Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ontwikkelingen in de maatschappij

Ruimte per inwoner, 1900-2006

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door de sterke groei van de Nederlandse bevolking tussen 1900 en 2006 is de beschikbare ruimte per inwoner in deze periode met bijna 67% afgenomen.

Hoeveelheid bos en natuur per inwoner sterk gedaald

De Nederlandse bevolking groeide tussen 1900 en 2006 van 5,1 naar 16,3 miljoen mensen. Met name door deze sterke groei is tijdens de twintigste eeuw de totale beschikbare ruimte per inwoner met bijna tweederde afgenomen, ook al kwamen tussen 1930 en 1968 de grote polders (Wieringermeer, Noordoostpolder en beide Flevopolders) tot stand. Ofschoon de totale oppervlakte natuur en bos de laatste twintig jaar is toegenomen, heeft de grootste afname in het aantal beschikbare m2 per inwoner zich juist in deze categorie voorgedaan. De hoeveelheid natuur en bos per inwoner is van ruim 1 700 m2 in 1900 gedaald naar slechts 296 m2 in 2006.

Relevantie

De hoeveelheid groen in de directe leefomgeving van mensen bepaalt voor een deel de leefomgevingskwaliteit in stedelijke gebieden, en wordt in het algemeen door mensen als belangrijk gewaardeerd. Openbaar groen in de buurt heeft voor de stedelingen een positieve invloed op zowel de fysieke als de mentale gezondheid (WHO, 1997; Alterra jaarboek, 2000). Daarnaast heeft het ook een sociale functie als ontmoetingsplaats.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het bodemgebruik is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ruimte per inwoner

Omschrijving

Totale oppervlakte van Nederland plus de oppervlakten van de terreintypen: verkeersterrein, bebouwd terrein, semi-bebouwd terrein, recreatieterrein, agrarisch terrein, bos- en natuurlijk terrein, binnenwater en buitenwater (in km2, tijdreeks).

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De korte onderzoeksbeschrijving Bodemgebruik (CBS, 2005) geeft informatie over de berekeningsmethode. Tussen 1985 en 1989 is de wijze van gegevensverzameling gewijzigd. Voor 1989 werden de gegevens aangeleverd door de gemeenten. Vanaf 1989 vindt de inventarisatie plaats aan de hand van luchtfoto's. Met ingang van het onderzoeksjaar 2000 wordt bij de inventarisatie van het bodemgebruik een nieuwe methodiek gevolgd. Vanaf dat jaar wordt gebruik gemaakt van de basisgeometrie van het digitale topografische basisbestand van de Topografische Dienst Nederland (TOP10Vector)(CBS, 2003).

Basistabel

StatLine: Bodemgebruik in Nederland; 1989; 1993; 1996 (CBS, 2000).StatLine: Bodemgebruik in Nederland vanaf 1996 (CBS, 2009a).

Geografische verdeling

Nederland, per gemeente, per provincie, per COROP-gebied.

Andere variabelen

Voor de meeste hoofdterreintypen zijn er meer onderverdelingen beschikbaar dan in de tabel hierboven worden weergegeven.

Verschijningsfrequentie

3-jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Bodemgebruik in Nederland geharmoniseerd met TOP10Vector (CBS, 2003).Bodemgebruik (CBS, 2005).

Betrouwbaarheidscodering

B (schatting gebaseerd op een groot aantal zeer accurate metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Ruimte per inwoner, 1900-2006 (indicator 0062, versie 06 , 11 december 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.