Stikstofdioxide in lucht, 1992-2025

In 2025 bleef de  gemeten concentratie stikstofdioxide (NO2) in de lucht in Nederland onder de jaargemiddelde grenswaarde van de Europese Unie (EU) van 40 µg/m3. Naast de grenswaarde van de EU heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization; WHO) een niet-verplichte advieswaarde vastgesteld voor stikstofdioxide. In 2025 werd de jaargemiddelde advieswaarde (10 µg/m3) van de WHO op alle meetstations overschreden.

Lange termijn gemiddelde concentratie stikstofdioxide daalt

De concentraties stikstofdioxide (NO2) op regionale achtergrondmeetstations daalden in de periode 1992-2025 van gemiddeld 25 µg/m³ naar 10 µg/m³. Op stedelijke achtergrondmeetstations daalden de stikstofdioxideconcentraties in de periode 1992-2025 van gemiddeld 43 µg/m³ naar 16 µg/m³. Op verkeersbelaste meetstations bedroeg de daling in dezelfde periode 28 µg/m³, van 49 µg/m³ naar 20 µg/m³.  Regionale achtergrondmeetstations zijn meetpunten die op enige afstand van bebouwing en industrie staan. Stedelijke achtergrondmeetstations zijn meetpunten die binnen de bebouwde kom staan, wel op afstand van belangrijke uitstootbronnen. Verkeersbelaste meetstations zijn locaties die de luchtkwaliteit meten rondom drukke wegen.

Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) meet sinds 1978 de concentratie stikstofdioxide op meerdere locaties in Nederland. De daling van de stikstofdioxideconcentraties is sinds eind jaren tachtig gaande, zie afbeelding ‘Trend 1978-2025’ waarin de concentraties op de regionale achtergrondmeetstations zijn weergegeven. 

Lagere concentratie stikstofdioxide in 2020 en lichte stijging in 2025

De gemiddeld gemeten concentratie van stikstofdioxide in de lucht in Nederland was in 2020 lager dan op basis van de langjarige trend verwacht kon worden. Dit was het gevolg van de maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 virus (Hoogerbrugge et al., 2022). De concentraties in 2021 en 2022  waren vergelijkbaar met die in 2020. Ook in deze jaren waren nog maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 virus (deels) van kracht. De variaties in jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties in de periode 2020–2022 vallen binnen de gebruikelijke jaarlijkse fluctuatie. Er is in deze periode dus geen duidelijke daling of stijging van de concentraties waargenomen. In 2023 en 2024 is de gemeten jaargemiddelde stikstofdioxideconcentratie wel weer verder gedaald en in 2025 is de jaargemiddelde concentratie voor Nederland licht gestegen, zie afbeelding ‘Trend 1978-2025’. Op specifiek verkeersbelaste stations zet de afname wel door, zie afbeelding ‘Trend 1990-2025’.

Waar komt stikstofdioxide vandaan?

Verkeer (43%) is een belangrijke bron van stikstofoxiden. Stikstofoxiden (NOx) is de benaming voor de som van stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). Een substantieel deel van de door verkeer uitgestoten stikstofmonoxide wordt in de lucht omgezet in stikstofdioxide. In (drukke) straten en in de nabijheid van snelwegen zijn de concentraties van stikstofoxiden (waaronder stikstofdioxide) verhoogd. Naast verkeer leveren ook buitenlandse bronnen (27%), landbouw (13%), internationale scheepvaart (6%) en industrie (3,4%) een belangrijke bijdrage aan de hogere concentratieniveaus (Mijnen-Visser et al., 2025). 

Concentraties onder EU-normen, aanscherping normen vanaf 2030 

De gemeten jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide in Nederland bleven in 2025 op meetlocaties ruim onder de Europese grenswaarde (EU, 2008) van 40 µg/m3. De EU heeft ter bescherming van de volksgezondheid een aantal grenswaarden voor stikstofdioxide concentraties vastgelegd in de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit (EU, 2025), zie Normen luchtkwaliteit.  

Vanaf 2030 gaan strengere Europese grenswaarden gelden voor luchtkwaliteit. In het najaar van 2024 is de herziene luchtkwaliteitsrichtlijn aangenomen. De Europese lidstaten hebben twee jaar de tijd om de nieuwe regelgeving om te zetten in de nationale wetgeving. De huidige jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide is 40 µg/m3. Vanaf 2030 geldt de nieuwe grenswaarde van 20 µg/m3 NO2 voor de jaargemiddelde concentratie. Langs sommige drukke wegen lagen de meetwaarden in 2025 boven deze nieuwe grenswaarde. Op regionale en stedelijke achtergrond meetstations werd de nieuwe grenswaarde van 20 µg/m3 NO2 niet overschreden.

