Natuurlijke hulpbronnen

Exoten in Nederland 1900-2020

Het aantal nieuwe soorten dat zich door toedoen van de mens in Nederland vestigt, neemt sterk toe. Het merendeel van de exotische soorten zijn vooral de geleedpotigen (insecten) en planten die zich op het land bevinden. De laatste jaren neemt ook het aandeel van exoten in het mariene en zoete water toe. De belangrijkste wijze waarop nieuwe soorten hier komen, is door handel in planten en dieren, als contaminant en met transport bijvoorbeeld via het ballastwater van schepen.

Aantal exoten neemt toe

De Nederlandse flora en fauna veranderen voortdurend. Sinds 1900 neemt het aantal exoten toe. Exoten in Nederland zijn planten- en diersoorten die Nederland niet op eigen kracht bereiken, maar door direct of indirect toedoen van de mens, vanuit hun oorspronkelijke verspreidingsareaal naar Nederland zijn gebracht en zich hier zelfstandig in het wild kunnen voortplanten. De belangrijkste wijze waarop nieuwe soorten hier komen is door handel in planten en dieren, als contaminant en met transport bijvoorbeeld via het ballastwater. Zo is een deel van de exoten door de mens in Europa of Nederland ingevoerd voor gebruik, zoals de Japanse oester voor de oestercultuur en de muskusrat voor de pelsdierfokkerij. Sommige exoten zijn uitgezet voor de sport- of beroepsvisserij. Andere soorten zijn onbedoeld hier terecht gekomen, zoals de bruine rat en de Amerikaanse zwaardschede (schelp) die onder meer met schepen of andere transporten meeliften bijvoorbeeld in ballastwater. De belangrijkste wijze waarop nieuwe soorten hier komen is door handel in exotische planten en dieren. Exotische soorten ontsnappen soms uit gevangenschap, worden losgelaten zoals de nijlgans of de halsbandparkiet of worden geloosd in wateren zoals de grote vlotvaren. Ook de aanleg van het Rijn-Donaukanaal in 1992 heeft tot een grote toename van het aantal macrofauna soorten, kleine maar zichtbare ongewervelde dieren (insecten, slakken, etc) die in het oppervlaktewater leven, en vissoorten in de Nederlandse wateren geleid zoals de Kaspische slijkgarnaal. Voorheen konden deze soorten Nederland niet bereiken, maar met de aanleg van het kanaal hebben deze soorten zich vanuit de Donau in het Rijnstroomgebied kunnen verspreiden.

De meeste soorten komen van elders uit Europa of uit Noord-Amerika. De meeste mariene soorten zijn afkomstig uit de Noordelijke Stille en Noordelijke Atlantische Oceaan.

Invasieve exoten schadelijk voor mens en natuur

Een exoot is invasief als deze zich sterk verspreidt en dus een plaag wordt. Ook het aantal (potentieel) invasieve exoten neemt toe; de laatste vier decennia sneller dan de perioden daarvoor. De zogeheten invasieve exoten kunnen zeer schadelijk zijn voor de volksgezondheid en de veiligheid. Zo kunnen de pollen van alsemambrosia zeer heftige allergische reacties veroorzaken. Aanraking van de reuzenberenklauw kan onder invloed van zonlicht grote blaren op de huid veroorzaken. De muskusrat graaft holen in dijken en andere waterkeringen en wordt hierom intensief bestreden.

Invasieve exoten kunnen ook schadelijk zijn voor de inheemse soorten en ecosystemen. Ze kunnen inheemse soorten wegconcurreren, opeten, infecteren of zich ermee vermengen en ecosystemen veranderen. Zo kunnen exoten negatieve effecten hebben op de inheemse soorten doordat ze concurreren om voedsel of ruimte, zoals de Japanse oester. Deze oester verdringt de inheemse platte oester doordat allerlei substraten geheel overgroeid raken met deze uitheemse oester. Ook de Amerikaanse zwaardschede en de druipzakpijp worden als schadelijk beschouwd, omdat hun massale voorkomen de aanwezigheid van andere schelpdieren belemmert.

Naast verdringing van inheemse dier- en plantensoorten kunnen exoten schadelijk zijn omdat ze ziekten overbrengen. De geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft vernielt waterplanten, eet viseieren en -larven en is soms besmet met kreeftenpest (een schimmel), waartegen de inheemse Europese rivierkreeft niet resistent is. Hierdoor is deze laatste soort, die op bijlage V van de Habitatrichtlijn staat, in Nederland bijna uitgestorven. Ook het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje, geïntroduceerd als biologische bestrijder van bladluizen, is een invasieve exoot. Deze soort eet de inheems voorkomende soorten lieveheersbeestjes op, waardoor er op plekken waar het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje voorkomt, geen inheemse lieveheersbeestjes meer voorkomen. De uitgezette zonnebaars heeft negatieve effecten in vennen doordat deze vissoort amfibieën en libellenlarven eet. In de vennen waar de zonnebaars in grote aantallen aanwezig is, zijn aantoonbaar minder libellenlarven en amfibieën en gaat de biodiversiteit achteruit.

