Compendium voor de Leefomgeving
557 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieugevaarlijke stoffen

Afzet van chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw, 1985-2002

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Bij alle hoofdcategorieën bestrijdingsmiddelen is er de afgelopen jaren een dalende trend waarneembaar, onder andere doorverschillende verboden op toelatingen op het gebruik van die middelen.

  1985 1990 1995 1999 2000 2001 2002
   
  1 000 kg actieve stof        
Totaal 21 003 18 837 10 922 10 232 9 644 7 866 8 072
Insecticiden 634 731 495 338 260 227 186
Carbamaten 74 93 113 82 68 74 46
Organische fosforverbindingen 303 447 253 159 141 90 80
w.o. dichloorvos 7 38 41 0 0 1 0
  dimethoaat 32 79 57 34 43 30 33
  parathion-ethyl 110 107 47 32 8 10 6
                 
Fungiciden 4 363 4 143 3 991 4 564 4 460 3 628 3 582
Captan en verwante verbindingen 606 434 709 506 380 402 481
Dithiocarbamaten 2 453 2 436 2 026 2 314 2 242 1 964 1 002
w.o. mancozeb . . 888 1 553 1 607 1 386 174
  maneb 1 991 1 383 861 472 338 279 64
Nitro-verbindingen 19 19 160 191 237 222 266
Pyrimidine-verbindingen 388 232 149 10 10 9 9
Carbamaten . . 66 241 295 62 432
               
Herbiciden 3 978 3 467 3 070 2 842 2 605 2 171 2 215
Dinitroalkylfenolen 615 380 151 15 0 0 0
Fenoxycarbonzuren 756 708 414 332 398 307 342
Triazinen en triazinonen 630 499 412 347 288 244 202
Ureumverbindingen 306 378 349 290 230 163 181
Aminofosfonaten1) . . 344 571 613 509 439
               
Grondontsmettingsmiddelen 10 784 8 937 2 374 1 468 1 402 985 1 200
             
Overige middelen 1 244 1 559 992 1 020 1 087 854 890
Minerale olie 931 1 237 764 814 748 644 667
               
Bron: Nefyto (2003). CBS/MC/mei03/0015
1) In 1985 en 1990 opgenomen in de post overige herbiciden.

Ontwikkeling afzet van bestrijdingsmiddelen

Bij alle hoofdcategorieën bestrijdingsmiddelen is er de afgelopen jaren een sterke daling opgetreden, onder andere als gevolg van verschillende verboden op toelatingen op het gebruik van die middelen.Bij aardappelen trad een daling van de afzet van carbamaten als fungicide op. Er is in 2001 veel te doen geweest over de toelating van een van de werkzame stoffen. Wellicht zijn aardappeltelers overgestapt op een ander middel omdat het betreffende middel niet meer voorhanden was.Voor de toepassingen van het gebruik van enkele fungiciden, met name maneb en mancozeb, is in de loop van 2002 bezwaargemaakt vanuit milieuorganisaties. Dit heeft geleid tot intrekking van deze middelen. Overigens heeft het College voor de toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) per 24 januari 2003 weer verlengd tot 1 december 2003, nadat nieuwe gebruiksvoorschriften waren ingediend.

Toelichting op de cijfers

De afzetcijfers geven geen inzicht in de precieze omvang van het gebruik, maar zijn wel geschikt om ontwikkelingen af te leiden. De Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie (Nefyto) registreert de gegevens bij haar leden. De gegevens omvatten de laatste jaren circa 85% van de totale afzet van bestrijdingsmiddelen in de landbouw. De cijfers zijn inclusief de afzet voor particulier gebruik en voor toepassing in openbaar groen. Ruwe schattingen wijzen uit dat dit gebruik maximaal 5% van de afzet van Nefyto omvat, voornamelijk in de vorm van herbiciden.

Referenties

  • Nefyto (2003). Nefyto. Gewasbescherming in cijfers. Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie, Den Haag.

Relevante informatie

  • Meer gegevens over de afzet van chemische bestrijdingsmiddelen zijn te vinden bij de Nefyto. Nefyto (Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie) is de brancheorganisatie van de Nederlandse gewasbeschermingsmiddelenindustrie. Bij Nefyto zijn bedrijven aangesloten, die in Nederland gewasbeschermingsmiddelen op de markt brengen.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2003). Afzet van chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw, 1985-2002 (indicator 0015, versie 04 , 16 september 2003 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.