Compendium voor de Leefomgeving
557 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieugevaarlijke stoffen

Afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw, 1985-2014

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen voor het gebruik in de land- en tuinbouw is in 2014 met ruim 3 procent gedaald ten opzichte van 2013. Ten opzichte van 1985 is de afzet ruim gehalveerd.


Aanklikken van "download figuurdata" onder aan de grafiek roept een tabel op waarin voor de periode 1985-2007 meer detailgegevens staan (over onder andere een aantal chemische groepen en werkzame stoffen). Voor de jaren na 2007 zijn alleen gegevens beschikbaar van de hoofdgroepen.

Totale afzet in 2014 lager dan in 2013

De afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw van de bij Nefyto aangesloten bedrijven is tot begin jaren negentig van de vorige eeuw fors gedaald. Vooral het gebruik van grondontsmettingsmiddelen (hier in overige middelen) daalde sterk.
De afnemende afzet uit de jaren negentig heeft zich de laatste tien jaar niet voortgezet. Binnen de reeks 1985-2014 is de afzet in 2001 en 2003 het laagst. Sinds 2005 schommelt de jaarlijkse afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen rond de 10 miljoen kg actieve stof. Het gebruik van fungiciden domineert sinds 2005 de afzet met een aandeel van ongeveer 40%. De afzet in 2014 is ruim 3 procent lager dan in 2013. Deze daling werd veroorzaakt door een fors verminderde afzet van grondontsmettingsmiddelen vanwege gebruiksrestricties van het resterende middel.

Insecticiden en acariciden

De afzet van insecticiden en acariciden daalt geleidelijk over de periode tot 2000 en stabiliseert zich daarna op een niveau van rond 200 duizend kg actieve stof per jaar. In 2014 is de afzet van insecticiden en acariciden een kleine 7 procent hoger dan in 2013, veroorzaakt door het warme weer in 2014.

Fungiciden

De afzet van fungiciden is sinds 1995 structureel de grootste hoofdgroep. De afzet van fungiciden schommelt jaarlijks nogal doordat zij voor een belangrijk deel wordt bepaald door het akkerbouwareaal en de weersomstandigheden tijdens het teeltseizoen. Droge warme zomers leiden tot een lager gebruik, natte koude zomers juist tot een hoger gebruik. De afzet van fungiciden is in 2014 met 8 procent gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Ook hier is het warme weer de belangrijkste oorzaak. De neerslagsom in 2014 was normaal.

Herbiciden

De afzet van herbiciden fluctueert jaarlijks eveneens, maar doorgaans minder dan bij de fungiciden. De afzet van herbiciden is in 2014 bijna 13 procent hoger dan in 2013. Het warme weer wordt ook hier gezien als belangrijkste reden van de toename.

Overige middelen

De afzet van 'overige middelen' (voornamelijk grondontsmettingsmiddelen en minerale olie) is tussen 1985 en 2001 met 85 procent gedaald, maar daarna is er weer een duidelijk stijgende trend. In 2014 is de afzet van de overige middelen ten opzichte van 2013 gedaald met bijna 30 procent. De verminderde afzet bij de overige middelen in 2014 is in belangrijke mate het gevolg van een lagere afzet van grondontsmettingsmiddelen veroorzaakt door gebruiksrestricties. Dit domineert (kennelijk) het effect bij minerale olie.

Bepalende factoren in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt bepaald door een mix van variabelen, waaronder de arealen van de diverse teelten, het voorkomen van ziekten, plagen en omkruiden, de mate waarin geïntegreerde gewasbescherming wordt en kan worden ingevuld, het beschikbare middelenpakket en de weersomstandigheden. De meest variabele factor in deze mix is het weer. Het warme jaar , 2014 is de boeken ingegaan als het warmste jaar sinds twee eeuwen, zorgt voor uitzonderlijke ontwikkelingen ten opzichte van het voorgaande jaar.

Afzet voor niet-landbouwkundige toepassingen

De cijfers zijn inclusief de afzet voor particulier gebruik en voor toepassing in openbaar groen. Schattingen op basis van andere bronnen wijzen uit dat dit gebruik maximaal 2 procent van de hier gepresenteerde afzetcijfers omvat, voornamelijk in de vorm van herbiciden.

Relatie afzet en gebruik

Door voorraadvorming bij handel en gebruikers en doordat ook andere bedrijven actief zijn op de Nederlandse markt geven de afzetcijfers van Nefyto geen inzicht in de precieze omvang van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Mits behoedzaam gebruikt zijn zij wel geschikt om gebruiksontwikkelingen af te leiden.

Relevantie

De cijfers geven de gezamenlijke afzet van alle in de Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie (Nefyto) deelnemende bedrijven op de Nederlandse markt. Nefyto is de brancheorganisatie van de Nederlandse gewasbeschermingsmiddelenindustrie. De Nefyto-gegevens omvatten de laatste jaren circa 95 procent van de totale afzet van gewasbeschermingsmiddelen.
De totale afzetcijfers worden jaarlijks gepubliceerd door de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). De cijfers worden in de Nationale Milieu Indicator (Alterra, 2014) gebruikt om de voortgang van het beleid te bepalen, zoals dat beschreven is in de Nota's Duurzame gewasbescherming (LNV, 2004; EZ, 2013).
Uit de afzetgegevens kan geen informatie worden afgeleid over het exacte aandeel landbouw, het aandeel van een bepaalde sector van de land- en tuinbouw en het aandeel van een bepaald gewas. Hiervoor is informatie uit andere bronnen nodig.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw

Omschrijving

Ontwikkeling van de afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen volgens de Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie (Nefyto). De gegevens zijn verdeeld naar hoofdgroep (insecticiden, fungiciden, herbiciden, overige middelen), chemische groep en werkzame stof (zoals maneb en isoproturon). De cijfers omvatten vooral de afzet naar de landbouw. Over de jaren na 2007 zijn alleen afzetcijfers voor de hoofdgroepen beschikbaar. De afgezette hoeveelheden middelen worden uitgedrukt in duizend kg actieve stof.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van gegevens van de Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie (Nefyto).

Berekeningswijze

Door de Stichting Fytostat worden afzetgegevens verzameld bij alle bij Nefyto aangesloten bedrijven die in Nederland gewasbeschermingsmiddelen op de markt brengen. De jaaropgaven worden na invoer door de deelnemende bedrijven gecontroleerd en eventuele dubbeltellingen worden door Fytostat en/of Plantenziektenkundige Dienst uit het bestand verwijderd (PD-rapport, 2007, blz. 16,17).

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Nefyto (2015). Afzetcijfergewasbeschermingsmiddelen over 2014. Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie, Den Haag.

Opmerking

Aangezien door Nefyto niet alle afzet in Nederland waargenomen wordt, is de overheid voor haar beleidsmonitoring in de jaren negentig de overige afzet gaan registreren onder de Regeling Administratievoorschriften Gewasbeschermingsmiddelen (RAG). De RAG-cijfers (nu art. 7.2 regeling gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) worden uitsluitend gepubliceerd per hoofdgroep. De Nefyto-gegevens omvatten de laatste jaren circa 95 procent van de totale afzet van gewasbeschermingsmiddelen.

Betrouwbaarheidscodering

A (integrale gegevensverzameling)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2015). Afzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de land- en tuinbouw, 1985-2014 (indicator 0015, versie 16 , 4 november 2015 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.