Naast een jaargemiddelde grenswaarde geldt ook een uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide. Bij deze grenswaarde mogen de uurgemiddelde piekconcentraties maximaal 18 keer per jaar boven de 200 µg/m3 uitkomen. De laatste overschrijding van deze norm was in 1994. Sindsdien is er in Nederland geen sprake meer geweest van overschrijding van de uurgemiddelde grenswaarde op meetlocaties. Onder de herziene luchtrichtlijn mag het uurgemiddelde van 200 µg/m3 vanaf 2030 maximaal drie keer per jaar worden overschreden, en het daggemiddelde van 50 µg/m³ maximaal 18 keer per jaar.

Concentraties hoger dan WHO-advieswaarde

De jaargemiddelde advieswaarde voor stikstofdioxide van de Wereldgezondheidsorganisatie is 10 µg/m3 (WHO, 2021). Dat is lager dan de huidige en herziene Europese grenswaarden. Overschrijdingen van deze jaargemiddelde advieswaarde traden in Nederland in 2025 op bij zowel stedelijke achtergrond, regionale achtergrond als verkeersbelaste meetstations. 

Modelberekeningen en ruimtelijke verdeling concentratie stikstofdioxide in Nederland

De afbeelding in tabblad ‘Kaart 2025’ geeft voor 2025 de gemodelleerde ruimtelijke verdeling weer van grootschalige jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties in Nederland. Om inzicht te krijgen in de stikstofdioxide concentraties in Nederland worden naast metingen ook modelberekeningen gebruikt. Zo kunnen concentraties worden berekend voor plekken waar geen meetstations staan en dus geen metingen beschikbaar zijn. Een voorbeeld is het model waarmee de grootschalige achtergrondconcentratie en de -stikstofdepositie worden berekend (Operationele Prioritaire Stoffen model | RIVM). 

Lokale verhogingen bij drukke straten niet in de kaart 

De lokale verhogingen langs drukke straten zijn niet in de kaart opgenomen. In het kader van de Monitoring Luchtkwaliteit (MLK; zie ‘Nationaal beleid’) is de bijdrage van het wegverkeer boven op de achtergrondconcentratie berekend. 2024 is het meest recente jaar waarvoor gedetailleerde landsdekkende berekeningen zijn gemaakt. Volgens deze berekeningen is in 2024 de huidige jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide overschreden in de provincie Gelderland op een weglengte van 0,1 kilometer (Berkhout et al., 2025). In de andere Nederlandse provincies bleef de jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties onder de grenswaarde. De 2024 kaart met lokale verhogingen staat op de Atlas Leefomgeving. Naarmate het detailniveau van de kaart toeneemt, worden de onzekerheden in kaarten ook steeds groter.  Dat betekent dat  bij meer detailniveau (bijvoorbeeld bij schaal kleiner dan 1x1 km) de gebruiker van de kaart afhankelijker is van de informatie en de nauwkeurigheid van data op dat hoge detailniveau. Voor gebruikers van de kaart is het belangrijk om hiermee rekening te houden.

Nationaal beleid: terugdringen concentraties stikstofdioxide in de lucht

Voor Nederland gelden emissieplafonds voor een aantal luchtverontreinigende stoffen, die zijn vastgelegd in de zogeheten National Emission Ceilings (NEC) richtlijn 2016/2284 (EU, 2016). Het emissieplafond stelt vast hoeveel Nederland per stof maximaal mag uitstoten in één jaar. Voor stikstofoxiden (waaronder stikstofdioxide) is voor Nederland tussen 2005 en 2020 een emissiereductie afgesproken van 45%. Aan deze reductiedoelstelling is voldaan. Vanaf 2030 moet de emissie 61% lager zijn dan in 2005. Voor meer informatie zie Grootschalige luchtverontreiniging: Uitstoot van NEC-stoffen

Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2025 wordt met de Monitoring Luchtkwaliteit (MLK) jaarlijks getoetst of Nederland voldoet aan de wettelijke omgevingswaarden (in Europese context vaak ook grenswaarden genoemd). Zie ook het CIMLK op het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO)

Daarnaast heeft het Rijk in januari 2020 het Schone Lucht Akkoord (SLA) afgesloten met een groot aantal gemeenten en provincies. Het doel van het SLA is om in 2030 minimaal 50% minder gezondheidsschade te behalen ten opzichte van 2016, voor zover die wordt veroorzaakt door binnenlandse bronnen. Alle provincies nemen deel aan het akkoord en het aantal aangesloten gemeenten groeit nog steeds. Zie ook SLA op het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO).

