Stikstofoxiden in lucht (concentratie trend)
- CLO > Emissies naar lucht door verkeer en vervoer (recentste emissie jaarcijfers)
- CLO > Emissies naar lucht door verkeer en vervoer (emissie trends)
- CLO > Grootschalige luchtverontreiniging: Uitstoot van NEC-stoffen, 1990-2023. (emissie trends)
- IPLO > NEC-programma
- IPLO > Omgevingswaarde NEC
Technische toelichting
- Naam van het gegeven
Concentratie van stikstofdioxide in lucht
- Omschrijving
Concentratie van stikstofdioxide in Nederland op basis van meetgegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, de GGD Amsterdam en de DCMR (www.luchtmeetnet.nl; https://data.rivm.nl/data/luchtmeetnet/)
- Verantwoordelijk instituut
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
- Berekeningswijze
Jaargemiddelde concentraties berekend uit uurwaarden. Voor een geldig jaargemiddelde moet er als eerste selectiecriterium minimaal 75% aan meetdata beschikbaar zijn per kalenderjaar voor gebruik in trendfiguren. Voor de gespecificeerde jaren (2006-2024) moet een station daarnaast minstens op 75% van de jaren een geldig jaargemiddelde hebben (dat voortkomt uit de eerste selectie). Dit zijn de criteria die gebruikt worden voor het maken van trendfiguren. Alleen binnen de jaarreeks 2006-2024 wordt gefilterd op twee criteria. Voor alle andere jaren worden alle stations meegenomen die 75% in een jaar gemeten hebben.
- Basistabel
Gegevens Luchtkwaliteit (GELUK) van het Centrum Milieukwaliteit (MIL) van het RIVM. Met daarin gegevens van de GGD Amsterdam en de DCMR.
- Geografische verdeling
- Kaart gebaseerd op uitkomsten meest recente GCN-berekeningen.
- Trendfiguren 1992-2024 en 1978-2024 gebaseerd op meetgegevens van RIVM, GGD Amsterdam en DCMR. Voor de trend 1992-2024 zijn voor de periode tot 1999 alle stations meegenomen met een geldig jaargemiddelde. De periode vanaf 1999 bevat stations die op minimaal 75% van de periode een geldig jaargemiddelde hadden. Voor de trend 1978-2024 zijn geldige jaargemiddelden van individuele stations gebruikt.
- Andere variabelen
Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit levert ook informatie over andere luchtverontreinigende stoffen als fijn stof, koolmonoxide, ozon en zwaveldioxide.
- Verschijningsfrequentie
Jaarlijks
- Achtergrondliteratuur
Zie: Bronnen
- Opmerking
- Voor berekening van een jaargemiddelde zijn verschillende berekeningswijzen mogelijk. Resultaten kunnen daardoor uiteenlopen (Wesseling en Beijk, 2008).
- In tabblad ‘Trend 1978 – 2024’ is Rotterdam Centrum weergegeven als stedelijke achtergrondconcentratie omdat dit het enige station is met een langlopende reeks die teruggaat tot de begin jaren 80.
- Tot 1999 was het aantal meetstations in stedelijke gebieden beperkt. De gemiddelden van deze beperkt beschikbare meetwaarden zijn in de figuren van tabblad ‘Trend 1992-2024’ als blauwe stippellijn weergegeven. Vanaf 1999 is het aantal meetstations in stedelijke gebieden in Nederland sterk uitgebreid en dit geeft de trendfiguur een robuuster beeld van de NO2 concentraties (zie de doorlopende blauwe lijn in de figuren).
- Regionale achtergrondstations zijn meetpunten die op enige afstand van bebouwing en industrie staan. Stedelijke achtergrondstations zijn meetpunten die binnen de bebouwde kom staan, wel op afstand van belangrijke uitstootbronnen (EU, 2008).
- In deze versie is op 21 augustus 2025 ter verduidelijking een zin aan de tekst toegevoegd over een paar overschrijdingen van de uurgemiddelde concentratie in Den Haag in 2017.
- Betrouwbaarheidscodering
Kaart: C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).
Trend 1992-2024: C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd).
Trend 1978-2024: D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen ter zake).
Archief van deze indicator
Bekijk meer Bekijk minder
Referentie van deze webpagina
CLO (2025). Stikstofdioxide in lucht, 1992-2024 (indicator 0231, versie 20, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.