Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Dieren en planten in de groenblauwe dooradering

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Veel planten- en diersoorten komen in het cultuurlandschap voor. Ze zijn daarbij vooral in de groenblauwe dooradering te vinden. Een aantal is er zelfs van afhankelijk. De voorkeur van planten en dieren voor dit gebied is nauwelijks aan verandering onderhevig.

Groenblauwe dooradering van groot belang voor planten- en diersoorten

Van de inheemse zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en dagvlinders, tezamen ongeveer 400 soorten, is 50% geheel of gedeeltelijk afhankelijk van het cultuurlandschap. Reptielen als slangen en hagedissen leven vooral in de natuurgebieden. Van de vogels en de dagvlinders komt ongeveer de helft van de soorten ook in het cultuurlandschap voor. Zoogdieren (muizen bijvoorbeeld) en amfibieën als kikkers en salamanders komen zelfs veelvuldig in het cultuurgebied voor. Ze zijn daarin vooral in de groenblauwe dooradering te vinden. Dat is het cultuurlandschap dat wordt doorkruist door onder meer hagen, lanen, houtwallen, sloten en weteringen. De doelsoorten Kamsalamander en boomkikker komen zelfs uitsluitend in de groenblauwe dooradering voor.
Van de inheemse planten die meetsoort zijn voor het agrarische gebied komt een kwart alleen in de groenblauwe dooradering voor. Ongeveer de helft hiervan zijn doelsoorten.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Dieren en planten in de groenblauwe dooradering

Omschrijving

Gegevens over de gebondenheid van planten en dieren in de groenblauwe dooradering (gbda). Voor dieren was dit al gedaan, en van de dieren (amfibieën) die uitsluitend in gbda voorkomen is nu ook aangegeven of ze doelsoort zijn of meetsoort van het NEM. Voor planten is dit nu ook gedaan.

Verantwoordelijk instituut

Alterra, Carla Grashof-Bokdam en Willemien Geertsema

Berekeningswijze

De analyse van dieren is gebaseerd op gegevens van reptielen, amfibieën, vlinders en vogels uit 2002 uit atlassen. Deze data bevatten alleen gegevens voor amfibieën (14), reptielen (7) en vlinders (75). Alleen bij de amfibieën zijn er twee soorten (kamsalamander en boomkikker) die uitsluitend in gbda voorkomen. Deze twee soorten zijn ook doelsoort volgens het Handboek Natuurdoeltypen (Bal et al, 2001) en ze worden gemonitord in het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Van de vogelsoorten en zoogdieren zijn geen data van de analyse meer voorhanden. De analyse is aangevuld met data van 97 plantensoorten die meetsoort zijn voor het agrarisch gebied binnen het NEM. Deze meetsoorten, zowel planten als dieren, zijn in 2007 toebedeeld aan categorieën gbda, erven en landbouwpercelen. Van de 97 geanalyseerde plantensoorten komen er in het agrarisch gebied 57 uitsluitend voor in gbda. Hiervan zijn er 26 doelsoort van het Handboek Natuurdoeltypen. De gegevens van planten zijn gebaseerd op ecologische groepen uit BIOBASE.

Basistabel

Diersoorten in GBDA.xlsPlanten agr gebied_compendium.xls

Geografisch verdeling

Heel Nederland

Verschijningsfrequentie

Eenmalige verkenning. De voorkeur voor gbda van individuele soorten zullen niet of nauwelijks veranderen in de tijd.

Achtergrondliteratuur

Zie referenties

Betrouwbaarheidscodering

D. Schatting gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Dieren en planten in de groenblauwe dooradering (indicator 1017, versie 03 , 21 december 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.