Herintroductie otter

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De otter is aan het eind van de twintigste eeuw uit Nederland en aangrenzende landen verdwenen. Dankzij herintroductie is er vanaf 2002 in Noordwest-Overijssel en Zuidoost- Friesland weer een kleine groeiende populatie aanwezig..

Ontwikkeling tot 2000

Omstreeks 1900 kwamen otters nog in het hele land voor. Daarna varieerden de aantallen sterk door vervolging en jacht tijdens strenge winters. Omstreeks 1942 werd hun aantal geschat op nog slechts 30 tot 50 stuks. Onder andere door sluiting van de jacht herstelde de populatie zich enigszins. Omstreeks 1962 werd het aantal otters geschat op circa 300. Daarna nam de populatie otters opnieuw af door een combinatie van inkrimping van de leefgebieden, vervolging tijdens strenge winters en toename van de sterfte in visfuiken, en door het verkeer. Vermindering van de voortplanting en verzwakking door hoge concentraties van PCB's in het lichaam veroorzaakt door ophoping in de voedselketen (vis), waren mogelijk de genadeslag voor de otters.
In 1989 is voor het laatst een dode otter van de restpopulatie in Friesland aangetroffen in een visfuik, terwijl er tot 1992 sporen van een otter zijn waargenomen. In 1991 zijn in het Maasgebied van Zuid-Limburg nog incidenteel de sporen gevonden van twee otters. Latere meldingen van de aanwezigheid van otters in dit gebied konden niet worden bevestigd. Deze zwervende dieren waren vermoedelijk afkomstig van een kleine geïsoleerde relictpopulatie uit de Ardennen.

Ontwikkeling na 2000

De Euraziatische otter is een middelgrote, marterachtige oeverbewoner met een dikwijls nachtelijke leefwijze. Na verdwijning uit ons land is volgens het Soortbeschermingsplan uit 1989 gewerkt aan de terugkeer door de ongunstige invloedsfactoren te verbeteren. Omdat er geen zicht is op een natuurlijke terugkeer is een herintroductieprogramma opgesteld. In de periode 2002-2006 zijn 26 otters, aanvankelijk afkomstig van wildvang uit Oost-Europa en daarna afkomstig uit dierparken, in de laagveengebieden van Zuidoost-Friesland en Noordwest-Overijssel uitgezet.
Dankzij een goede voortplanting groeide de populatie uit tot minimaal 17 dieren ouder dan één jaar in 2006. Om de genetische variatie op een voldoende niveau te houden is het nodig om de komende jaren meer otters uit te zetten in nabij gelegen potentieel geschikte otterleefgebieden.

De otter staat op de Rode Lijst van zoogdieren.

Bronnen

  • Niewold, F.J.J., D.R. Lammertsma, H.A.H. Jansman & A.T. Kuiters (2003). De otter terug in Nederland. Eerste fase van de herintroductie in Nationaal Park De Weerribben. Alterra-rapport 852. Alterra, Wageningen
  • Veen, J. & S. Broekhuizen (1992). Otter. In: Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. van Laar, C. Smeek & H.R. Thissen (red.), Atlas van Nederlandse zoogdieren. Stichting Uitgeverij van de KNNV, Utrecht: 178-185.
  • Walter, J. (1989). De otter in perspectief; een perspectief voor de otter: herstelplan leefgebieden otter. Ministerie van Landbouw en Visserij, Den Haag.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven
-
Omschrijving
-
Verantwoordelijk instituut
-
Berekeningswijze
-
Basistabel
-
Geografische verdeling
-
Verschijningsfrequentie
-
Opmerking
Uit de verspreidingskaarten in de Atlas van de Nederlandse Zoogdieren zijn de aantallen uurhokken (hokken van 5 bij 5 kilometer) afgeleid per periode.
Betrouwbaarheidscodering
-

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
17
Bekijk meer Bekijk minder
versie‎
16
versie‎
15
versie‎
14
versie‎
13
versie‎
12
versie‎
11
versie‎
10
versie‎
09
versie‎
08
versie‎
07
versie‎
06
versie‎
05
versie‎
04
versie‎
03
versie‎
02

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2024). Herintroductie otter (indicator 1072, versie 04,

) www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.