De dikkopelrits komt sinds 2007 in Nederland voor. Deze uitgezette vissoort is een risico voor andere vissen doordat deze soort een drager is van een bacterie die een dodelijke ziekte veroorzaakt. De dikkopelrits wordt daarom actief bestreden.

Financiële schade

De financiële schade die exoten veroorzaken kan enorm zijn. De precieze kosten zijn onbekend. Van der Weijden (2005) schatte de totale jaarlijkse schade van exoten op 1,3 tot 2,2 miljard euro. Hierin waren de kosten van schade en bestrijding van uitheemse besmettelijke ziekten inbegrepen. Van de in de figuur gepresenteerde diergroepen zijn er slechts enkele soorten exoten bekend waarbij sprake is van aanzienlijke economische schade. Zo kost het de waterschappen bijvoorbeeld ca 35 miljoen euro om de muskusrat te bestrijden en 1,8 miljoen euro voor de bestrijding van de grote waternavel (NVWA, 2018;2019a). In zoet water veroorzaken drijvende planten als de grote waternavel, parelvederkruid, watercrassula en waterteunisbloem lokaal overlast in watergangen. De negatieve effecten zijn zuurstofloos water onder een gesloten dek van drijvende planten, het verstoppen en vastlopen van gemalen en een verslechtering van de ecologische waterkwaliteit. Waterschappen moeten de woekerende waterplanten opruimen om de waterdoorgang weer vrij te maken. Dit kost de waterschappen jaarlijks zo'n 2 miljoen euro extra aan onderhoud. Deze waterplanten breiden zich nog steeds uit, ondanks het wettelijk verbod en intensieve bestrijding.

Beleidsdoelen

In het internationale natuurbeleid is veel aandacht voor exoten. Het beleid van de Europese Unie en de Convention on Biological Diversity (CBD) is mede gericht op invasieve exoten. Volgens de definities van de EU en de CBD zijn dit exoten die een bedreiging zijn voor de inheemse biodiversiteit. De doelstellingen van de EU en de CBD voor 2020 gericht op het voorkomen van introductie zijn echter niet gehaald; het aantal (potentieel) invasieve exoten neemt nog steeds toe. De doelen en maatregelen zijn aangescherpt.

Op 1 januari 2015 is een nieuwe EU-verordening (Nr. 1143/2014) van kracht geworden die gericht is op het voorkomen en beheersen van schade aan biodiversiteit en ecosysteemdiensten door invasieve exoten. Centraal in deze verordening staat een lijst met invasieve exoten: de Unielijst. EU-landen moeten de invasieve exoten op de Unielijst bestrijden en vestiging voorkomen. Het is vanaf 3 augustus 2016 verboden om de planten en dieren op de Unielijst te importeren, te kweken of te fokken, te verhandelen en te bezitten. Dierenwinkels en tuincentra mogen de planten en dieren op de lijst niet meer verkopen. Als deze soorten zich toch hebben gevestigd, dan moeten de dieren zo snel mogelijk worden weggevangen en de planten worden vernietigd. Zijn invasieve exoten niet meer te vangen of te vernietigen? Dan moet verdere verspreiding worden voorkomen. Voor de soorten op de Unielijst heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een strategie voor eliminatie en beheer. Met ingang van 2 augustus 2022 heeft de Europese Unie 18 nieuwe diersoorten en 4 plantensoorten aan de Unielijst toegevoegd, waardoor er sindsdien in totaal 91 soorten op staan.

De nieuwe doelstelling van de CBD voor 2030 is: Beheer van routes voor de introductie van invasieve uitheemse soorten, het voorkomen of verminderen van hun introductie en vestiging met ten minste 50 procent, en controle of uitroeiing van populaties om hun impact te elimineren of te verminderen, met de nadruk op prioritaire soorten zoals Rode lijst soorten en prioritaire locaties. In de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 is het doel: Het aantal soorten van de Rode Lijst dat door invasieve uitheemse soorten wordt bedreigd, is met 50 % gedaald.

Om de introductie van exoten in zee via het ballastwater van schepen te verminderen, heeft de Internationale Maritieme Organisatie in 2004 een conventie opgesteld (de International Convention for the Control and Management of Ships' Ballast Water and Sediments). De essentie van deze afspraak is dat zeeschepen moeten worden voorzien van goedgekeurde behandelingsinstallaties die het ballastwater vrijmaken van organismen. De conventie is op 8 september 2017 in werking getreden. Op die datum hebben meer dan 60 lidstaten die meer dan 70 procent van de wereldhandelstonnage vertegenwoordigen getekend. Nederland heeft de conventie in mei 2010 ondertekend.