Samen meten aan luchtkwaliteit

Naast het bestaande meetnet van het RIVM en partners, zijn in Nederland meer ontwikkelingen om stikstofdioxide en luchtkwaliteit te meten. Zo zijn er meerdere burgerinitiatieven om stikstofdioxide te meten. Burgers meten stikstofdioxide veelal met passieve samplers (meettechniek op basis van diffusie, zie Meten | RIVM). Op het kennisportaal 'Samen meten' staat een overzicht van deze burgerinitiatieven. 

Bronnen

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Concentratie van stikstofdioxide in lucht

Omschrijving

Concentratie van stikstofdioxide in Nederland op basis van meetgegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, de GGD Amsterdam en de DCMR (www.luchtmeetnet.nl; https://data.rivm.nl/data/luchtmeetnet/)

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)

Berekeningswijze

Jaargemiddelde concentraties berekend uit uurwaarden. Voor een geldig jaargemiddelde moet er als eerste selectiecriterium minimaal 75% aan meetdata beschikbaar zijn per kalenderjaar voor gebruik in trendfiguren. Voor de gespecificeerde jaren (2011-2025) moet een station daarnaast minstens op 75% van de jaren een geldig jaargemiddelde hebben (dat voortkomt uit de eerste selectie). Dit zijn de criteria die gebruikt worden voor het maken van trendfiguren. Alleen binnen de jaarreeks 2011-2025 wordt gefilterd op twee criteria. Voor alle andere jaren worden alle meetstations meegenomen die 75% in een jaar gemeten hebben. 

Basistabel

Gegevens Luchtkwaliteit (GELUK) van het Centrum Milieukwaliteit (MIL) van het RIVM. Met daarin gegevens van het RIVM, de GGD Amsterdam en de DCMR.

Geografische verdeling
  1. Kaart gebaseerd op uitkomsten meest recente GCN-berekeningen. 
  2. Trendfiguren 1992-2025 en 1978-2025 gebaseerd op meetgegevens van RIVM, GGD Amsterdam en DCMR. Voor de trend 1992-2025 is verspreid over heel Nederland gemeten.  Voor de trend 1978-2025 zijn geldige jaargemiddelden van individuele meetstations gebruikt.
Andere variabelen

Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit levert ook informatie over andere luchtverontreinigende stoffen als fijn stof, koolmonoxide, ozon en zwaveldioxide.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie: Bronnen

Opmerking
  • Voor berekening van een jaargemiddelde zijn verschillende berekeningswijzen mogelijk; resultaten kunnen daardoor uiteenlopen (Wesseling en Beijk, 2008). 
  • In tabblad ‘Trend 1978 – 2025’ is Rotterdam Centrum weergegeven als stedelijke achtergrondconcentratie omdat dit het enige station is met een langlopende reeks die teruggaat tot de begin jaren 80.
  • Tot 1999 was het aantal meetstations in stedelijke gebieden beperkt. De gemiddelden van deze beperkt beschikbare meetwaarden zijn in de figuren van tabblad ‘Trend 1992-2025’ als blauwe stippellijn weergegeven. Vanaf 1999 is het aantal meetstations in stedelijke gebieden in Nederland sterk uitgebreid en dit geeft de trendfiguur een robuuster beeld van de NO2 concentraties (zie de doorlopende blauwe lijn in de figuren).
  • Regionale achtergrondmeetstations zijn meetpunten die op enige afstand van bebouwing en industrie staan. Stedelijke achtergrondmeetstations zijn meetpunten die binnen de bebouwde kom staan, wel op afstand van belangrijke uitstootbronnen.
Betrouwbaarheidscodering

Kaart: C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd). 

Trend 1992-2025: C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd). 

Trend 1978-2025: D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen ter zake).

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
21
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
20
versie‎
19
versie‎
18
versie‎
17
versie‎
16
versie‎
15
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
08
versie‎
07
versie‎
06
versie‎
05
versie‎
03

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Stikstofdioxide in lucht, 1992-2025 (indicator 0231, versie 21, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.