Biologische landbouw: arealen en veestapels, 2011-2025

In 2025 telt Nederland 93 duizend hectare biologische landbouwgrond. Dat is 2 duizend hectare meer dan het jaar ervoor. In Nederland is 5 procent van de totale landbouwgrond biologisch. Van het biologische landbouwareaal is 74 procent grasland, 19 procent akkerbouwgrond, 4 procent tuinbouwgrond en 3 procent groenvoedergewassen. 

Areaal biologische landbouwgrond neemt langzaam toe

In 2025 is het biologisch landbouwareaal met ruim 2 procent gegroeid vergeleken met het jaar ervoor. In 2025 bestaat het biologisch landbouwareaal voor 69 duizend hectare uit grasland, voor 17 duizend hectare uit akkerbouwgrond, voor 4 duizend hectare uit tuinbouw (open grond), voor 3 duizend hectare uit grond met groenvoedergewassen en 169 hectare uit tuinbouw (onder glas). Het betreft hier de areaalgroottes van zowel gecertificeerd biologische bedrijven als bedrijven die in omschakeling zijn.
Tussen 2011 en 2025 is het areaal biologische landbouw met 96 procent gegroeid van 47 naar 93 duizend hectare. De groei vindt vooral plaats in het areaal tuinbouw open grond (125 procent), grasland (109 procent) en akkerbouw (69 procent). Daar waar de andere vormen van landbouw over het algemeen jaarlijks een groei van het areaal laten zien, verloopt de groei in omvang van het areaal tuinbouw onder glas onregelmatiger. Er zijn jaren dat het areaal groeit en jaren dat het areaal afneemt. Ten opzichte van vorig jaar is dit areaal afgenomen. 

Areaal per provincie

De provincies Flevoland (15 procent) en Utrecht (7 procent) hebben in 2025 het grootste aandeel biologische landbouwgrond binnen het totale areaal van hun provincie. Het biologisch areaal is het kleinst in de provincies Limburg (4 procent), Noord-Brabant (3 procent) en Zeeland (2 procent). De andere provincies hebben elk zo’n 4 tot 6 procent van het totale areaal landbouwgrond.

Biologische veestapels

In 2025 worden er op de biologische landbouwbedrijven 112 duizend varkens, 95 duizend runderen, 45 duizend geiten en 13 duizend schapen gehouden. Er worden op de landbouwbedrijven 3608 duizend biologische kippen gehouden. Hiervan is het grootste deel leghennen (90 procent).

Certificering

Bij de biologische landbouw wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast zijn er voorschriften voor het gebruik van krachtvoer en diergeneesmiddelen en voor de mogelijkheid voor dieren om naar buiten te gaan. Een landbouwbedrijf mag pas de producten als biologisch verkopen als het een omschakelingsperiode van één tot drie jaar heeft ondergaan en aan de normen van de biologisch certificeringsinstantie Skal heeft voldaan.

Biologische landbouw in andere Europese landen

In 2022 bedraagt het aandeel van de biologische landbouw in het totale Nederlandse landbouwareaal ruim 4 procent. In vergelijking met andere Europese landen is de biologische landbouwsector in ons land klein. Het aandeel biologische landbouwgrond in het totale landelijke landbouwareaal was in 2022 flink groter in Oostenrijk (26 procent in 2020), Estland (23 procent) en Zweden (20 procent) (Eurostat, 2024). Nieuwere cijfers zijn momenteel nog niet door Eurostat gepubliceerd. 

Relevante informatie

Ook bij SKAL en Bionext is er veel informatie te vinden over biologische landbouw.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Biologische landbouw: arealen en veestapels

Omschrijving

Ontwikkeling van het areaal en het aantal bedrijven in de biologische land- en tuinbouw, uitgesplitst naar verschillende kenmerken. Biologische land- en tuinbouwbedrijven passen (gedeeltelijk) een door Skal gecontroleerde biologische productiewijze toe of zijn (gedeeltelijk) in omschakeling naar een gecontroleerde biologische productiewijze. 
De gegevens omvatten het totaal van zowel gecertificeerde als in omschakeling zijnde biologische land- en tuinbouwbedrijven. 

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De uitkomsten over de arealen zijn samengesteld op basis van de Landbouwtelling van het CBS. De Landbouwtelling is een integrale enquête onder alle Nederlandse landbouwbedrijven met een economische omvang boven een drempelwaarde van 3000 euro Standaard Opbrengst. De peildatum van de telling is 15 mei (van het referentiejaar) voor de gewassen en 1 april (van het referentiejaar) voor de dieren en overige variabelen. Het artikel Landbouwtelling (CBS) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.

Geografische verdeling

Er zijn gegevens voor Nederland, landsdelen, provincies, en groepen van landbouwgebieden.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Opmerking

De hier gepresenteerde CBS-cijfers over de arealen biologische landbouw omvatten alleen de bij landbouwbedrijven aanwezige arealen (dus niet die van natuurbeheerders e.d.). Andere organisaties (Skal, Wageningen Economic Research (LEI), Eurostat) nemen deze gronden wel mee in hun areaalcijfers over biologische landbouw.

Betrouwbaarheidscodering
Integrale waarneming.

Archief van deze indicator

Actuele versie
versie‎
23
Bekijk meer Bekijk minder

Referentie van deze webpagina

CLO (2026). Biologische landbouw: arealen en veestapels, 2011-2025 (indicator 0011, versie 23, ), www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.