Beleidsuitvoering

Het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoeksprogrammering Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (BuRO-NVWA) onderzoekt de risico's en adviseert het ministerie van LNV. Ook ziet de NVWA toe op de handel in en het bezit van invasieve exoten. De verantwoordelijkheid voor eliminatie-, beheers- en herstelmaatregelen van een aantal invasieve exoten is met de Regeling natuurbescherming per 1 januari 2018 overgedragen aan de provincies.

Er zijn in de afgelopen jaren een aantal soorten geëlimineerd. Zo was de Amerikaanse stierkikker gevestigd in Nederland in twee vijvers in Limburg. Sinds 2011 wordt de kikker hier bestreden en inmiddels zijn die populaties succesvol weggevangen. Een populatie Pallas' eekhoorns in de regio Weert is weggevangen. In 2012 waren er 27 huiskraaien, waarna door de overheid werd besloten deze invasieve exoten te doden. Tussen 2019 en 2022 worden nog af en toe enkele exemplaren waargenomen van de Pallas' eekhoorn en de huiskraai (waarneming.nl). De Aziatische hoornaar is in 2017 voor het eerst waargenomen in Nederland en wordt sindsdien steeds vaker waargenomen. De nesten worden in Nederland zoveel mogelijk opgespoord en verwijderd. De grijze eekhoorn wordt tot nu toe slechts incidenteel waargenomen. Voor deze soort bestond al een bezits- en handelsverbod en de soort staat sinds augustus 2016 op de Unielijst van invasieve exoten. Ook de Amerikaanse stierkikker, Pallas' eekhoorn en Aziatische hoornaar staan op de Unielijst van invasieve exoten.

Voor soorten die niet meer kunnen worden geëlimineerd, is beheeraanpak de enige mogelijkheid. Sinds 8 juli 2016 is commerciële vangst van Chinese wolhandkrab en uitheemse rivierkreeften mogelijk in Nederland (Vrijstellingsregeling bevissing) als beheersmaatregel ten aanzien van deze soorten.

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Exoten in Nederland 1900 -2020

Omschrijving

Aantal soorten exoten en (potentieel) invasieve exoten van verschillende soortengroepen cumulatief hun herkomst en wijzen van introductie.

Verantwoordelijk instituut

WUR, auteur: Marlies Sanders

Berekeningswijze

Bron cijfers: Tabel Nederlands soortenregister: Export 20210525-094338. Volgens het Nederlands soortenregister zijn exoten soorten die niet op eigen kracht Nederland bereiken, maar door de mens worden binnengebracht. In het Nederlands Soorten die voor 1500 geïntroduceerd zijn en zich sindsdien gehandhaafd hebben, worden niet als exoot beschouwd. Soorten die bijvoorbeeld door de Romeinen ons land zijn binnengebracht, worden dus niet als exoot beschouwd. De soorten in het soortenregister zijn ingedeeld in verschillende categorieën voor de status van het voorkomen. Voor een selectie van exoten zijn de categorieën 2, 2a, 2b en 2c relevant. De groep 2d is niet meegenomen. Jaartal is een peildatum waarvan berekend is hoeveel (invasieve) exoten er op dat moment in Nederland aanwezig zijn gebaseerd op jaar van introductie en als dat niet bekend was, het jaar van eerste melding. Met de gegevens in de tabel zijn grafieken gemaakt. Uitleg categorieën: - 2 Exoot (onbepaald) Door de mens geïntroduceerd, precieze status moet nog bepaald worden. - 2a Exoot: Door de mens geïntroduceerd, en heeft zich minimaal 100 jaar na introductie zelfstandig kunnen handhaven (voortplantend). - 2b Exoot: Door de mens geïntroduceerd en heeft zich tussen 10 en 100 jaar zelfstandig kunnen handhaven (voortplantend). - 2c Exoot: Door de mens geïntroduceerd en heeft zich minder dan 10 jaar zelfstandig kunnen handhaven (voortplantend). - 2d Exoot: Door de mens geïntroduceerd en zich niet voortplantend. Vaak zullen deze soorten niet worden opgenomen. De database van het Nederlands Soortenregister bevat -indien bekend- informatie over: het jaar van introductie, de wijze van introductie, herkomst van de soorten, de mate van invasiviteit, de verspreiding binnen Nederland, het habitat en de ecologische impact.

Basistabel

Tabel Nederlands soortenregister: Export 20210525-094338. http://www.nederlandsesoorten.nl/.

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Geen

Verschijningsfrequentie

Elke 5 jaar

Achtergrondliteratuur

http://www.nederlandsesoorten.nl/ https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten

Betrouwbaarheidscodering

C. Op basis van administratieve opgaven.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Exoten in Nederland 1900-2020 (indicator 1622, versie 02 , 19 oktober 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.