Compendium voor de Leefomgeving
463 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verkeer en milieu

Aantal motorvoertuigen, 1990-2015

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het aantal motorvoertuigen in 2015 is nagenoeg gelijk aan 2014, te weten 8,04 miljoen personenauto's, 1,03 miljoen bedrijfsvoertuigen en 0,65 miljoen motorfietsen. Daarnaast zijn er ruim 1,1 miljoen bromfietsen. Het betreft hier cijfers over het gemiddeld aantal voertuigen in 2015.

Personenauto's

Het personenautopark is in de periode 1990-2015 met twee derde toegenomen tot 8,04 miljoen auto's. Het aandeel auto's met een dieselmotor in het park is in die periode toegenomen van 11 tot 16 procent van het personenautopark. Van de in 2015 verkochte nieuwe auto's was 28 procent met een dieselmotor uitgerust.
Het aantal auto's op LPG (inclusief aardgas) is in de periode 1990-2015 gedaald van 545 duizend tot 171 duizend.

Bedrijfsvoertuigen

Na een jarenlange stijging van 420 duizend in 1990 tot meer dan 900 duizend in 2004, is het aantal lichte bedrijfsvoertuigen (bestelauto's en lichte speciale voertuigen sindsdien licht teruggelopen tot 860 duizend. Dit is het gevolg van de nieuwe wetgeving voor de BPM (Belasting van personenauto's en motorrijwielen) en wegenbelasting voor particulieren die op 1 juli 2005 is ingegaan. Het aantal zware bedrijfsvoertuigen (vrachtauto's, trekkers, autobussen en speciale voertuigen) nam gestaag toe en wel van 140 duizend in 1990 tot 180 duizend in 2009. Na 2010 was een kleine afname tot ongeveer 163 duizend voertuigen in 2015.

Overige voertuigen

In 2013 waren er 650 duizend motorfietsen, ongeveer vier maal zoveel als in 1990, en ruim 1,1 miljoen brom- en snorfietsen (CBS, 2016d).

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantal motorvoertuigen

Omschrijving

Alle motorvoertuigen (personenauto's, uitgesplitst naar benzine, diesel en LPG, lichte bedrijfsvoertuigen, zware bedrijfsvoertuigen, incl. autobussen, motorfietsen en bromfietsen) die met een geldig Nederlands kenteken zijn toegelaten tot deelname aan het verkeer op de openbare weg.

Verantwoordelijk instituut

RDW (Rijksdienst voor het Wegverkeer) en Centraal Bureau voor de Statistiek.

Berekeningswijze

De gegevens over het voertuigenpark worden jaarlijks geleverd door RDW (Rijksdienst voor het Wegverkeer).

Basistabellen

CBS (2016a-e). StatLine:Motorvoertuigenpark; inwoners, type, regio, 1 januariStatLine: Personenauto's; voertuigkenmerken, regio's, 1 januariStatLine: Bedrijfsvoertuigen; voertuigkenmerken, regio's, 1 januariBromfietsen; soort voertuig, brandstof, bouwjaar, 1 januariMotorfietsen; voertuigkenmerken, regio's, 1 januari

Geografisch verdeling

Gemeente, provincie, Nederland

Andere variabelen

Daarnaast zijn er een aparte maatwerktabellen beschikbaar met gegevens over het aantal motorvoertuigen per gemeente naar leeftijdsklasse van de eigenaar.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Meer informatie over de CBS-onderzoeken naar de verkeersprestaties van het wegverkeer en de statistiek van het motorvoertuigenpark is te vinden in de Korte onderzoeksbeschrijvingen en de Aanvullende onderzoeksbeschrijvingen op de CBS-site.

Opmerking

De in deze indicator gepresenteerde aantallen motorvoertuigen zijn omgerekend voor het gemiddeld aantal voertuigen dat in een bepaald jaar rond reden en niet het aantal voertuigen op 1 januari van een bepaald jaar. Deze omrekening is uitgevoerd om tot een reƫlere berekening van de emissies naar lucht door motorvoertuigen te komen.De gegevensreeks over bromfietsen bevat een trendbreuk. De cijfers vanaf 2007 zijn nauwkeuriger dan die van voorgaande jaren. De tijdreeks moet met voorzichtigheid worden gehanteerd.

Betrouwbaarheidscodering

C

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Aantal motorvoertuigen, 1990-2015 (indicator 0026, versie 20 , 7 september 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.